KNAW

Onderzoek

Biologische bestrijding palmzaadkever

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Biologische bestrijding palmzaadkever
Looptijd 2005 - onbekend
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1329464
Leverancier gegevens Productschap Tuinbouw

Samenvatting

De palmzaadkever is een toenemend probleem in de glasteelt van palmen en aanverwante potplanten. Gebaseerd op een gedegen studie naar het voorkomen en het gedrag van het insect, worden in dit project beheers- en bestrijdingsmaatregelen ontworpen. Deze maatregelen worden vervolgens op praktijkbedrijven getoetst.
Voortgang/resultaten
Op laboratorium- en plantniveau is de gevoeligheid van de kever voor acht chemische middelen, twee schimmelsoorten, een nematodesoort en twee roofmijtsoorten getest.
Op laboratoriumniveau bleek de volwassen kever voor vijf van de acht chemische middelen zeer gevoelig te zijn. Één van de middelen had helemaal geen effect. Op grotere schaal, bij het aangieten van deze middelen op aangetaste chamaedorea stekken, hadden nog vier chemische middelen een goede werking tegen de kever. Het dompelen van het zaad in een oplossing met schimmelsporen leidde tot een redelijke vermindering van het aantal volwassen kevers. Bovendien was er een effect te zien op het aantal larven. Het dompelen van het zaad in een oplossing met een insectenpathogene nematode had geen effect op het aantal levende kevers en een klein effect op de larven. Bij het aangieten van deze twee biologische bestrijders op aangetaste chamaedorea-stekken werd er geen effect op het aantal kevers gevonden. Het aangieten van een schimmeloplossing had wel een werking tegen de larven.
De roofmijtsoorten waren in het laboratorium in staat de larven van de palmzaadkever te prederen. Hierbij was er een duidelijke voorkeur voor de larven ten opzichte van de eieren. Een aantal biologische en chemische middelen zijn in een kasproef getest met stek van chamaedorea en kentia. Hier werden drie chemische middelen, twee insectpathogene schimmels en een roofmijt getoetst. In de kentia-teelt werd geen aantasting gevonden. In de teelt van chamaedorea s werd gedurende 18 weken de palmzaadkever in de behandeling met een nieuw chemisch middel goed onderdrukt met gemiddeld 1 aangetast zaad per stek. De aantasting bleef hier gedurende heel de teelt laag. De stekken die met beschikbare chemische middelen werden behandeld kwamen rond de 4 tot 6 aangetaste zaden uit. Onder deze omstandigheden was de bestrijding met de insectpathogene schimmels en roofmijten onvoldoende. Het is mogelijk dat de roofmijten bij een lage plaagdruk van de palmzaadkever een bijdrage hadden kunnen leveren aan de bestrijding. Waarschijnlijk hebben ze in een teelt echter geen voorkeur voor de larven van de palmzaadkever, maar voor andere bodeminsecten.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Contactpersoon D. Kraaijeveld

Classificatie

A21000 Landbouw en tuinbouw
D22500 Plantkunde

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie