| Het conflict dat in Ivoorkust tussen 2002 en 2007 woedde tussen regeringstroepen en rebellen heeft geleid tot de militarisering van veel jonge burgers die toetraden tot beide vijandelijke kampen, vooral in het westen van het land. Het is met name interessant dat veel van deze jongeren een rol van forenzende militair hadden, waarbij periodes van semimilitair werk onder enige vorm van krijgshiërarchie werden afgewisseld met periodes thuis waarin zij in een bijna alledaagse routine vervielen. Dit werd vooral karakteristiek voor de Ivoriaanse oorlog toen het verworden was tot een situatie van geen vrede, geen oorlog waarbij geweld sporadisch nog opflakkerde, maar uitsluitend tijdens bepaalde periodes en binnen bepaalde contexten. Magali Chelpi-den Hamer deed onderzoek naar de verschillende processen die leidden tot de militarisering en demilitarisering van jongeren. Ze deed dit in een context waarin de grenzen tussen de militaire, burgerlijke en humanitaire arena s nooit strikt zijn geweest en wisselden al naar gelang de conflictfase, het sociale netwerk van het individu in kwestie en de mate waarin er van lokale werving sprake was. |