| Het laatste decennium staat het recidivebegrip weer sterk in de belangstelling. Politiek en bestuur willen zicht hebben op de prestaties van het ambtelijke apparaat. Op het terrein van de strafrechtstoepassing wordt recidive, of meer precies: het uitblijven daarvan, omarmd als een passende en efficiënte kwaliteitsmaat. In zijn proefschrift In de oude fout laat Bouke Wartna zien onder welke voorwaarden recidivecijfers aanwijzingen vormen van de effecten van het strafrechtelijk ingrijpen. Wartna is programmaleider van de Recidivemonitor, een project van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie. Met dit project wordt de strafrechtelijke recidive van zo goed als alle justitiabelen op een eenduidige manier in kaart gebracht. Slechts enkele Europese landen zijn daartoe op dit moment in staat. In Nederland gebruikt Justitie de cijfers in trendstudies en bij uiteenlopend evaluatieonderzoek. Wartna waarschuwt evenwel voor overschatting. Kale recidivecijfers tonen niet aan hoe effectief straffen zijn. Om vast te stellen of een interventie werkt moet ook bekend zijn hoe hoog de terugval was geweest als de interventie niet zou zijn toegepast. Er moet met andere woorden een vergelijking worden gemaakt. Daarnaast dient men zich steeds af te vragen wat de doelstellingen van de sancties zijn. Moet de straf voorkomen dat de dader opnieuw een delict pleegt of fungeert zij toch vooral als vergelding voor het onrecht dat is aangedaan? In het laatste geval is recidiveonderzoek niet het geëigende evaluatie-instrument. Bij een straf als een leerstraf ligt dat anders. Daar is het finale oogmerk wel degelijk het voorkómen van nieuw crimineel gedrag en kan de mate van succes dus met behulp van recidiveonderzoek worden bepaald. Maar niet met een enkel percentage, de effectiviteit kan alleen vergelijkenderwijs worden vastgesteld. Bovendien moet de recidivemeting zijn ingebed in wat Wartna de evaluatieketen noemt. We willen ook weten waarom en hoe een strafrechtelijke interventie de kans op herhaling kleiner maakt. Aan de fase waarin de uiteindelijke outcome wordt gemeten gaan daarom andere, meer kwalitatieve vormen van onderzoek vooraf. |