| Uitbarstingen van etnisch geweld in het postcommunistische Europa leidde in de jaren negentig van de vorige eeuw tot grote wetenschappelijke belangstelling voor de conflictgebieden in het voormalige Oostblok. Rosa Lehmann richt haar aandacht juist op een gebied waar vreedzame relaties de overhand bleven houden en stelt de vraag: waarom bleef etnisch geweld in het postcommunistische Polen uit? Deze vraag onderzocht zij aan de hand van een historisch-antropologische studie naar de Pools-Oekraïnse relaties in Polen. Die waren midden vorige eeuw extreem gewelddadig en eind vorige eeuw vreedzaam. Lehmann concludeert dat de basis voor de huidige vreedzame relaties werd gelegd in de communistische periode, toen Polen zich ontwikkelde tot een etnisch homogene samenleving met een almachtige staatsbureaucratie. De postcommunistische regimes bouwden voort op deze sterke Poolse eenheid en deden meer. Zij stelden de politieke soevereiniteit van het nieuwe democratische Polen veilig door de soevereiniteit van de buurlanden te erkennen en de rechten van de eigen minderheden te respecteren. Het gematigd en de-escalerend optreden van de Poolse overheid legde de basis voor vertrouwen in een vreedzame transitie onder de gehele Poolse bevolking. Dit breed gedragen vertrouwen vormde een belangrijke buffer tegen een gewelddadige escalatie van etnische spanningen en conflicten en maakte een Pools-Oekraïense verzoening tijdens de jaren negentig van de vorige eeuw mogelijk. |