Met het afvoeren van kluiten gaat veel organische stof uit de bouwvoor verloren. Bovendien bestaan de meest gebruikte gaaslappen uit het slecht afbreekbare acryl. In het project zijn alternatieven beproefd voor (traditionele) kluiten van de maten 60-80 en 80-100 van sierheesters en coniferen in de volle grond. Voortgang/resultaten Aanpak De coniferen waar rooi- en verplantproeven gedaan zijn, waren Thuja occidentalis Brabant en Smaragd . De meegenomen heesters zijn: Prunus laurocerasus Otto Luyken en Caucasica . Het rooien gebeurde met kluit en met naakte wortel (wel/niet met worteldip, wel/niet met Phormizak). Voor uitplanten werden de gewassen kort (vier dagen) tot lang (56 dagen) bovengrond in een loods bewaard. De proefjaren waren 2000 en 2002, proeflocaties Boskoop (veengrond) en Horst (zand). Resultaten Uit alle proeven bleek dat worteldip en/of Phormizak de gerooide kluiten niet kunnen vervangen. Gerooide planten met naakte wortel gaven hoe dan ook een slechte aanslag na verplanten. Het wortelstelsel van heesters en bomen is dicht vertakt, waardoor een gel van worteldip moeilijk door kan dringen. Extra beschermen van kluiten met een Phormizak had alleen zin als de planten gedurende lange tijd bovengronds bewaard werden (in dit geval in een loods). Kluiten doorstonden probleemloos de bewaring en gaven daarna een goede aanslag. |