| Er zijn verschillende overzichtstudies die het effect van psychosociale interventies op het verlagen van distress (onwelbevinden) onder patiënten met kanker onder de loep hebben genomen. Bij een kritische evaluatie van de effecten blijkt dat de effecten tegenvallen. Veel studies evalueren de effecten niet heel streng. Belangrijk voor de ontwikkeling van dit terrein in Nederland is bovendien dat veel van de interventiestudies in de VS zijn uitgevoerd. Het is belangrijk dat we ons realiseren dat indien we het effect van een interventie willen weten, we die afzetten tegen wat er aan normale dagelijkse zorg gegeven wordt. Het is dus van belang dat we interventies die effectief lijken te zijn in een ander gezondheidszorgsysteem ook in Nederland toetsen en bij voorkeur ook op verschillende plaatsen in Nederland. Dit is van belang met het oog op de generaliseerbaarheid van mogelijke resultaten en vergroot de kans op gebruik ervan op verschillende plaatsen in Nederland. Verschillende auteurs hebben aanbevelingen gedaan voor een goede uitvoering van dit type onderzoek, zoals het laten deelnemen van voldoende patiënten, het bij toeval toewijzen van patiënten aan de experimentele of de gebruikelijke standaard zorg en het evalueren van wat er nu precies in de therapie is gedaan. Bij het overzien van het veld van onderzoek staan we voor om uit te gaan van onderzoek dat al succesvol is gebleken. We willen daarom een behandeling van een groep onderzoekers uit de VS testen in de Nederlandse situatie. Het onderzoek van die onderzoekers zal in grote lijnen worden herhaald en er zullen een aantal zaken aan worden toegevoegd. Het onderzoek zal zich richten op patiënten die op basis van een screening redelijk veel distress vertonen. De patiënten die bij die problemen ondersteuning wensen krijgen een therapie aangeboden dan wel de gebruikelijke standaardzorg. In de experimentele behandeling worden problemen die patiënten ervaren besproken en met de therapeut wordt bezien hoe hier mee om te gaan dit wordt gedaan aan de hand van een specifieke methode (problem-solving theapie). Naast het onderzoeken van de directe effecten op distress gaan we ook de effecten en processen van verandering bekijken van een aantal fysiologische- en psychologische aspecten. De factoren die we daartoe meenemen zoals cortisol, het gevoel van controle die mensen over hun leven ervaren en de wijze waarop ze problemen aanpakken sluit aan bij ondermeer eigen onderzoek en op recente inzichten. We hopen zo niet alleen zicht te krijgen op de effecten maar ook meer te kunnen zeggen over factoren die een rol spelen in die uitkomsten. Er zullen in totaal 160 patiënten meedoen aan het uiteindelijke interventie onderzoek, waarbij de helft de nieuwe therapie krijgt en de helft de normaal geboden standaardzorg. Voor, na de therapie en na nog eens na 3 en 9 maanden nemen we vragenlijsten af en wordt op sommige momenten de fysiologie afgenomen. Het onderzoek dat vanuit Groningen wordt opgezet zal worden uitgevoerd samen met collega s die werkzaam zijn in een aantal andere centra (in: Amsterdam, Den Haag/Leiden en Maastricht). Dit is van belang met het oog op de haalbaarheid, de zeggingskracht van de resultaten en zal, indien het programma effectief is, bijdragen aan de verspreiding door Nederland. |