| Dit onderzoek richt zich op het 13e boek van de Punica, het epos van de Romeinse dichter Silius Italicus (±23 - ±102 n.Chr.). Dit epos beschrijft de geschiedenis van de Tweede Punische Oorlog. In boek 13 lezen we hoe Hannibal te horen krijgt waarom hij Rome nooit zal innemen, dat de stad Capua, waarvan de inwoners naar de Carthagers waren overgelopen, door de Romeinen wordt ingenomen, en dat Scipio door middel van een dodenoffer van de Sibille zijn eigen toekomst en die van het Romeinse volk te horen krijgt. Ik schrijf een commentaar op dit boek, waarbij de nadruk ligt op de tekstcohesie en de intertekstualiteit, maar waarin ook filologische en cultuurhistorische onderwerpen aan bod komen. Mijn aandacht gaat in het bijzonder uit naar de wijze waarop Silius zijn verhaal presenteert, zowel vanuit literaire als linguïstische invalshoek. Hieronder valt niet alleen de presentatie op scèneniveau, maar ook de verbanden die gelegd worden binnen de Punica als geheel (zoals tussen de eerste twee boeken en boek 13, en tussen de boeken 13 en 17) en tussen de Punica en eerdere werken (met name de Aeneis van Vergilius, maar meer in het algemeen de poëtische en historiografische tradities). |