KNAW

Research

Regrowth rinsing permanent plants

Pagina-navigatie:


Update content


Title Regrowth rinsing permanent plants
Period 2001 - unknown
Status Completed
Research number OND1330071
Data Supplier Productschap Tuinbouw

Abstract (NL)

Exporteurs van vaste planten vroegen eind 1999 een onderzoek aan naar de slechte hergroei van veel vaste planten in Amerika. Het effect van waterdruk tijdens spoelen, al eerder onderzocht bij het proefstation in Boskoop, bood geen aanknopingspunten. In dit project zijn meerdere aspecten tijdens spoelen en verpakken onder de loep genomen: rooitijdstip, aantal spoelen, droogmethode na spoelen, vulmiddelen en verschillende verpakkingfolies. Het onderzoek is gedurende 2000 t/m 2002 uitgevoerd door PPO Lisse en Cornell University in de VS.
Voortgang/resultaten
Vier experimenten eerste jaar
In overleg met enkele grote exportbedrijven is het probleem van hergroei geïnventariseerd en is een lijstje met probleemsoorten opgesteld. In het eerste jaar van het project zijn vier experimenten uitgevoerd, waarin de effecten zijn bestudeerd van: het aantal malen spoelen, het uitdrogen na het spoelen, het vochtgehalte in de dozen en de vochtdoorlatendheid van de folie en de omdoos.
Hieruit is geconcludeerd dat de onderzochte factoren zeer weinig effect hadden op de kwaliteit en de hergroei, zowel in Nederland als in de VS. Alleen het vochtgehalte van het vulmiddel (turf) had effect. Het standaard vochtgehalte van 42% en een iets hoger vochtgehalte (50%) werkten positief. Droger (38%) of natter (60%) had kwaliteitsverlies tot gevolg.
Verder onderzoek tweede jaar
In 2002 zijn de factoren die een verschil opleverden, opnieuw onderzocht. De soorten die in 2001 een verschil te zien gaven, werden onderworpen aan verschillende spoel- en droogregimes: het aantal malen spoelen (Phlox, Omphalodes en Epimedium) , het uitdrogen na het spoelen (Epimedium, Helleborus en Omphalodes) en het vochtgehalte in de dozen (Phlox, Omphalodes, Epimedium en Delphinium). Een nieuw aspect in 2002 was het effect van het rooitijdstip op kwaliteit en hergroei. Deze proef is uitgevoerd met Phlox, Helenium, Delphinium en Solidago. De helft van de planten is opgeplant op de proeftuin in Lisse en de helft per container verzonden naar Cornell University, Ithaca, VS. In Lisse zijn beoordeeld de opkomst van de planten en de gewasstand. In de VS zijn de planten bij aankomst beoordeeld op vitaliteit en vervolgens op potten geplant.Na enige tijd is de beworteling vastgesteld. De rooitijdstippenproef is alleen in de VS opgeplant en beoordeeld. Alle planten zijn voor verzending veel langer bewaarddan in 2001 en in zee-containers verstuurd. De proef in Lisse, waarbij de effecten zijn bestudeerd van het aantal malen spoelen, het uitdrogen na het spoelen en het vochtgehalte in de dozen op de opkomst en gewasstand, toonde geen significante verschillen aan. De rooitijdstippenproef is in Lisse niet opgeplant.
Waarnemingen in de VS
- In Phlox en Epimedium waren geen effecten waarneembaar van 2 of 8 maal (!) spoelen.
- Omphalodes is in alle behandelingen afgestorven (deed het in Nederland ook slecht; te kleine plantjes).
- Geforceerd drogen had een negatief effect op de opkomst van Epimedium. Drogen bij 10 C was slechter dan bij 0.5 C.
- Het vochtgehalte in de doos had geen effect op de kwaliteit van Phlox. Epimedium deed het beter in 31 % vocht dan in de hogere percentages. Dit wijkt af van het eerste proefjaar.
De grootste verschillen werden waargenomen in de rooitijdstippenproef (planten werden gerooid tussen week 40 en week 51 en volgens praktijk gespoeld, gedroogd en getransporteerd).
· Alle Phloxen overleefden het spoelen en het transport, maar groeiden het best wanneer ze gerooid waren tussen week 46 en week 51.
· Helenium deed het prima in alle behandelingen. Géén effect van rooiweek.
· Solidago gaf eveneens weinig verschil te zien. De variatie tussen de planten was vrij groot.
· Delphinium reageerde zeer sterk op het rooitijdstip. Alle planten gerooid tussen week 40 en 43 overleefden het transport niet. Groei was optimaal in planten gerooid in week 46 en nam sterk af in planten gerooid vanaf week 49. Dit betekent dat vroeg rooien desastreus is, laat rooien slecht en dat het optimale rooimoment een korte periode daar tussenin beslaat, die vermoedelijk ook nog van jaar tot jaar verschuift.

Related organisations

Related people

Contact person H. van Gent

Classification

A21000 Agriculture and horticulture
D22500 Botany

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation