| Het afweersysteem beschermt ons lichaam tegen schadelijke indringers, zoals bacteriën, door deze aan te vallen en onschadelijk te maken. Het afweersysteem kan worden ingedeeld in aangeboren en verworven afweer. De aangeboren afweer is al bij de geboorte aanwezig. De verworven afweer ontwikkelt zich tijdens je leven, afhankelijk van met welke ziekteverwekkers je in aanraking komt. Grote problemen bij levertransplantaties zijn het voorkomen van infecties en afstoting van de lever. Wanneer patiënten een nieuwe lever krijgen, moeten ze medicijnen slikken die het afweersysteem onderdrukken. Anders zou het afweersysteem de nieuwe lever aanvallen omdat het denkt dat het een schadelijke indringer is. In dat geval wordt de lever afgestoten . Deze medicijnen onderdrukken de verworven afweer, waardoor de patiënten heel afhankelijk worden van hun aangeboren afweer om infecties te voorkomen. Het zogenaamde Mannose Binding Lectin (MBL) is een belangrijk onderdeel van de aangeboren afweer. Na transplantatie kan de hoeveelheid MBL in het bloed erg veranderen. Gebleken is dat na transplantatie, de donorlever deze hoeveelheid bepaalt. Als je bijvoorbeeld vóór de transplantatie veel MBL in je bloed had en dan een donorlever krijgt van iemand die weinig of geen MBL maakt, je dan na de transplantatie ook een lage hoeveelheid MBL hebt. Ook bleek dat deze patiënten vaker infecties kregen. De natuurlijk afweer, waar de ontvanger van de lever juist heel afhankelijk van is, kan dus verminderen door de soort lever die men krijgt. Het doel van dit onderzoek is om van twee andere stoffen te onderzoeken of die een soortgelijk effect hebben op de uitkomst van levertransplantaties. Wanneer de kennis hierover uitgebreid wordt, kan in de toekomst hier rekening mee worden gehouden. De donor en de ontvanger kunnen dan bijvoorbeeld beter op elkaar afgestemd worden. Dit zou een aanzienlijke verbetering van de uitkomst van levertransplantaties kunnen betekenen. |