KNAW

Onderzoek

Verkenning gevolgen voor de biologische landbouw bij aanpassing GLB

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Verkenning gevolgen voor de biologische landbouw bij aanpassing GLB
Looptijd 06 / 2007 - 11 / 2007
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1323733

Samenvatting

De LTO vakgroep biologische landbouw van LTO en Biologica wil een verkenning naar de gevolgen van de voorgestelde veranderingen in het GLB voor de biologische landbouw. Doel van de studie is inzicht te geven in het systeem van het GLB, de voorgestelde veranderingen en de daaraan gekoppelde kansen en bedreigingen voor de biologische landbouw. Aan de hand hiervan wordt in een workshop de agenda geformuleerd. Op basis hiervan kan de biologische sector bijvoorbeeld inbreng leveren in de bredere maatschappelijke dialoog over de voorwaarden voor het toekennen van bedrijftoeslagen. Achtergrond: Het Europese landbouwbeleid kende een laatste grote hervorming die in Nederland in 2006 in werking trad. De steun werd grotendeels ontkoppeld van de productie en er werden bedrijfstoeslagen op basis van historische rechten ingesteld (toeslagrechten). Bij de besluitvorming in Nederland in 2004 over toepassing van het stelsel is gesteld dat de gemaakte keuzes voorlopig zijn en dat de besluiten tot, ten minste, 2009 de basis zijn voor de toepassing van GLB in Nederland. In of voor 2009 is een evaluatie voorzien. Dit betreft het evalueren van de grondslag van de bedrijfstoeslagen en de vraag of ontkoppeling kan plaatsvinden bij de premies die nu nog gekoppeld zijn aan de productie. Deze evaluatie sluit aan bij het voornemen van de Europese commissie om een `Health check¿ wat betreft het GLB uit te voeren, bedoeld voor het verbeteren van de werking van het GLB. Het huidige kabinet heeft in het regeerakkoord opgenomen om meer maatschappelijke voorwaarden te willen koppelen aan het toekennen van toeslagen. Men denkt hierbij aan extra voorwaarden op het gebied van voedselveiligheid en ¿zekerheid, instandhouding van het landschap en de zorg voor milieu en dierwelzijn. Om een bedrijfstoeslag en andere rechtstreekse steun te kunnen ontvangen, zijn binnen het GLB normen vastgelegd (de `randvoorwaarden¿ binnen pijler 1) en in kunnen in het plattelandsbeleid (pijler 2) maatregelen worden opgenomen die landbouwers helpen te voldoen aan EU-normen voor productie m.b.t. milieuzorg, kwaliteit en dierenwelzijn. Het GLB biedt daarmee de mogelijkheid om duurzame landbouw, met de biologische landbouw als voortrekker, verder te stimuleren. Probleemstelling De vakgroep biologische landbouw van LTO en Biologica wil graag meer inzicht in het GLB en de effecten van de eventuele veranderingen van het GLB voor de biologische landbouw en de verschillende sectoren daarbinnen. Binnen deze verkenning wil men ook graag aandacht voor de invulling van pijler 2 die de elementen bevat waarop de biologische landbouw zich graag als voortrekker wil profileren.Activiteiten: Voorbereiding en projectleiding Dit betreft het maken van het Plan van Aanpak, het managen van het projectteam en regelmatig overleg met de opdrachtgever. Inventarisatie veranderingen GLB Op welke punten wordt het EU-beleid mogelijk aangepast en wat zijn de gevolgen voor de landbouw en biologische landbouw in het bijzonder? Er worden enkele recente rapporten (o.a. LEI (de Bont), Alterra, MNP) bestudeerd aan de hand waarvan mogelijke veranderingen in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid worden geïnventariseerd (o.a. overgang naar flat rate, aanpassing AGF-clausule, braakregeling, zuivelbeleid, verduurzaming (b.v. koppelen aan certificering in rapport Smit, Jukema en Prins)). De inventarisatie omvat ook gesprekken met betrokken onderzoekers, een interview met een beleidsambtenaar van LNV en enkele telefonische interviews met sectorvertegenwoordigers die (ervarings-)kennis van het GLB hebben. Effecten voor biologische landbouw Binnen dit onderdeel,worden de gevolgen van mogelijke veranderingen in het GLB voor de biologische landbouw in kaart gebracht. In welke mate ontvangt de biologische landbouw nu bedrijfstoeslagen (op basis van historische rechten) in vergelijking met niet-biologische bedrijven? Wat betekent de overgang naar een systeem met flat rate? Heeft de AGF-clausule bijzondere gevolgen voor de biologische landbouw? Mogelijkheden Pijler 2 (plattelandsbeleid POP) Een nieuw GLB zou instrumenten te bevatten die biologische bedrijven beloont voor hun prestatie op het terrein van duurzaamheid zoals de positieve effecten op het terrein van dierenwelzijn, biodiversiteit en klimaatverandering. Dat kan collectief via hectaretoeslagen en / of op basis van groene en blauwe diensten of via andere steunmaatregelen m.n. van belang bij intensieve biologische sectoren zoals glastuinbouw, pluimvee- en varkenshouderij. Welke zijn mogelijke instrumenten die de biologische landbouw kan ondersteunen? De biologische sector geeft de voorkeur aan een generiek instrument (biologisch breed); de gedachte gaan uit naar een soort uitbreiding van de huidige certificeringskosten en compensatie voor MVO (natuur, biodiversiteit). De sector ontvangt nu compensatie voor de certificeringkosten (SKAL) van ¿650 per bedrijf ongeacht de productieomvang. Nagaan wat de mogelijkheden zijn met ook aandacht voor de vraag in welke mate pijler 2 een evenredige beloning tussen regio¿s borgt. Internationale aspecten Hoe wordt de biologische sector in verschillende EU-landen ondersteund? (indicatie concurrentiepositie) In deze fase wordt op hoofdlijnen geïnventariseerd op welke wijze enkele andere EU-landen invulling geven aan de ondersteuning van de biologische landbouw. Belangrijke vraag daarbij is of hier duidelijke afwijkingen bestaan ten opzichte van manier waarop de Nederlandse overheid de biologische landbouw ondersteunt. Hierbij worden maximaal 3 landen onderzocht: België, Duitsland en Verenigd Koninkrijk (gesprek/interview: Jenneke Leferink (LNV DK). Kernvraag daarbij is: Welke aanvullende regelingen zijn er voor ondersteuning van de biologische sector (vanuit de EU en per individueel land)? Naast desk research zal per land o.a. een telefonisch interview plaatsvinden met een deskundige ter plaatse. Workshop (inclusief voorbereiding en verslaggeving) De resultaten van fase 2 tot en met 5 worden tijdens een te organiseren workshop teruggekoppeld met sectorvertegenwoordigers. Aanvullingen, opmerkingen en kanttekeningen uit de workshop zullen verwerkt worden in de rapportage. Rapportage en afronding De resultaten van het project worden gerapporteerd in de vorm van een bondige notitie (intern rapport). Afbakening De verkenning is gericht op de biologische landbouw en de belangrijkste voorgenomen veranderingen in het GLB. In de verkenning worden de volgende sectoren meegenomen: akkerbouw/vollegrondsgroenten, melkveehouderij, vleesvee, varkens en kippen, fruit, bollen, glas. Interne notitie / document

Samenvatting (EN)

Description problem/question: The section organic farming of LTO and Biologica wants to gain an insight into the Mid Term review including the effects of possible changing in MTR to the organic farming sector. Objectives: The aim of this study is to gain an insight into the system of MTR, its changes proposed including the chances and threats to organic farming. Results and products: A pithy confidential report and workshop.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Ing. S.R.M. Janssens

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)

Classificatie

A20000 Plantaardige productie en dierlijke productie
D42200 Bestuurskunde

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie