KNAW

Onderzoek

Ontwikkeling van een biopesticide tegen trips en spint

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Ontwikkeling van een biopesticide tegen trips en spint
Looptijd 2004 - onbekend
Status Afgesloten
Onderzoeknummer OND1329693
Leverancier gegevens Productschap Tuinbouw

Samenvatting

In dit project worden enkele veelbelovende bacteriestammen gescreend op hun parasitaire werking tegen trips (Frankliniella occidentalis) en spint (Tetranychus urticae). De ontwikkeling vindt plaats samen met Koppert BV
Voortgang/resultaten
Er is behoefte aan effectieve biologische bestrijdingsmiddelen tegen plagen zoals trips en spint. Deze plagen vormen in een groot aantal sectoren een belangrijk probleem. In de periode 2003-2005 hebben Plant Research International B.V. en Koppert B.V. in nauwe samenwerking met het Productschap Tuinbouw onderzoek gedaan aan bacteriën als bestrijdingsmiddel voor insecten en mijten. De belangrijkste doel-organismen waren trips en spint, beide belangrijke plagen in diverse teelten.
Aanleiding voor het onderzoek was de vondst dat bepaalde endofyten (bacteriën die in de plant leven) hoge sterfte van trips konden veroorzaken wanneer deze insecten met de bacterie bespoten werden. Het onderzoek was erop gericht voldoende gegevens te verzamelen op grond waarvan een bacterieel pesticide tegen trips en spint ontwikkeld kon worden. In het onderzoek werden zowel gegevens over de effectiviteit van de bacteriën tegen plaag-insecten en -mijten verzameld als ook gegevens over de effecten van temperatuur, luchtvochtigheid, concentratie etc. Daarnaast is aandacht besteed aan effecten op niet-doelorganismen. Een biologisch middel moet immers veilig zijn voor mens en milieu. Bovendien moet een middel inpasbaar zijn in biologische en geïntegreerde teelt, en mag daarom bijvoorbeeld geen negatieve effecten hebben op nuttige predatoren en parasieten.
In de loop van het onderzoek zijn verschillende bacterie-isolaten onderzocht en steeds is getoetst of deze isolaten qua werking en veiligheid voldoende perspectief boden als mogelijk nieuw bestrijdingsmiddel. Uiteindelijk zijn de onderzochte bacterie-isolaten om verschillende redenen allemaal afgevallen.
Wat deze studie wel heeft opgeleverd is het inzicht dat verschillende soorten bacteriën die in of op de plant kunnen voorkomen een dodend effect op insecten en mijten kunnen hebben. Hoewel het hier beschreven onderzoek niet geresulteerd heeft in een nieuw bestrijdingsmiddel heeft het wel laten zien dat bacteriën in en op de plant in potentie grote effecten op gewasbelagers kunnen hebben.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Contactpersoon D. Kraaijeveld

Classificatie

A21000 Landbouw en tuinbouw
D22400 Ecologie

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie