| Title | Effects of human co-use of wildlife overpasses on use by fauna |
|---|---|
| Period | 01 / 2007 - 12 / 2007 |
| Status | Completed |
| Research number | OND1321152 |
| [Knowledge requirements group aimed at]: An important part for a successful establishment of the National Ecological Network (NEN) and the robust corridors is to stop the fragmentation e.g. by transport corridors - of natural areas. One of the measures to counteract fragmentation is the construction of wildlife overpasses ( ecoducts ) across roads and railroads. At the same time national policies aim for an improvement of the possibilities for recreation and sports in the countryside, e.g. by the construction of a national network of hiking and biking paths and the opening up of (formerly closed) natural areas for people. In this respect co-use of wildlife overpasses by humans is frequently proposed. To decide upon such co-use carefully, it is needed to know what effects co-use of wildlife overpasses by humans will have for the ecological functioning of these crossing structures. From the literature we know that the issue has not yet been studied extensively. The impact of recreational co-use of wildlife overpasses (and underpasses) has been studied in a limited number of studies. All studies are done abroad, usually with the focus on mammal species that do not occur in the Netherlands. All studies can be characterized as monitoring studies: differences in use of crossing structures are correlated to the extent of co-use by humans. Research with an experimental design is lacking. [Research objectives]: In this project we study the effects of recreational co-use (hikers, bikers, horse riders) of wildlife overpasses on for the Netherlands characteristic mammal species, which are known to be sensitive to human disturbance. Aim of the project is to assess to what extent human co-use of wildlife overpasses affect the predetermined objectives for the overpasses in terms of wildlife crossings. The main question is whether there is a difference in overpass use by the target species as a consequence of recreational co-use. Also possible measures to reduce or prevent the impacts will be explored. [Results and products]: The research will provide insight in the response of animal species - sensitive for disturbance by humans - as a result of human co-use of wildlife overpasses (changes in acceptance of wildlife crossing structures, crossing rates, behavior during crossings, time of crossings, etc). Furthermore, recommendations will be derived how effects can be prevented or minimized by adjusting the design (e.g. dimensions) and management (e.g. regulation of human use by number, time of day, time of year) of the overpasses. Products: Research report. Article in popular-scientific journal |
| [Kennisbehoefte doelgroep ]: Een belangrijk onderdeel voor het succesvol realiseren van de EHS en de robuuste verbindingen is het tegengaan van versnippering van de natuur, bijvoorbeeld als gevolg van infrastructuur. Eén van de maatregelen is het aanleggen van ecoducten. Tegelijk is het beleid gericht op het bevorderen van een adequaat aanbod aan mogelijkheden voor openluchtrecreatie (LNV) en het bevorderen van sport en bewegen bij burgers (VWS), onder andere door realisatie en beheer van een fijnmazig, landsdekkend netwerk aan wandel- en fietsroutes en het vergroten van de openstelling van natuurgebieden voor recreanten, waar dat verantwoord is. Om dat laatste te bepalen, is het nodig te weten wat de gevolgen van het openstellen van ecoducten voor recreanten zijn voor het ecologisch functioneren. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat hierover nog weinig bekend is. De effecten van recreatief medegebruik van ecoducten (en faunatunnels) zijn in nog maar een zeer beperkt aantal studies onderzocht. Alle studies die zijn verricht zijn in het buitenland uitgevoerd, vaak gericht op soorten die niet in ons land voorkomen. Al deze studies hebben het karakter van monitoring: verschillen in het gebruik van faunapassages wordt gecorreleerd aan het medegebruik door recreanten. Onderzoek met een experimenteel karakter ontbreekt. [Doelstelling(en) van het onderzoek]: In dit project onderzoeken we de effecten van recreatief medegebruik (wandelaars, fietsers, ruiters) van ecoducten op voor Nederland kenmerkende en voor verstoring gevoelige diersoorten (middelgrote tot grote zoogdieren). Het project heeft als doel om vast te stellen in hoeverre het openstellen van ecoducten voor recreanten negatieve gevolgen heeft voor het realiseren van de ontsnipperings-doelstellingen van ecoducten. De centrale onderzoeksvraag is of er een significant verschil is in het gebruik van ecoducten door de doelsoorten als gevolg van recreatief medegebruik. Tevens zal onderzocht worden hoe eventuele negatieve effecten kunnen worden voorkómen of verminderd [Aanpak en tijdspad]: Fase 1 Voorbereiden veldonderzoek (januari-maart 2007) Interviews met beheerders van bestaande ecoducten. Opstellen meetplan voor BACI-experiment met Veluwse ecoducten. Voorbereiden veldproef (inrichten sporenbedden, opstellen recreatie-tellers en video, mobiliseren recreanten, etc). Fase 2 Veldonderzoek (april-september 2007) Uitvoering van het veldonderzoek. Fase 3 Analyse en rapportage (oktober-december 2007) Invoering van de veldgegevens. Analyse van de gegevens. Rapportage onderzoek in rapport, artikel, KennisOnline. Optioneel (afhankelijk van toekenning contrafinanciering KB1 zie punt 10): Naast een experimentele aanpak stellen we voor om tevens correlatief onderzoek te doen op de ecoducten waar recreatief medegebruik al is toegestaan: Natuurbrug Crailo (Provinciale weg/spoor Hilversum-Bussum) en Natuurbrug Slabroek (A50). Deze onderzoekslocaties vormen twee interessante contrasten: een brede, lange natuurbrug met hoge recreatiedruk (Natuurbrug Crailo) versus een smalle, korte natuurbrug met lage recreatiedruk (Natuurbrug Slabroek). [Resultaten en producten]: Het onderzoek geeft inzicht in de reactie van verstoringsgevoelige diersoorten op het medegebruik van ecoducten door recreanten (veranderingen in acceptatie van de faunapassage, gebruiksfrequentie, wijze van passeren, tijdstip van passeren, etc) en destilleert aanbevelingen hoe de effecten kunnen worden gemitigeerd door maatregelen in de sfeer van ontwerp (dimensionering/breedte, afscheiding e.d.) en beheer (regime voor recreanten wat betreft aantal, moment van de dag, moment van het jaar, etc). Producten: Onderzoeksrapport. Artikel in populair-wetenschappelijk tijdschrift. [Doorwerking van resultaten naar doelgroepen]: Het project sluit aan op vragen in de Wandelnota en kamervragen (Duijvendak) omtrent de mogelijkheden voor recreatief medegebruik van ecoducten. Het project biedt de wetenschappelijke onderbouwing van keuzes voor het al dan niet, c.q. op welke wijze en onder welke voorwaarden openstellen van faunavoorzieningen voor recreanten. Het vormt daarmee een belangrijke bouwsteen voor de plan- en besluitvorming van (robuuste) faunamaatregelen. Vanuit Rijkswaterstaat en provincies is de vraag urgent i.h.k.v. de voorbereiding van programma s van eisen voor ecoducten die binnenkort op de markt worden gezet. Tevens kan het project het draagvlak vergroten voor de aanleg van faunavoorzieningen (en natuurbeleid in brede zin) bij politiek, bestuur en maatschappij. Het project levert ook een bijdrage aan de evaluatie van het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) in 2008. |
| Secretariat | Alterra (WUR) |
|---|---|
| Collaboration | Directorate General for Public Works and Water Management (IenM) |
| Financier | Department of Knowledge (EL&I) |
| Project leader | Ir. E.A. van der Grift |
|---|
| Program | BO-01-005 City and countryside |
|---|
| A14000 | Nature and landscape |
|---|---|
| D22400 | Ecology |
Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation