| In de sociale wetenschappen wordt veel gedrag van agressieve jongens verklaard uit de zogenaamde homophilic selection -theorie. Agressieve jongens zouden actief op zoek zijn naar gelijkgestemde vrienden, om samen rotzooi te trappen. Het onderzoek van Jelle Sijtsema stelt de nodige vraagtekens bij deze theorie. De vriendschapsvoorkeuren van agressieve jongens wijken niet af van jongens die sociaal en/of niet-agressief zijn. Dit blijkt uit een analyse van vriendschapsnetwerken in Nederlandse schoolklassen, gebaseerd op vragenlijsten over het sociale leven van jongeren. Sijtsema haalde zijn gegevens uit de langlopende TRAILS studie onder middelbare scholieren. Sijtsema deed ook onderzoek naar de samenhang tussen lichamelijke kenmerken en agressie. Hieruit blijkt dat jongens die in rust een lage hartslag hebben, meer geneigd zijn sensatie te zoeken en daardoor vaker in conflict komen met autoriteiten. Dit is een opmerkelijk resultaat: al vaker werd geopperd dat dit verband er zou zijn, maar het was nog nooit goed onderzocht. Bij meisjes werd een verband tussen lage hartslag in rust en agressiviteit niet aangetoond. Verminderde angst of een gebrek aan prikkels uit zich bij meisjes wellicht op een andere manier dan in agressie, suggereert Sijtsema. Wel blijkt dat meisjes die gevoeliger zijn voor stress en niet zo goed in de groep liggen, eerder geneigd zijn tot fysieke agressie. Meisjes die minder gevoelig zijn voor stress, vertonen eerder relationele agressie (roddelen, buitensluiten etc). Met deze nieuwe inzichten kunnen jongeren geholpen worden hun agressie te verminderen. In plaats van gestraft, zouden agressieve jongens getraind moeten worden in sociale vaardigheden. Zo kunnen ze aansluiting vinden bij jongens die sociaal en niet-agressief zijn. Ook helpt het onderzoek om verschillende vormen van agressie bij meisjes te onderscheiden. |