KNAW

Onderzoek

De effecten van oriëntatie- en mobiliteitstraining op mobiliteit,...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel De effecten van oriëntatie- en mobiliteitstraining op mobiliteit, participatie en kwaliteit van leven bij ouderen met een visuele beperking; een gerandomiseerde studie
Looptijd 03 / 2007 - 09 / 2010
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1321083
Leverancier gegevens Projectleider

Samenvatting

Het aantal ouderen met chronische aandoeningen waaronder visuele beperkingen zal in de komende decennia substantieel toenemen. Uit de literatuur blijkt dat visuele beperkingen negatieve consequenties hebben voor de mobiliteit en het lichamelijk en sociaal functioneren van ouderen; visueel beperkten hebben ook meer te maken met valincidenten en depressieve klachten. Met name mobiliteit is cruciaal voor het dagelijks functioneren en het behouden van bewegingsvrijheid. Oriëntatie- en mobiliteitstraining, al dan niet met hulpmiddelen, kan ouderen met een visuele beperking ondersteunen om hun bewegingsvrijheid te behouden. Hoewel er enkele studies zijn gedaan naar de effecten van dergelijke trainingen, was de kwaliteit van deze studies beperkt. Zo werd soms geen adequate vergelijkingsgroep gebruikt, werd het onderzoek uitgevoerd in kleine groepen of werden geen andere uitkomsten in het onderzoek betrokken dan mobiliteit in engere zin; de effecten op participatie en kwaliteit van leven werden niet bestudeerd. In Nederland is tot op heden geen adequaat en systematisch onderzoek uitgevoerd naar de effecten van oriëntatie- en mobiliteitstraining bij ouderen met visuele beperkingen. Hoewel er wel sprake is van een landelijke mobiliteitstraining voor mobiliteitstrainers, is er geen gestandaardiseerde werkwijze waar het gaat om het geven van instructies aan ouderen met visuele beperkingen. In het licht hiervan omvat dit voorstel een studie met de volgende twee doelen (1) het evalueren van de effecten van een gestandaardiseerde oriëntatie- en mobiliteitstraining/instructie op mobiliteit, participatie en kwaliteit van leven bij ouderen met visuele beperkingen; in deze trainingsinstructie zal de herkenningsstok centraal staan, en (2) het evalueren van de procesaspecten van een dergelijke trainingsinstructie; het laatste is van belang als de training bij gebleken effectiviteit - op grotere schaal zal worden ingevoerd. Het uitgangspunt bij de studie is het evalueren van een bestaande werkwijze die wordt gestandaardiseerd. De studie wordt opgezet volgens een gerandomiseerd protocol. Dit impliceert dat minimaal 190 personen van 55 jaar en ouder met visuele beperkingen die zich melden met een hulpvraag op het terrein van mobiliteit bij een van de lokale centra van SENSIS, VISIO of Bartiméus-Sonneheerdt door loting verdeeld zullen worden in twee groepen van ieder 95 personen. De ene groep zal een gestandaardiseerde trainingsinstructie ontvangen, de andere groep zal een trainingsprocedure volgen zoals die tot dan gebruikelijk was ( care as usual ). Om contaminatie te voorkomen zullen trainers die de gestandaardiseerde instructie toepassen alleen toegewezen worden aan de interventiegroep, terwijl de trainers voor de personen uit de controle groep niet additioneel ten behoeve van de interventie getraind worden. De gestandaardiseerde trainingsinstructie omvat 3 individuele sessies. Tijdens de eerste 6 weken van de studie zal aan de hand van het programma van de landelijke mobiliteitstraining en gesprekken met deskundigen de definitieve inhoud van de gestandaardiseerde trainingsinstructie worden bepaald; deze instructie laat ruimte voor individuele verscheidenheid van cliënten. De eerste sessie zal bestaan uit een behoeftebepaling en omvat het verstrekken van informatie, het doen van verschillende oefeningen met de herkenningsstok en het voorbereiden van een opdracht voor de tweede sessie. Tijdens de tweede sessie na twee weken wordt de opdracht geëvalueerd, worden opnieuw oefeningen met de herkenningsstok gedaan, en wordt een tweede, individueel toegespitste opdracht verstrekt. De tweede sessie wordt na twee weken nogmaals herhaald in een derde sessie. De effectmaten in de studie zullen telefonisch door een onafhankelijke afdeling van de Universiteit Maastricht worden afgenomen en omvatten mobiliteit, zelfredzaamheid, interpersoonlijke contacten, sociale en maatschappelijke participatie, veiligheid, gebruik van de herkenningsstok, valincidenten en bezorgdheid om te vallen en kwaliteit van leven; deze zullen worden afgenomen vóór randomisatie, direct na de trainingsinstructie en drie maanden later. Procesgegevens zullen worden verzameld bij de mobiliteitstrainers en (een selectie van) de deelnemers. De gehele studie zal 24 maanden omvatten. De bevindingen zullen worden gerapporteerd in de vorm van drie wetenschappelijke artikelen en tenminste een congrespresentatie.

Samenvatting (EN)

Visual impairments are common among older people and are associated with mobility problems, limitations in physical and social functioning, and quality of life. Particularly the level of mobility is essential for conducting other activities in daily life. Mobility problems - as a result of visual impairments - may therefore threaten independent functioning of older persons. Orientation and mobility training (including the use of assistive devices such as the 'identification cane') for older persons with visual impairments may help to promote independent functioning and to improve participation and quality of life. Although there have been done some evaluation studies investigating the benefits of orientation and mobility training, these studies have substantial limitations and none of them focussed on the use of the identification cane specifically and societal outcomes next to mobility such as (social) participation and quality of life. In addition, the training programmes were heterogeneous and not standardized. In the present study we evaluate (1) the effectiveness of a standardized orientation and mobility training (particularly in using the identification cane) in older adults with visual impairments on mobility, participation and quality of life (effectiveness study); and (2) the feasibility and acceptability of such intervention program (feasibility study) to facilitate implementation later on if the intervention turns out to be effective. People are eligible for study if they: 1) ask for mobility support at one of the participating Dutch local centers of the organizations for low vision rehabilitation care i.c. SENSIS, VISIO or Bartimeus-Sonneheerdt; 2) live in the community; 3) are 55 years of age or older; and 4) are willing to participate by signing informed consent. A two group randomized controlled trial will be performed: one group (N=95) will receive the standard orientation and mobility training by trained facilitators (working at one of the low vision rehabilitation centers) and the other group (N=95) will receive training as was usual. Point of departure for the intervention in this study is a standardized protocol largely based on current (heterogeneous) practices with respect to orientation and mobility training. The proposed standard orientation and mobility training comprises 3 individual sessions for older persons with a request for mobility support. Although the instruction program is tailormade, the parts of it are well-structured. The first contact starts with a need assessment, and comprises an information session, several exercises in using the identification cane related to the need assessment, and a task to fullfill a specific action plan at home before the second session. During the second session - after 2 weeks - the action plan is evaluated and additonal exercises with the cane are conducted. Finally, a third session - again after 2 weeks - is scheduled including the evaluation of a renewed action plan (created during the second session) and exercising. Data for the effectiveness study will be collected independently by telephone interviews of 40 minutes each before randomization (randomization will be conducted on individual level), immediately after the intervention - 2 months after the baseline, and at 3-month follow-up (5 months after the baseline). The total study will take 24 months. Primary outcomes measures comprise mobility and ADL self care. Secondary outcomes comprise domestic life, interpersonal interactions and relationships, community, social and civic life, safety, use of the identification care, falls history, fear of falling and quality of life. Data for the feasibility study will be collected from intervention participants and facilitators during and immediately after the intervention. The results will be published in 3 international papers and 1 presentation at an international conference.

Betrokken organisaties

Overige betrokken organisaties

Bartimeus-Sonneheerdt
Sensis

Betrokken personen

Onderzoeker Drs. J. Ballemans
Onderzoeker Dr. G.A.R. Zijlstra
Projectleider Prof.dr. G.I.J.M. Kempen

Classificatie

A77000 Gehandicaptenzorg
D24000 Gezondheidswetenschappen

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie