KNAW

Research

Manure application in spring time on clay soils when growing winter wheat

Pagina-navigatie:


Update content


Title Manure application in spring time on clay soils when growing winter wheat
Period 01 / 2008 - 12 / 2008
Status Completed
Research number OND1330725

Abstract

Research objectives:
To stimulate, facilitate and research methods to apply manure on clay soils for arable cropping (wheat) in spring time.

Results and products:
Report on effects soilstructure, yield and emission of different methods for manureapplication on clay soils in spring time, when growing winter wheat.

Abstract (NL)

Doel:
Stimuleren en onderbouwen van nieuwe technieken die als best geselecteerde bewerkingen kansrijk zijn in wintertarwe in het voorjaar. Daarnaast faciliterend optreden naar praktijk en bedrijfsleven bij ontwikkeling goede methoden voor mesttoediening in graan.

Werkwijze:
In 2007 zijn de eerste veelbelovende resultaten gevonden bij mesttoediening in wintertarwe. Mesttoediening kon plaatsvinden gedurende een relatief zonnige droge periode. Vooralsnog is de verwachting dat in de tarwe het sleepslangaanvoer systeem ( navelstreng ; niet te verwarren met de sleepslangenmachine) in combinatie met zodenbemester zeer kansrijk is. Voortbouwend op de bevindingen in 2007 wordt in 2008 de ontwikkeling en toepassing van mesttoediening in het voorjaar in graan verder gestimuleerd en onderbouwd. Keuzen worden gemaakt uit nieuwe en praktijktechnieken die als best geselecteerde bewerkingen kansrijk zijn in wintertarwe.
De in 2007 opgerichte begeleidingsgroep met vertegenwoordigers uit de loonwerksector (CUMELA), fabrikanten (Federatie Agrotechniek) en de praktijk (LTO) wordt voortgezet. Belangrijk aspect is het betrekken van de praktijk om breed gedragen oplossingen in beeld te krijgen en te ontwikkelen. Details van de onderzoeksopzet worden uitgewerkt en besproken met deze begeleidingscommissie.
Dit project faciliteert en begeleidt de ontwikkeling van effectieve en wettelijk toegelaten mechanisatie door loonwerkers. Toetsing van de methoden vindt plaats in proeven op praktijkschaal met o.a. opbrengstmetingen en bodemstructuurwaarnemingen. Tevens worden emissiemetingen uitgevoerd om snel een beeld te krijgen over de prestatie (emissie en N-werking) van een methode. De proeven op praktijkschaal worden uitgevoerd in Noord-Nederland, Zuid-West Nederland en Midden-Nederland met een onderverdeling naar de Flevopolder en de Wieringermeerpolder (waar ook de emissiemetingen gepland zijn) .

Werkwijze:
De volgende activiteiten worden ondernomen:
1. Discussie met begeleidingscommissie
- discussie ervaringen resultaten 2007, knelpuntanalyse, brainstorm aanpak
- opstellen plan van aanpak (ondersteuning/facilitering ontwikkelingen, proeven op praktijkschaal en emissiemetingen)

2. Facilitering/ondersteuning bij nieuwe ontwikkelingen
Om bodemstructuurschade te voorkomen worden metingen uitgevoerd aan bestaande apparatuur. Samen met de loonwerksector worden gewichtsverdelingen van machines bepaald en adviezen opgesteld om bodemstructuurschade te voorkomen. Deze metingen zijn faciliterend naar de praktijk om zo beter inzicht te verschaffen in mogelijkheden om bodemstructuurschade te voorkomen. Adviezen kunnen gericht zijn op bandenkeuze, gewichtsverdeling of evt. teeltaanpassingen om toch met beperkte schade in het voorjaar het land te berijden.

3. Aanleg proeven op praktijkschaal en utvoeren emissiemetingen ammoniak
In wintertarwe wordt de toepassing met een sleepslangenaanvoermachine en een toepassing met een zodenbemester met tank of tank met onkruideg vergeleken. De objecten worden vergeleken met een onbereden object . Bij de aanleg van de proefvelden worden waarnemingen met een penetrometer uitgevoerd en grondmonsters genomen om verschillen in bodemverdichting aan te tonen. Bij de oogst worden opbrengstbepalingen uitgevoerd. Emissiemetingen worden uitgevoerd met de zgn. micrometeorologische massabalansmethode en natchemische monstername van de ammoniakconcentratie. Het toedienen van de mest wordt uitgevoerd met praktijkmachines. De proeven op praktijkschaal worden aangelegd in Noord-Nederland, Zuid-West Nederland en Midden-Nederland met een onderverdeling naar de Flevopolder en de Wieringermeerpolder (waar ook de emissiemetingen gepland zijn).

4. Ondersteuning (kenniscommunicatie) naar de praktijk. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij Optimalisatie Mineralengebruik van LTO (vertegenwoordigd in begeleidingscommissie), waarbij bezoeken aan de proefvelden georganiseerd worden.

5. Resultatenrapportage en evaluatie van de methoden m.b.t. operationaliteit, gewas- en bodemstructuurschade, gewasopbrengst, stikstofbenutting en NH3 emissie.
Planning en projectduur
- Het project start winter 2007-2008 en wordt eind 2008 afgerond.
- Eind 2007/voorjaar 2008 komt de begeleidingscommissie bijeen
- In overleg met de begeleidingscommissie wordt een detailplan opgesteld.
- In de winter 2007-en voorjaar 2008 wordt faciliterend/ondersteunend meegewerkt bij nieuwe ontwikkelingen en ideeƫn.
In voorjaar 2008 worden proefvelden aangelegd en emissiemetingen ammoniak uitgevoerd aan een aantal geselecteerde potentieel goede methoden.

Resultaten:
Verwachte resultaten 2008
Activering van de loonwerksector en industrie, zodanig dat met telers daadwerkelijke oplossingen worden ontwikkeld voor emissiearme voorjaarstoediening op klei in graan. Verwacht mag worden dat, zonder deze begeleidende inspanning, er een autonome ontwikkeling zal plaatsvinden in de richting van toediening zonder deugdelijke inwerking (dus hoge emissie en lage N-werking), of (ingeval van handhaving door AID) het verdwijnen van dierlijke mest uit de akkerbouw op klei.
Afbakening
Het veldonderzoek concentreert zich op de voorjaarstoepassing van mest in wintertarwe. Vanuit het project worden geen machines gebouwd, maar vindt facilitering/ondersteuning plaats bij ontwikkelingen in de praktijk.
Effect
Het project levert een bijdrage en onderbouwing aan het verschuiven van najaarstoepassing van dierlijke mest op kleigrond naar toepassing in het voorjaar, waardoor stikstofverliezen naar het milieu worden beperkt en toepassing van mest in de akkerbouw overeind blijft.

Resultaten en producten:
De voortgang wordt gerapporteerd aan opdrachtgever. December 2008:
In korte projectbladen worden ervaringen na de eerste veldperiode samengevat t.b.v. intermediairs en de primaire sector. Najaar 2008 worden de resultaten vastgelegd in een projectrapport. Voorts wordt relevante informatie verspreid via artikelen in vakbladen.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Researcher Ir. P.H.M. Dekker
Researcher Ing. J.M.G. Hol
Researcher Dr.ir. G.D. Vermeulen
Project leader Dr.ir. J.F.M. Huijsmans

Related research (upper level)

Classification

A10000 Exploitation and management physical environment
A21000 Agriculture and horticulture
C50000 Environmental studies
D22500 Botany

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation