| Title | Effects of human co-use of wildlife overpasses on use by fauna |
|---|---|
| Period | 01 / 2007 - 12 / 2008 |
| Status | Completed |
| Research number | OND1321241 |
| Knowledge requirements group aimed at An important part for a successful establishment of the National Ecological Network (NEN) and the robust corridors is to stop the fragmentation e.g. by transport corridors - of natural areas. One of the measures to counteract fragmentation is the construction of wildlife overpasses ( ecoducts ) across roads and railroads. At the same time national policies aim for an improvement of the possibilities for recreation and sports in the countryside, e.g. by the construction of a national network of hiking and biking paths and the opening up of (formerly closed) natural areas for people. In this respect co-use of wildlife overpasses by humans is frequently proposed. To decide upon such co-use carefully, it is needed to know what effects co-use of wildlife overpasses by humans will have for the ecological functioning of these crossing structures. From the literature we know that the issue has not yet been studied extensively. The impact of recreational co-use of wildlife overpasses (and underpasses) has been studied in a limited number of studies. All studies are done abroad, usually with the focus on mammal species that do not occur in the Netherlands. All studies can be characterized as monitoring studies: differences in use of crossing structures are correlated to the extent of co-use by humans. Research with an experimental design is lacking. Research objectives In this project we study the effects of recreational co-use (hikers, bikers, horse riders) of wildlife overpasses on for the Netherlands characteristic mammal species, which are known to be sensitive to human disturbance. Aim of the project is to assess to what extent human co-use of wildlife overpasses affect the predetermined objectives for the overpasses in terms of wildlife crossings. The main question is whether there is a difference in overpass use by the target species as a consequence of recreational co-use. Also possible measures to reduce or prevent the impacts will be explored. Results and products The research will provide insight in the response of animal species - sensitive for disturbance by humans - as a result of human co-use of wildlife overpasses (changes in acceptance of wildlife crossing structures, crossing rates, behavior during crossings, time of crossings, etc). Furthermore, recommendations will be derived how effects can be prevented or minimized by adjusting the design (e.g. dimensions) and management (e.g. regulation of human use by number, time of day, time of year) of the overpasses. Products: - Research report. - Article in popular-scientific journal. |
| Doel In dit project onderzoeken we de effecten van recreatief medegebruik (wandelaars, fietsers, ruiters) van ecoducten op voor Nederland kenmerkende en voor verstoring gevoelige diersoorten (middelgrote tot grote zoogdieren). Het project heeft als doel om vast te stellen in hoeverre het openstellen van ecoducten voor recreanten negatieve gevolgen heeft voor het realiseren van de ontsnipperings-doelstellingen van ecoducten. De centrale onderzoeksvraag is of er een significant verschil is in het gebruik van ecoducten door de doelsoorten als gevolg van recreatief medegebruik. Tevens zal onderzocht worden hoe eventuele negatieve effecten kunnen worden voorkómen of verminderd. Achtergrond Een belangrijk onderdeel voor het succesvol realiseren van de EHS en de robuuste verbindingen is het tegengaan van versnippering van de natuur, bijvoorbeeld als gevolg van infrastructuur. Eén van de maatregelen is het aanleggen van ecoducten. Tegelijk is het beleid gericht op het bevorderen van een adequaat aanbod aan mogelijkheden voor openluchtrecreatie (LNV) en het bevorderen van sport en bewegen bij burgers (VWS), onder andere door realisatie en beheer van een fijnmazig, landsdekkend netwerk aan wandel- en fietsroutes en het vergroten van de openstelling van natuurgebieden voor recreanten, waar dat verantwoord is. Om dat laatste te bepalen, is het nodig te weten wat de gevolgen van het openstellen van ecoducten voor recreanten zijn voor het ecologisch functioneren. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat hierover nog weinig bekend is. De effecten van recreatief medegebruik van ecoducten (en faunatunnels) zijn in nog maar een zeer beperkt aantal studies onderzocht. Alle studies die zijn verricht zijn in het buitenland uitgevoerd, vaak gericht op soorten die niet in ons land voorkomen. Al deze studies hebben het karakter van monitoring: verschillen in het gebruik van faunapassages wordt gecorreleerd aan het medegebruik door recreanten. Onderzoek met een experimenteel karakter ontbreekt. Werkwijze Om de onderzoeksvragen te beantwoorden stellen we een experimentele aanpak voor conform het BACI-principe (Before After Control - Impact). De Veluwse ecoducten bieden de beste mogelijkheden voor dergelijk onderzoek door de aanwezigheid van voor verstoring gevoelige zoogdiersoorten (o.a. grote hoefdieren) en vergelijkbaar habitat rondom de ecoducten. Tijdens de proef wordt het gebruik door fauna op 2 ecoducten gedurende een periode zonder en een periode met (al dan niet gesimuleerd) recreatief medegebruik gemeten, terwijl 1 ecoduct als controle dient (geen recreatief medegebruik voor hele onderzoeksperiode). Door vergelijking van de gegevens kan een effect, indien aanwezig, van recreatief medegebruik op het gebruik door fauna worden aangetoond. Resultaten Het onderzoek geeft inzicht in de reactie van verstoringsgevoelige diersoorten op het medegebruik van ecoducten door recreanten (veranderingen in acceptatie van de faunapassage, gebruiksfrequentie, wijze van passeren, tijdstip van passeren, etc) en destilleert aanbevelingen hoe de effecten kunnen worden gemitigeerd door maatregelen in de sfeer van ontwerp (dimensionering/breedte, afscheiding e.d.) en beheer (regime voor recreanten wat betreft aantal, moment van de dag, moment van het jaar, etc). Producten: - Onderzoeksrapport. - Artikel in populair-wetenschappelijk tijdschrift. Doorwerking resultaten: Het project sluit aan op vragen in de Wandelnota en kamervragen (Duijvendak) omtrent de mogelijkheden voor recreatief medegebruik van ecoducten. Het project biedt de wetenschappelijke onderbouwing van keuzes voor het al dan niet, c.q. op welke wijze en onder welke voorwaarden openstellen van faunavoorzieningen voor recreanten. Het vormt daarmee een belangrijke bouwsteen voor de plan- en besluitvorming van (robuuste) faunamaatregelen. Vanuit Rijkswaterstaat en provincies is de vraag urgent i.h.k.v. de voorbereiding van programma s van eisen voor ecoducten die binnenkort op de markt worden gezet. Tevens kan het project het draagvlak vergroten voor de aanleg van faunavoorzieningen (en natuurbeleid in brede zin) bij politiek, bestuur en maatschappij. Het project levert ook een bijdrage aan de evaluatie van het Meerjarenprogramma Ontsnippering (MJPO) in 2008. Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |
| Secretariat | Alterra (WUR) |
|---|---|
| Collaboration | Directorate General for Public Works and Water Management (IenM) |
| Financier | Department of Knowledge (EL&I) |
| Project leader | Ir. E.A. van der Grift |
|---|
| A14000 | Nature and landscape |
|---|---|
| A85300 | Leisure activities |
| D67000 | Leisure and recreation studies |
Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation