| Doel van dit onderzoek is het in kaart brengen van de mogelijkheden en onmogelijkheden om technieken met de potentie van vergaande emissiereductie (bijv. luchtzuivering) in te zetten, bijv. als alternatief voor bedrijfsverplaatsing binnen de reconstructiegebieden, als emissiebeperkende maatregel voor bedrijven waar geen andere technieken kunnen worden toegepast.Tijdens de eerste fase (2003) is duidelijk geworden dat luchtzuivering mogelijkheden biedt voor integrale emissie-reductie, maar dat er ook belangrijke nadelen aan deze techniek kleven. De vervolgfase levert meer inzicht op in de optimalisatie- en verbetermogelijkheden, onder andere door nauwe samenspraak met producenten en leveranciers. Ook zullen de uiteindelijke gebruikers van deze techniek worden bevraagd op ervaringen en inzichten, hetgeen een bijdrage levert aan het beeld dat in de praktijk ten opzichte van luchtzuivering bestaat.Tijdens de 2e fase zal een inventarisatie worden gemaakt van mogelijkheden van praktijk- implementatie, bijvoorbeeld in een pilotgebied. Dit gebied dient bij voorkeur te liggen in de zone rond Habitat-gebieden of onderdeel uit te maken van de EHS, in welk kader vergaande emissie-reductie aan de orde is. Tevens worden de contouren zichtbaar gemaakt van een monitoringsprogramma, gericht op het vaststellen van het effect van inpassing van deze techniek op de belasting (ammoniak, geur) van het betreffend gevoelige gebied. Deze praktijk-implementatie vormt vooralsnog geen onderdeel van het onderzoek dat binnen dit programma wordt uitgevoerd. Op basis van een in detail omschreven aanpak zal worden gezocht naar mogelijkheden voor financiering. |