| Zowel bij astma als bij COPD is er sprake van een aanhoudende ontsteking van het longweefsel. Bij beide aandoeningen kan die ontsteking bovendien plotseling verhevigen (exacerbatie), bijvoorbeeld als reactie op de aanwezigheid van een virus in de longen. Dit project richt zich op twee aspecten van de opflakkerende ontstekingen bij astma en COPD. Enerzijds op de vraag waarom de ontsteking zo hevig kan toenemen, anderzijds op het feit dat de opflakkerende ontsteking bij mensen met ernstig astma en mensen met COPD soms niet goed bestreden kan worden met medicijnen (corticosteroïden). De onderzoekers hopen hier een antwoord op te krijgen door zich te verdiepen in de moleculaire details van de aanmaak van zogeheten ontstekingsmediatoren, de door het longweefsel uitgescheiden stoffen die ontstekingscellen aantrekken. De aanmaak van deze stoffen in het longweefsel is afhankelijk van de aanwezigheid van zogeheten mRNA, het werkbriefje waarop het recept staat voor deze ontstekingsmediatoren. mRNA is normaal gesproken slechts korte tijd in een cel aanwezig. Na enige tijd wordt het werkbriefje verscheurd , waardoor het recept niet langer kan worden afgelezen en de aanmaak van de ontstekingsmediator stopt. Voor dit verscheuren van het wekbriefje zijn onder andere zogeheten microRNA s nodig, kleine moleculen die in de cel worden aangemaakt. In dit project zal worden nagegaan of de hoeveelheid en/of de eigenschappen van de microRNA s in longweefsel van mensen met (ernstig) astma, COPD of gezonde mensen van elkaar verschillen. Indien dit zo is, bieden deze verschillen mogelijk een verklaring voor het ontstaan van de hevige ontstekingsreacties in de longen van mensen met (ernstig) astma of COPD. En indien verschillen in microRNA s (mede) verantwoordelijk blijken voor het ontstaan van exacerbaties bij astma en COPD, zouden deze microRNA s mogelijk ook een nieuw doelwit kunnen zijn voor vormen van behandeling van het ontstekingsproces. |