KNAW

Research

Spiritual counseling

Pagina-navigatie:


Update Research data


Title Spiritual counseling
Period 01 / 2007 - unknown
Status Current
Research number OND1321120
Data Supplier Website UvH

Abstract (NL)

Het onderzoeksproject Geestelijke begeleiding omvat drie nauw samenhangende aandachtsgebieden: 1. Vormen en praktijken van alledaagse zingeving en hun existentiële dimensie 2. De aard van de mentale activiteit die bij zingeving aan de orde is 3. De relatie tussen individuele en sociale zingeving Ad. (1) Vormen en praktijken van alledaagse zingeving en hun existentiële dimensie. Alledaagse zingeving betreft de voortdurende, niet of nauwelijks bereflecteerde betekenisverleningen van mensen in hun dagelijks leven. De vanzelfsprekendheid van deze betekenisverleningen wordt doorbroken in situaties waarin de kwaliteit van ons bestaan of dat bestaan zelf in het geding is. Existentiële zingeving heeft te maken met het zoeken naar en deels ook vinden van antwoorden op levensvragen zoals: Wie ben ik? Met wie of wat voel ik mij verbonden? Hoe kan ik goed leven? Existentiële zingeving is steeds aan de orde wanneer we ons eigen leven als zinvol beleven of juist aan de zin daarvan wanhopen. In geestelijke begeleiding gaat het om vragen en problemen met betrekking tot de existentiële dimensie van (alledaagse) zingeving. Onder dit aandachtspunt valt onderzoek waarin het eigene wordt bestudeerd van alledaagse zingeving in relatie tot expliciete en bereflecteerde vormen van zingeving (levensbeschouwelijke zingeving, ultieme zingeving, spirituele zingeving, professionele zingeving), waarin van daaruit mogelijkheden voor professionele begeleiding worden onderzocht en ontwikkeld en waarin ook het professionele handelen zelf aan onderzoek wordt onderworpen, o.a. wat betreft inspiratiebronnen van de professional. Ad 2) De aard van de mentale activiteit die bij zingeving aan de orde is. Dit aandachtspunt hangt nauw samen met het vorige. Zoals in paragraaf 2.1. is uiteengezet, vatten we de term (existentiële) zingeving in ruime zin op: niet louter als een cognitieve, intentionele en autonome mentale act. Wij gebruiken de term zingeving ook om zinervaring, die ons zomaar kan overkomen, en zinbeleving, die tevens verwijst naar emotionele en affectieve aspecten, aan te duiden. Daarnaast kent zingeving een evaluatief en een handelingsaspect, waarbij de koppeling met moraal en ethiek in beeld komt. Het behoort tot de complexiteit van de geestelijke begeleiding, dat aan elk van deze aspecten recht moet worden gedaan. De projecten die gerelateerd zijn aan dit aandachtspunt leggen dan ook een noodzakelijk fundament voor het werkveld GB. Het betreft projecten die de ervarings- , belevings- en morele dimensies in de zingeving onderzoeken. Ook de vragen wat we ons voor kunnen stellen bij een humanistische spiritualiteit en wat de implicaties daarvan zijn voor geestelijke begeleiding, zijn hier aan de orde. Ad 3) De relatie tussen individuele en sociale zingeving. Een derde aandachtspunt betreft de relatie tussen individuele en sociale zingeving. Zingeving is een relationeel gebeuren dat plaatsvindt in historische, culturele en sociale contexten. De wederzijdse beïnvloeding en verbondenheid roepen vele vragen op. Van groot belang hierbij is de relatie tussen zingeving en humanisering, en de bijdrage die geestelijke begeleiding daaraan kan leveren. Een aspect van humanisering is het scheppen van voorwaarden voor het (meer) beleven van zin. Zingeving aan ons leven wordt mede bepaald door de mate waarin ons leven humaan kan worden genoemd. Men kan zeggen dat zingeving en humanisering elkaar wederzijds veronderstellen. Onderzoek op dit gebied stelt de vraag aan de orde onder welke historische, culturele en/of sociale condities zingeving als een probleem wordt ervaren. Wat is daarbij de rol van diversiteit voor wat betreft gender, leeftijd, etniciteit, schoolopleiding, maatschappelijke positie? Welke perspectieven van een zinvol bezig zijn bieden maatschappelijke en politieke instituties en andere organisaties? Hoe verhoudt persoonlijke zingeving zich tot allerlei machtsrelaties waarin iemand verkeert? Wat is de bijdrage (in positieve en negatieve zin) van geestelijke begeleiding aan dit alles? Hoe treedt de humanistisch geestelijk werker naar voren in organisaties? Wat is zijn/haar identiteit ten opzichte van andere beroepsgroepen? Vooral naar machtsrelaties die zingeving en geestelijke begeleiding beïnvloeden en naar de spanningsverhouding die soms bestaat tussen zingeving en humanisering zou meer onderzoek wenselijk zijn dan gezien de beschikbare onderzoeksformatie nu mogelijk is. Zoals gezegd hangen de verschillende aandachtspunten in het onderzoek van de sectie GB nauw samen. In een deel van het onderzoek staat de aard en methodiek van humanistische geestelijke begeleiding centraal, in het andere deel gaat het meer om de voorwaarden, context en verankering van de geestelijke begeleiding.

Related organisations

Related people

Project leader Dr.mr. A.A.M. Jorna

Related research (upper level)

Classification

A85200 Philosophy of life and religion
D33000 Theology and religious studies

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation