KNAW

Onderzoek

HIV-infectie in pasgeborenen: de onopgehelderde gevoeligheid voor retrovirale infectie

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel HIV-infectie in pasgeborenen: de onopgehelderde gevoeligheid voor retrovirale infectie
Looptijd 01 / 2007 - 01 / 2010
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1321985
Leverancier gegevens Aids Fonds

Samenvatting

Introductie: In de mens infecteert HIV-1 onder normale omstandigheden de T-lymfocyten door gebruik te maken van CD4+ en de chemokine receptor CCR5 of CXCR4. CCR5 komt tot expressie op geheugen T cellen maar niet op de immature ?naïeve? T-cellen van pasgeborenen. Desondanks kunnen neonaten geinfecteerd raken met R5 HIV en leidt perinatale HIV infectie tot snelle disseminatie van het virus over het immuunsysteem.Daarbij worden HIV-1-plasmaconcentraties aangetroffen (>106 HIV-1 RNA kopieën/ml plasma) die 10-100-voudig hoger zijn dan bij volwassen HIV-1-geïnfecteerde patiënten. Hoge virusconcentraties correleren met een sterk verhoogd risico op het falen van antiretrovirale therapie. Hypothese: HIV infectie in neonaten vindt plaats in CCR5 positieve monocyten die in deze fase van het leven een hoge delingscapaciteit hebben en daarmee HIV vermenigvuldiging ondersteunen. Alternatieve of aanvullende hypothese is dat naieve CD4+ T cellen een zeer lage expressie hebben van CCR5 of een alternatieve coreceptor en dat deze cellen delen (proliferatie) door stimulatie met antigen of groeifactoren (homeostatische interleukinen). Onderzoeksvraag: Wat is de belangrijkste doelwit cel voor HIV in neonaten en welke cellulaire en virale componenten spelen een rol in HIV-1 infectie van deze cellen?

Samenvatting (EN)

Introduction: Under normal conditions, the obligatory co-receptor for early HIV-1 entry, i.e. the chemokine receptor CCR5, is not expressed on naive CD4+ T cells which are the predominant if not only T cell population in the neonate. However, neonates can become infected with R5 HIV-1 through maternal-to-child-transmission (MTCT). HIV-1 infection in neonates also progresses more rapidly than in adults with higher plasma viral loads (>106 copies per ml), and an increased risk on treatment failure of HAART. Thus, although low numbers of CCR5+ T cells are present, rapid infection and replication of HIV-1 does occur in newly infected neonates and infants. Hypothesis: HIV-1 infection in neonates targets CCR5+ monocytes which in this phase of life may have high proliferative potential. Alternatively, HIV-1 infected neonates have a unique naïve CD4+ T cell population that expresses CCR5 or another yet unidentified coreceptor and that is proliferating due to stimulation by cognate antigen or growth factors, thereby maintaining a naive phenotype. Objective: To elucidate the HIV-1 target cell in neonates and the cellular and viral components involved in early HIV-1 infection of monocytes and naïve CD4+ T lymphocytes in infants.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Prof.dr. T.W. Kuijpers

Classificatie

D23110 Infecties, parasitologie
D23361 Neonatologie

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie