| Op papier is het allemaal keurig geregeld. Er bestaan nationale en internationale richtlijnen en voorschriften hoe kinderen met astma het beste behandeld kunnen worden. En er bestaat voldoende wetenschappelijk bewijs dat die behandeling ook echt werkt. Desondanks hebben veel kinderen met astma regelmatig last van klachten als piepen en kortademigheid, zelfs als hen de medicijnen zijn voorgeschreven die de richtlijnen aanraden. Het probleem is namelijk dat de medicijnen in de dagelijkse praktijk vaak niet of niet goed gebruikt worden. Wat de redenen van deze zogeheten slechte therapietrouw bij kinderen zijn, is tot op heden niet goed bekend. Dit project heeft als doel hierin (enig) inzicht te verschaffen. Hiertoe zullen150 kinderen met astma die onder behandeling staan van een longarts een jaar lang nauwgezet worden gevolgd. Aan het begin van dat jaar krijgen alle kinderen (en hun ouders) uitleg over de ziekte astma, hoe hiermee om te gaan en hoe de voorgeschreven medicijnen te gebruiken. Vervolgens wordt een jaar lang nagegaan hoe veel astmaklachten de kinderen hebben, hoeveel schoolverzuim zij als gevolg van hun aandoening hebben en of zij hun medicijnen wel gebruiken. Voor dat laatste worden hun inhalatieapparaten uitgerust met microchips die het medicijngebruik kunnen registreren. Daarnaast zullen de opvattingen van de ouders ten aanzien van de aandoening van hun kind via vragenlijsten en interviews in kaart worden gebracht. Dit om na te gaan in hoeverre opvattingen van de ouders op dit onderwerp van invloed zijn op het (correct) gebruik van de medicijnen door de kinderen. Al met al zal dit onderzoek naar verwachting voldoende gegevens opleveren om meer inzicht te krijgen in de redenen van slechte therapietrouw bij kinderen met astma. Hetgeen handvatten zal bieden om de therapietrouw op een doelgerichte manier te verbeteren. |