| Een groot stilist is een vast epitheton in de literaire kritiek, maar in de neerlandistiek ontbreekt het aan een instrumentarium om de stijl van een roman grondig te analyseren. Uitspraken over de stijl van een roman zijn daardoor vaak impressionistisch van aard: sober , barok , onpersoonlijk , levendig , etc. Mijn onderzoek beoogt aan de hand van een literair-stilistische analyse van zes moderne Nederlandse romans te laten zien hoe stijlonderzoek op een wetenschappelijke manier kan worden aangepakt. Vernieuwend is dat daarbij gebruik zal worden gemaakt van zowel taalkundige (cognitief-linguïstische) als literaire inzichten. Het doel van mijn onderzoek is de ontwikkeling en toetsing van een analyseapparaat (een samenhangend geheel van begrippen en methoden) voor de stilistische analyse van moderne Nederlandse verhalende teksten. Daartoe worden de romans van zes auteurs (Reve, Grunberg, Dorrestein, Haasse, Bouazza en Voskuil) met een door critici als herkenbaar eigen aangemerkte stijl als casus genomen. De analyse van de romans zal zich richten op vragen als: welke taalmiddelen worden er gebruikt? Wat zijn de effecten daarvan? En in het bijzonder: wat is de samenhang tussen micro- (stijl) en macroniveau (inhoud, betekenis) van de tekst? De taalkunde (cognitieve linguïstiek) wordt ingezet om op het spoor te komen van de stilistisch relevante eigenschappen van een roman (d.m.v. een checklist), en om na te gaan wat de effecten zijn van de gekozen stijlmiddelen. Daarnaast is er in inleidende beschouwingen aandacht voor de geschiedenis van de stilistiekbeoefening in Nederland, en de rol die stijl speelt in de literaire kritiek. |