KNAW

Onderzoek

Bedrijfsvergelijking botrytis de lisianthusketen

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Bedrijfsvergelijking botrytis de lisianthusketen
Looptijd 2004 - onbekend
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1329431
Leverancier gegevens Productschap Tuinbouw

Samenvatting

Schade door Botrytisaantasting is één van de grootste kwaliteitsproblemen bij Lisianthus. Er zijn echter grote partijverschillen in de mate van aantasting. Naast verschillen, veroorzaakt door cultivar- en seizoensinvloeden zijn er grote herkomstverschillen. Er zijn bedrijven die bovengemiddeld last hebben, maar er zijn ook bedrijven die vrijwel nooit keuropmerkingen krijgen. Naast onbekende factoren in de teelt die bovengenoemde verschillen veroorzaken, geldt ook voor het post-harvest deel van de keten dat onvoldoende bekend is welke factoren en conditionering uitwerking hebben op de uitbloeikwaliteit van Lisianthus. Het Botrytisprobleem is een grote schadepost voor de Lisianthustelers en doet de naam van het product geen goed.
In het najaar van 2004 is bij 13 bedrijven met Lisianthus Kyoto Purple een bedrijfsvergelijkend onderzoek uitgevoerd door PPO Glastuinbouw en Flora Holland. Op de bedrijven is het klimaat in de kas gemeten en zijn bedrijfs- en teeltgegevens verzameld. Op elk bedrijf is maximaal zes maal geoogst met minimaal een week ertussen. De bloemen hebben een standaard afzetsimulatie ondergaan en zijn in elke fase van de keten beoordeeld op Botrytisaantasting. Tevens is het vaasleven bepaald. Van maximaal drie partijen bloemen per bedrijf is de Botrytisaantasting na een periode van hoge RV beoordeeld, al dan niet met een extra besmetting met sporen.
Er zijn grote bedrijfs- en partijverschillen in het optreden van Botrytis na de oogst gevonden. Uit analyse van alle gegevens blijkt dat klimaatfactoren de beste verklaring van de verschillen geven. Een groot deel van de verschillen in aantasting van de bloemen werd verklaard door de oogstperiode en het klimaat. Licht en CO2 waren de belangrijkste klimaatsfactoren in het berekende model. Er was een duidelijk verband tussen meer licht en een lage CO2 concentratie in de kas en minder Botrytisaantasting na de oogst. Van hoge lichtintensiteit is bekend dat dit invloed heeft op Botrytis, maar dit is helaas door de tuinder moeilijk te beïnvloeden. Het verband tussen aantasting en CO2 concentratie is mogelijk een afgeleide van de omstandigheden in de kas, zoals ventilatie en luchtbeweging. De kastemperatuur verklaarde, na correctie voor het seizoenseffect, een deel van de verschillen in Botrytisaantasting; een lage kastemperatuur van 13-16°C, leverde meer aantasting op. De RV in de kas had weinig invloed op de Botrytisaantasting na de oogst. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek is het nog niet mogelijk om concrete teeltmaatregelen te adviseren die Botrytisaantasting kunnen verminderen. Onderzoek geeft wel duidelijk richting in welke hoek de oplossing gezocht moet worden.
A&F heeft de invloed van verschillende naoogstomstandigheden onderzocht. Koelen helpt altijd. Botrytis houdt niet van kou, de kieming en uitgroei wordt geremd. Dit effect is altijd sterker dan eventuele gevolgen als gevolg van natslaan van het gewas door de temperatuurwisselingen. RV in een bos bloemen is altijd hoog. Hierbij krijgt Botrytis altijd voldoende gelegenheid om te kiemen. Een RV van 85 % in de koelcel en luchtbeweging rond de bloemen moet ervoor zorgen dat de RV in de bos omlaag gaat. Met koeling én luchtbeweging is het mogelijk Botrytisaantasting bij Lisianthus te verminderen.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Contactpersoon D. Kraaijeveld

Classificatie

A21000 Landbouw en tuinbouw
D43000 Economische wetenschappen

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie