| Sinds 1800 zijn vanuit Nederland duizenden zendelingen, missionarissen en helpers actief geweest in overzeese gebieden. Zij waren niet alleen bezig met bekeringsarbeid, maar hebben ook religies en landstreken bestudeerd, antropologisch onderzoek verricht, woordenboeken en bijbelvertalingen samengesteld, dagboeken en reisverslagen geschreven, gefotografeerd, gefilmd en gedocumenteerd. Naast kerken stichtten zij ook scholen, ziekenhuizen of kranten en waren zij op allerlei andere manieren sociaal actief. Over hun arbeid en arbeidsveld hebben zij op grote schaal in het moederland informatie en propaganda verspreid via brieven, verslagen, boeken, tijdschriften, drukwerken, kranten, radiouitzendingen, films. Binnen Nederland leidde het werk van missie en zending tot een uitgebreide structuur van ondersteunende organisaties. Het zendings- en missiewerk kende een hoogtijperiode tussen de laatste decennia van de negentiende eeuw en 1940. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde het van karakter, vooral onder invloed van dekolonisatieprocessen. Rond 1960, eindpunt van dit project, was het tijdperk van de klassieke missie en zending afgelopen. Aan de protestantse kant werd de zending zowel binnen als buiten de kerkgenootschappen georganiseerd. Zo bestonden er naast vele landelijke en plaatselijke zendingsgenootschappen ook zendende kerkgemeenten en ondersteunende organisaties. De katholieke missie werd uitgevoerd door ruim honderd religieuze orden en congregaties met eigen hulporganisaties, naast algemene en overkoepelende instellingen. De zending concentreerde zich tot 1940 op de Nederlandse koloniën, vooral Nederlands-Indië. De katholieken waren wereldwijd actief, maar de grootste inzet bestond ook hier in Suriname, de Antillen en vooral Indië. Dit complex van zendings- en missie-instellingen heeft een grote hoeveelheid particuliere archieven en documentatie voortgebracht. Het doel van dit project is het materiaal uit de periode 1800-1960 op te sporen en te ontsluiten ten behoeve van het onderzoek naar uiteenlopende aspecten van de buiten-Europese geschiedenis. Daartoe worden basisgegevens verzameld over de organisaties en hun archieven, en over personen die van bijzonder belang zijn geweest in het zendings- of missieveld. Hieraan worden variabele gegevens toegevoegd, die het materiaal op functionele, geografische en thematische aspecten ontsluiten. Het eindresultaat van het project zal langs elektronische weg geraadpleegd kunnen worden. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland (Vrijgemaakt) te Kampen en de Radboud Universiteit te Nijmegen. Aan beide instellingen wordt tegelijk onderzoek uitgevoerd dat in nauw verband staat met het Repertorium van zendings- en missiearchieven. Het Kamper project heeft betrekking op de geschiedenis van de protestantse zending op Nieuw-Guinea na de Tweede Wereldoorlog, in het bijzonder vanwege de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt). Het Nijmeegse onderzoek zal zich bezig houden met de rol van Nederlandse missionerende onderwijsorden of congregaties bij de vorming van nieuwe, technisch geschoolde elites in de periode tussen ca. 1920 en 1960. Daartoe worden twee regio s met elkaar vergeleken. Een daarvan zal Nieuw-Guinea zijn. |