KNAW

Onderzoek

Stroomdalvegetaties

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Stroomdalvegetaties
Looptijd 01 / 2003 - 12 / 2004
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1324552

Samenvatting

Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de interacties tussen rivierkundige processen en de ontwikkeling van stroomdalgraslanden in de uiterwaarden van de Rijntakken.    Op hoog- en laagdynamische locaties langs Waal, en IJssel zijn gegevens verzameld over de samenstelling van de stroomdalvegetaties, en over de afzetting van zand, silt, en klei en de kwaliteit van het substraat (humusgehalte, pH, fosfaatgehalte, en textuur). De gegevens zijn gekoppeld aan berekeningen van de overstromingsdiepte- en frequentie. Op de onderzoekslocaties zijn minimaal twee raaien uitgezet waarlangs het onderzoek heeft plaatsgevonden. Op basis van alle verzamelde gegevens is een conceptmodel van morfologische en vegetatiekundige ontwikkeling gemaakt, uitgaande van laterale uitbouw van een uiterwaard. Het eerste stadium in het model is de vorming van een aanwas langs de oever die na ongeveer een halve eeuw zo hoog is dat de zandbank voor het grootste deel van het jaar droogvalt en zich een overstromingsgrasland op het zandige substraat kan vestigen. Enkele honderden jaren later heeft dit proces zich inmiddels geulwaarts herhaald, terwijl de oorspronkelijke zandbank is omgevormd tot een oeverwal door opslibbing met licht zavelig sediment. De oeverwal stroomt nog maar eens per 4 à 5 jaar onder. Deze condities zijn gunstig voor de ontwikkeling van een stroomdalgrasland. Door verder laterale uitbouw van de uiterwaard neemt de afstand tot de geul toe. De sedimentatiesnelheid neemt af en er wordt alleen bij extreem hoog water (eens per 10 tot 100 jaar) nog wat kleiig sediment afgezet. Het stroomdalgrasland ontwikkelt zich dan tot een glanshavergrasland. De natuurlijke degradatie van stroomdalgraslanden die voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt door kleiafzetting en ontkalking is moeilijk tegen te gaan. In het huidig vastgelegde riviersysteem, waarin weinig ruimte is voor laterale aanwas van uiterwaarden, kan pleksgewijs verjongen (afgraven) van oeverzones een maatregel zijn die de vorming van nieuwe fysiotopen voor stroomdalgraslanden initieert.   Doorwerking Inzichten uit deze studie zijn van belang bij zowel het maken als het evalueren van plannen voor het rivierengebied. Daarnaast zijn de gegevens van belang voor het beheer van graslandreservaten in uiterwaarden. De uitkomsten van het project zijn relevant voor de koppeling van hydraulische en landschapsecologische modellen, waarmee perspectieven van diverse scenario¿s verder verkend zullen worden.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Projectleider Dr. H.P. Wolfert

Bovenliggende onderzoeksactiviteit(en)

Classificatie

A12000 Oppervlaktewater en grondwater
A14000 Natuur en landschap
D15600 Hydrosfeerwetenschappen
D22400 Ecologie

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie