KNAW

Onderzoek

Harbouring Discontent. The pragmatics of atimia-terminology in the legal...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Harbouring Discontent. The pragmatics of atimia-terminology in the legal sphere of classical Athens
Looptijd 09 / 2004 - 01 / 2013
Status Afgesloten
Dissertatie Ja
Onderzoeknummer OND1322043
Leverancier gegevens Promotor

Samenvatting

In de loop van de klassieke periode ging men in Athene burgerschap steeds meer zien als een juridische status. Het promotieonderzoek van Lina van t Wout wijst uit dat deze ontwikkeling later lijkt te beginnen en langzamer verloopt dan meestal wordt aangenomen. Ze laat zien hoe het begrip burgerschap gedurende de klassieke periode vooral gerelateerd blijft aan sociale identiteit, ook wanneer het geleidelijk een juridische betekenis krijgt. Ze leidt dit af uit het gebruik van atimia-terminologie in klassieke teksten. Atimia, bij benadering te vertalen als eerloosheid , is een term die wordt gebruikt in de context van uitsluiting van burgers uit de gemeenschap. Atimia werd in de jaren zeventig van de twintigste eeuw beschreven als een straf waardoor iemand zijn burgerrechten verloor. In haar proefschrift betoogt van t Wout dat atimia helemaal geen technische juridische term was. Zij vergelijkt het gebruik van atimia-terminologie in juridische contexten, zoals wetsinscripties en gerechtsredevoeringen, met het gebruik van dezelfde termen in niet-juridische contexten, en concludeert dat steeds het perspectief van het slachtoffer , de atimos zelf, een centrale rol speelt. Burger hoort van nature bij gemeenschap De Atheense demos had de autoriteit om individuele burgers uit de gemeenschap te sluiten. Het gebruik vanatimia-terminologie geeft blijk van hun besef dat de burger in kwestie van nature bij de gemeenschap hoort. Bij diens uitsluiting is het gemeenschapsbelang daarom hooguit overwegend, maar per definitie niet onverdeeld gebaat voor de burger zelf is het immers altijd nadelig. In democratisch Athene was het inclusieve karakter van depolis-gemeenschap, waar alle Atheners deel aan hadden, een hooggewaardeerde verworvenheid. Opzettelijke uitsluiting was dus inherent problematisch: in tegenstelling tot bijvoorbeeld een tiran, kon de demos geen burgers uit haar eigen midden verwijderen zonder een ideologische crisis teweeg te brengen. De manier waarop uitsluiting geproblematiseerd werd laat volgens Van t Wout zien dat de notie van behoren tot een sociale gemeenschap in de gehele klassieke periode de kern van het democratische burgerschapsbegrip bleef. VN-gedachte in de 6e eeuw voor Christus Het onderzoek van Lina van t Wout heeft ook geresulteerd in een nieuwe interpretatie van de beruchte wet waarin de wetgever Solon (6e eeuw v. Chr.) voorschrijft dat Atheense burgers in het geval van burgeroorlog worden bestraft met uitsluiting uit de gemeenschap wanneer ze zich niet aansluiten bij één van de ruziënde partijen. Aan de hand van een zorgvuldige lezing van de oudste en meest autoritatieve bron, de Aristotelische staatsinrichting van de Atheners , laat Van t Wout zien dat de wet precies het omgekeerde voorschrijft: burgers worden verplicht zich actief op te stellen, vanuit een positie van neutraliteit. Van t Wout herleidt het tweeduizend jaar oude misverstand tot een grapje van Cicero in een van diens brieven aan Atticus . De wet wordt hiermee de oudst bekende poging om de VN-gedachte de noodzaak tot interventie door een neutrale derde ter voorkoming of beëindiging van een gewapend conflict te institutionaliseren.

Samenvatting (EN)

Atimia (literally: loss of honour; in practice: loss of citizen rights) was a regular penalty for various offences. It could range from a light version prohibition to visit public areas and temporary loss of political participation to full exclusion from civic rights with impunity for the one who killed the atimos. Most attention has been paid to its application to men. Sealey (1983), looking for indications of differences between those with and without political citizenship, suggested atimos and epitimos as the crucial vocabulary. This will not do, if it were only because epitimos occurs only rarely, but atimia is an important element in the mechanisms of Athenian citizenship. Not only men, but women too were liable to atimia, notably as a penalty for adultery. This kind of punishment and its terminology underscores the symmetry of men's and women's citizenship and the connection between its sacred and profane aspects. Prohibition of access to public areas was a major ingredient of atimia for both sexes, including exclusion from sanctuaries and public cults and from "profane" areas such as the Assembly (in fact, the concept reveals how few areas were truly profane). Men's loss of political rights thus seems to have been a part of or a consequence of atimia rather than its formative element. The aim of this sub-project is to trace the semantics of atimia (and epitimia) and to analyse the meaning of atimia as a legal practice in the context of citizenship. Except from a strictly legal point of view, secondary literature on atimia is scarce, but studies on similar concepts such as asebeia (religious offence) are available with a congruent approach of legal issues within a social framework. The methods to be used are historical semantics applied to texts in digital and published material (cf. above, section on citizenship terminology), critical analysis of forensic texts and reassessment of the legal tradition from the present viewpoint.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Classificatie

D34100 Oudheid

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie