Doel Het platteland bevindt zich in een fase van transitie die zal leiden tot een nieuwe ruraliteit. De transitie vindt plaats onder invloed van sociaal economische en fysieke veranderingen, zoals verdergaande liberalisering (WTO), klimaatverandering, demografie, EU beleid op het terrein van landbouw, structuur, milieu en natuur (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, cohesie en regio). Daarnaast is sprake van veranderende maatschappelijke voorkeuren op het terrein van wonen, natuur/landschap en recreatie. De rijksoverheid heeft de taak om voorbereid te zijn op deze veranderingen en wensbeelden en richting te geven aan de ontwikkeling met behulp van een duidelijke visie en strategie.
Kennisbehoefte in 2008
· Wat zijn de langtermijn trends en ontwikkelingen in Europa en welke gevolgen heeft dit voor landgebruik, landschap en ecologische en socio-economische aspecten? · Wat zijn de dilemma s die voortkomen uit de scenario studies en tot welke Europese oplossingen leidt dit gebruikmakend van studies als SCENAR 2020, SEAMLESS en FARO; · Hoe kan de effectiviteit van het Europese plattelandsbeleid worden gemeten? Welke conclusies over de effectiviteit van het Europese plattelandsbeleid kunnen uit die metingen worden getrokken? Wat kunnen we daarbij leren van de aanpak in andere lidstaten? · Hoe ziet een plattelandsbeleid er uit dat rekening houdt met de specifieke situatie van NL (peri-urbaan). Welke regio s in Europa kennen een vergelijkbare uitdaging? · Het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) wordt per land steeds meer verschillend geïmplementeerd. Dit leidt tot de vraag of en welke delen van het GLB in de toekomst kunnen worden genationaliseerd. Wat is subsidiair. Welke voor- en nadelen zijn daaraan verbonden?
Publicaties bij dit programma zijn beschikbaar via deze Link |