| Bij DNA-methylering wordt een methylgroup, een C-atoom met 3 H tjes, aan een stukje DNA gehangen. Dit is een voor de cel simpele maar doeltreffende manier om een gen langdurig uit te schakelen. Dat is prima als deze cel een gen bijvoorbeeld een bepaalde tijd niet nodig heeft, maar methylering van verkeerde genen kan dramatische effecten hebben. Bij darmkanker blijken een aantal genen die bij celgroei een rol spelen ten onrechte gemethyleerd te kunnen zijn. Foliumzuur (vitamine B11) en andere B-vitaminen spelen een belangrijke rol als methyldonor bij de methylering van DNA. Lage inneming van deze vitaminen zou kunnen leiden tot een veranderde, ongewenste, DNA-methylering die het ontstaan en de groei van darmtumoren zou kunnen bevorderen. De vraag is of deze mogelijke relatie tussen B-vitamine status en DNA-methylering voor iedereen geldt of dat sommige mensen gevoeliger hiervoor zijn dan anderen. Dit kunnen mensen zijn met een eerste graadsfamilielid met dikke darmkanker (zo n 10% van de Nederlandse bevolking), mensen met een erfelijk darmkankersyndroom (HNPCC) of mensen met een aangeboren variatie in een van de genen die een rol speelt bij de omzetting van foliumzuur of DNA-methylering. Doel van dit onderzoek is te onderzoeken of B-vitamines een rol spelen bij DNA-methylering en of dit verschillend is voor mensen met een hoger risico op dikke darmkanker, bijvoorbeeld door familiegeschiedenis van dikke darmkanker. Werkwijze De rol van B-vitamine status bij DNA-methylering zal onderzocht worden met behulp van drie bestaande onderzoekspopulaties: 1) een steekproef uit de Nijmeegse bevolking, 2) patiƫnten met eerdere darmpoliepen (mogelijk voorstadium van darmkanker), 3) patiƫnten en familieleden met het erfelijke darmkankersyndroom HNPCC. In populaties 1 en 2 zullen de mensen met en zonder een eerste graads familielid met dikke darmkanker apart worden bekeken. Betekenis voor de kankerbestrijding Deze studie geeft ons de mogelijkheid om de rol van DNA-methylering en B-vitamines te bestuderen in mensen met en zonder een verhoogd risico op dikke darmkanker. Hierdoor leren we niet alleen iets over het ontstaan van dikke darmkanker, maar de resultaten zijn ook belangrijk voor de discussie of we nu wel of niet in Nederland graanprodukten moeten gaan verrijken met foliumzuur. Het is belangrijk om uit te zoeken of sommige mensen gevoeliger zijn voor foliumzuur voordat de inneming in Nederland voor iedereen hoger wordt. |