KNAW

Research

BO-05-008 Farmers Networks for exchange of knowledge

Pagina-navigatie:


Update Research data


Title BO-05-008 Farmers Networks for exchange of knowledge
Period 01 / 2007 - unknown
Status Current
Research number OND1323317

Abstract

Virtually all Dutch farms will have to adapt their crop nutrition and soil fertility management as a result of the new legislation issued in 2006. The short term perspective of strong reductions in N-application standards in many crops on sandy soils (2006-2009), as well as the somewhat longer perspective of phosphate equilibrium (input=output) in 2015, are demanding with respect to required farm management skills. Knowledge on suitable management practices is therefore paramount, and so is the exchange of such information between farmers. This theme includes two network programs, one for dairy farmers (Koeien&Kansen), and another for arable farmers which includes open field horticultures and ornamentals (Telen met toekomst).

In the arable network, research work focuses on evaluation of specific fertilisers and application methods in particular crops and cropping systems. Other measures, such as options for crop residue management and their impact on N-losses, are included too. Research in the dairy network is organised along the lines of animal nutrition (and its impact on relation to excretion), crop production (efficient use of N-sources; attainable yield at the formal application standards), and specific studies on nitrate at field and farm levels.

Publications of this programme are available Here

Abstract (NL)

Doel:
Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater met stikstof en fosfaat veroorzaakt een slechte kwaliteit drinkwater en verstoort natuurlijke ecosystemen, niet alleen op lokale of landelijke schaal, zelf op internationale schaal. Om dit te beteugelen hebben de Europese lidstaten afgesproken zich te houden aan de Nitraatrichtlijn en aan de Kaderrichtlijn Water.

Per 1 januari 2006 heeft Nederland de verplichtingen uit de Nitraatrichtlijn geïmplementeerd in de nieuwe Meststoffenwet. Hieruit volgt dat er gewerkt zal worden met een stelsel van gebruiksnormen voor stikstof en dierlijke mest, zodanig dat de norm van 50 mg nitraat per liter grondwater niet wordt overschreden.
Met de Europese Commissie is afgesproken dat de stikstofgebruiksnormen in 2009 zullen worden afgestemd op het behalen van deze doelstelling. Deze afspraken zijn opgenomen in het Derde Nederlandse Actieprogramma (2004-2009). Dit leidt er voor een aantal gewassen toe dat daar waar toepassing van de gebruiksnorm leidt tot een overschrijding van de grondwaternorm, de stikstofgebruiksnorm de komende jaren gekort zal worden.
Met betrekking tot de gebruiksnorm voor dierlijke mest is Nederland met de Europese Commissie en de overige lidstaten overeengekomen dat Nederland in de periode 2006-2009 gebruik mag maken van een derogatie van 250 kg N/ha uit dierlijke mest (i.p.v. 170 kg N/ha).

In samenhang daarmee, om te voorkomen dat met deze hoeveelheid stikstof te veel fosfaat wordt toegediend, is tevens afgesproken dat voor fosfaat gestreefd wordt naar fosfaatevenwichtsbemesting in 2015.

Vrijwel alle landbouwbedrijven krijgen dus te maken met een aanscherpende normstelling. Dit vraagt veel van het management van de gemiddelde boer. Kennis over maatregelen die op bedrijfsniveau genomen kunnen worden is dan heel belangrijk. Een uitstekende manier om deze kennis te verspreiden is kennisoverdracht tussen boeren onderling. Daarnaast is voor het behalen van de doelstellingen het voor een aantal teeltsituaties gewenst om nieuwe bemestingstechnologieën te ontwikkelen die direct op het bedrijf toepasbaar zijn en dat dus samen met de praktijk op praktijkbedrijven te doen.

Het onderzoek in de jaren 90 naar de vraag op welke wijze praktijkbedrijven aan de milieudoelstellingen kunnen voldoen, heeft heel veel kennis en onderzoeksrapporten opgeleverd. Om die kennis bij de boeren te krijgen is die kennis aanvankelijk (vanaf 1992) op een praktijkbedrijf (De Marke) toegepast en verspreid. Later (1999 zijn daar 16 satellietbedrijven aan toegevoegd en ontstond het project Koeien & Kansen.

Ook voor de open teelten is een kennisnetwerk opgericht genaamd Praktijknetwerk Telen met Toekomst. Binnen het beleidsondersteundend mineralen en milieukwaliteitonderzoek worden inmiddels een aantal innovatieve onderzoeksprojecten uitgevoerd onder de noemer Telers Mineralen Paraat . De uitvoering van een aantal onderzoeksprojecten uit Telers Mineraal Paraat wordt waar mogelijk gedaan binnen of in samenspraak met het Netwerk Telen met toekomst. Tevens kan voor het verder toepasbaar maken van deze innovatieve technieken en de verdere kennisverspreiding hiervan gebruik wordt gemaakt van dit Netwerk.

Toepassing van de door onderzoek verkregen kennis op praktijkbedrijven en terugkoppeling over de daarbij/daardoor bereikte resultaten en waargenomen effecten en problemen. Daarnaast kunnen de netwerkbedrijven gebruikt worden om beleidsmaatregelen in de praktijk uit te testen teneinde de realisatie van de milieudoelstellingen dichte bij te brengen. Inzicht in de uitkomsten van de testen en praktijktoetsing is dan ook de belangrijkste kennisvragen en kennisbehoefte die het beleid heeft. Tevens verwacht het ministerie dat door deze projecten de acceptatie van de gebruiksnormen en het realiseren van de milieudoelstellingen wordt verbeterd.

Koeien & Kansen
Op verzoek van LNV is een meerjarig projectplan (2006-2009) opgesteld. Tevens is er voor deze periode een communicatieplan opgesteld om de resultaten uit het project op een goede manier bij de melkveehouders te krijgen. K&K kiest daarom voor een communicatiestrategie die primair gericht is op intermediairs, d.w.z. adviseurs uit het bedrijfsleven en de vakpers.

Jaarlijks wordt aan de hand van het projectplan een werkplan vastgesteld. Hierin zijn de volgende items opgenomen:

Voeding en excretie
Dit project richt zich op de veestapel van het bedrijf. Voor dit onderzoek is het nodig het voerverbruik te meten. Bij het vaststellen van de excretie van stikstof (N) en fosfaat (P2O5) van de veestapel kan de veehouder gebruik maken van forfaitaire waarden, die bepaald worden door de melkproductie per koe en het ureumgehalte van de melk. Voor jongvee gelden standaardwaarden. De veehouder kan er ook voor kiezen met de door Koeien & Kansen ontwikkelde Handreiking de excretie bedrijfsspecifiek vast te stellen. Het is van belang om te weten waar grenzen liggen (vanuit economische en welzijnsmotieven) en welke signalen aangeven dat ongewenste neveneffecten gaan optreden.

Bemesting en benutting
Dit project richt zich op de weide- en voederbouw. In de nieuwe wetgeving wordt de bemesting begrensd door gebruiksnormen voor N en P2O5 in organische meststoffen en kunstmest. Voor grasland en maïs worden deze gebruiksnormen getoetst op zogenaamde referentiepercelen. De meststofbenutting en het mineralenoverschot van deze referentiepercelen kunnen vervolgens worden berekend. De veehouder is vrij zijn meststofquotum naar goeddunken te besteden. Het is belangrijk te weten hoe de optimalisatie binnen het bedrijf verloopt, welke motieven daarbij sturend zijn en wat de gevolgen zijn voor de meststofbenutting op perceel-, gewas- en bedrijfsniveau.

Belasting grondwater met nitraat
Het hoofddoel van de mestwetgeving 2009 is de nitraatconcentratie van water te beperken tot de niveaus die de Nitraatrichtlijn eist. Achter de wetgeving (gebruiksnormen meststoffen, beperkingen grasland scheuren, verplichting nagewas, etc.) zitten veronderstellingen met betrekking tot het gedrag van meststofresten (bodemoverschot stikstof, resultaat project Bemesting en Benutting) in de bodem, veranderingen in de bodemvoorraad organische stikstof, denitrificatie en neerslagoverschot. Die relaties werden als een relatief zwak punt beschouwd bij de argumentatie van het Nederlandse derogatieverzoek. Onderzoek op het niveau van perceel, gewas en bedrijf moet het inzicht in die relaties versterken.

Technisch duurzaam functioneren van bedrijven
Een melkveebedrijf is een complex systeem waarin veel met elkaar samenhangt. Voer wordt door de dieren opgenomen, de mineralen daarin worden deels als urine en mest uitgescheiden, en worden als mest weer op of in de grond gebracht en zijn dan weer voor opname door het gewas en vervolgens als voer beschikbaar. Bij elke overdracht van mineralen kunnen verliezen optreden. Veranderingen in het bedrijfsysteem zullen op korte maar zeker ook op langere termijn gevolgen hebben voor de stikstof-, fosfaat- en koolstofkringloop, die indirect de bodem-, water- en luchtkwaliteit bepalen. Een benadering op bedrijfsniveau maakt het mogelijk deze problematiek integraal te benaderen, problemen te voorzien en tijdig met oplossingen te komen.

Het (sociaal)economisch duurzaam functioneren van bedrijven
Dit project richt zich op de vraag hoe een bedrijf zich op langere termijn sociaal-economische staande kan houden. Een bedrijf is pas duurzaam als er een inkomen wordt verdiend en er financiële ruimte zijn voor investeringen is. Door een integrale analyse wordt geprobeerd de ontwikkeling in de economische prestaties en financiële posities naar de verschillende factoren toe te delen. De resultaten van de afgelopen jaren worden vergeleken met die van spiegelgroepen in het BIN-bestand van LEI. Bij de analyse wordt ook gebruik gemaakt van het programma BAMV van DLV.

Telers Mineraal Paraat
Telers Mineraal Paraat is gericht op het toetsen en verspreiden van praktijkgerichte oplossingen om de nutriëntenbenutting in de open teelten te verhogen. Deze nieuwe methoden en technieken zijn vooral gebaseerd op het behalen van de toekomstige gebruiksnormen die de komende jaren voor stikstof op zand en fosfaat op bouwland en grasland worden aangescherpt. In 2007 ging een aantal projecten van start, in veel gevallen met cofinanciering vanuit de produktschappen. Activiteiten in 2008 liggen deels in het verlengde hiervan (voortzetting), daarnaast worden nieuwe activiteiten in overleg met de AT deelsectoren vastgesteld. Veel aandacht zal gericht blijven op stikstof op zand. Meer dan voorheen zal ook gewerkt worden aan efficiënte P bemesting, vooruitlopend op de doelstelling van evenwichtsbemesting in 2015.

Het onderzoek dat in dit thema plaatsvindt, wordt zoveel mogelijk afgestemd op kansen en knelpunten die naar voren komen binnen het netwerk Telen met Toekomst, maar vinden plaats in een apart deelprogramma: Telers Mineralen Paraat. Waar mogelijk worden de resultaten toegepast of geschikt gemaakt voor toepassing binnen het Kennisnetwerk Telen met Toekomst en zal gebruik worden gemaakt van dit netwerk voor de kennisverspreiding.

Akkerbouw
In de akkerbouw op zand wordt een meerjarige vergelijking van meststoffen en stikstofniveaus uitgevoerd in consumptieaardappel (Vredepeel) en zetmeelaardappel (Rolde). Daarnaast lopen in de akkerbouw proeven t.b.v. de actualisatie van het stikstofadvies in zaaiuien en zomertarwe.

Vollegrondsgroenten
In de vollegrondsgroenten wordt gewerkt aan strategieën (timing, plaatsing, speciale meststoffen) voor stikstofbemesting in prei, andijvie, aardbei, ijssla, bloemkool, peen, asperge en schorseneer. Daarnaast vindt onderzoek plaats naar krappere fosfaatbemesting door middel van startgiften (plaatsing, coating, perspotjes), vooral in een aantal fosfaatbehoeftige groentegewassen.

Bollen
In de bollenteelt wordt gewerkt aan de rol van stalmest in de hyacintenteelt op duinzand, met het doel vast te stellen of en hoe hoge stalmestgiften, nu gebruikelijk in die teelt, vervangen kan worden door minder belastende alternatieven.

Bomen
In de boomteelt loopt onderzoek naar het gebruik van vanggewassen in laanbomenteelt om de stikstofbenutting te verhogen en tevens organische stof aan te voeren. Ook wordt een onderzoek uitgevoerd naar grondstromen in de boomteelt bij gewassen die op kluit worden verkocht, met het doel een heldere systematiek te ontwikkelen waarmee de netto stikstof- en fosfaatafvoer met grond van bedrijven kan worden vastgesteld, ten behoeve van de normstelling. Deze onderzoeken worden afgerond in 2008.

Overig onderzoek
Binnen Telers Mineraal Paraat worden ook enkele meer fundamenteel gerichte onderzoeken uitgevoerd: naar stikstofuitspoeling uit gewasresten op zand gedurende de winter (2007-2008 aan suikerbiet blad); naar benutting van N uit mestscheidingsprodukten (Wintelré proef); en naar de mogelijkheid om fosfaat uit drainwater te vangen met fosfaatfilters (desk). Verdere invulling in 2008 zal afgestemd dienen te worden op de resultaten behaald in de lopende activiteiten.

Werkwijze
Dit thema omvat twee grote Kennisnetwerkprojecten, te weten Koeien&Kansen (melkveehouderij) en Telen Mineraal Paraat (open teelten; is gelieerd aan Praktijknetwerk Telen met toekomst ). Het doel van beide projecten is om vooruitlopend op het generieke beleid aan te geven op welke wijze bedrijfseconomisch, en milieuverantwoord, voldaan kan worden aan de toekomstige gebruiksnormen en daar waar noodzakelijk met praktijkgerichte oplossingen te komen zowel voor de melkveehouderij als voor de open teelten.

Voor Koeien&Kansen is een integraal werkplan opgesteld met als thema s (1) voeding en excretie, (2) bemesting en benutting (3) belasting grondwater met nitraat, (4) technisch duurzaam functioneren van bedrijven, en (5) het (sociaal)economisch duurzaam functioneren van bedrijven. Veel aandacht krijgen de handreiking voor de berekening van bedrijfsspecifieke excretie en het monitoren van opbrengsten en N benutting op zgn. referentiepercelen waar exact de wettelijke normen worden toegepast. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de interactie tussen bodemoverschot, denitrificatie en neerslagoverschot om inzicht te krijgen in de nitraatuitspoeling op melveehouderijbedrijven. Tot slot vinden evaluaties plaats op bedrijfsniveau op het gebied van duurzaamheid. Dit gebeurt zowel vanuit technisch en agronomische invalshoek als vanuit (sociaal)economische invalshoek.

TMP ging in 2005 van start en wordt uitgevoerd in het praktijknet Telen met toekomst op praktijkbedrijven en op proefbedrijven (Vredepeel; Rolde). Daarnaast omvat het project ook deskstudies, vaak ter voorbereiding van experimenteel werk. Vanaf 2006 en vooral 2007 werd gestreefd naar 50% medefinanciering door bedrijfsleven (PT/HPA). In 2005-2007 lag het accent op stikstofbenutting; vanaf eind 2007 is ook onderzoek gestart naar verhoging van de fosfaatbenutting, met de fosfaatnormen voor evenwichtsbemesting in het vooruitzicht. De komende jaren zal een hoge N en P benutting steeds belangrijker worden; blijvende aandacht is gericht op het omgaan met krappere N normen voor uitspoelingsgevoelige gewassen op de zandgronden.

Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Dr.ir. H.F.M. ten Berge

Related research (upper level)

Related research (lower level)

Classification

A21000 Agriculture and horticulture
D22500 Botany

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation