KNAW

Research

The functioning and meaning of complex habitats for maintaining biodiversity

Pagina-navigatie:


Update content


Title The functioning and meaning of complex habitats for maintaining biodiversity
Period 01 / 2008 - 12 / 2008
Status Completed
Research number OND1330802

Abstract

Knowledge requirements group aimed at
There is sometimes a mismatch between the level of management tools and the needed sustainable ecosystem level in order to protect species. Especially species which need more than one habitattype during their live-cycle or species who live on the specific gradient of two types, urge for special management combinations. There is an urgent need for this type of knowledge.

Research objectives
Getting a list of gradient species including their spatial and abiotic demands. Matching these requirements to habitattypes and management requirements. Insight in needed connection and/or combinations of habitattypes on the ecosystem level.
Testing of the results in a specific nature area.

Results and products
Report and presenting the results by lectures and website.

Abstract (NL)

Doel
Het Nederlandse natuurbeleid heeft als doel het behoud van biodiversiteit. Nu zijn er twee belangrijke 'tools'; het EHS-beleid en het VHR-beleid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van indelingen in natuurdoeltypen en habitattypen. Het beheer is afgestemd op deze typen. Het risico van een dergelijke indeling is dat op de verschillende onderscheiden typen wordt gestuurd/beheerd. Hierdoor kan de samenhang tussen typen verloren gaan en 'natuurlijke' processen niet overeen komen met het schaalniveau van deze typen. Dit alles kan vooral terug worden gevonden in het ontbreken van gradiënten. Soorten en vegetaties die afhankelijk zijn van deze gradiënten kunnen hierdoor verdwijnen. Als in het handboek natuurdoeltypen wordt gekeken, zijn dit juist vaak de a-typische soorten.

Er moet inzicht komen bij welke natuurdoeltypen en habitattypen er aandacht nodig is voor gradiënten, ook gezien het duurzaam behoud van doel- en VHR-soorten. Kennis verzamelen ten aanzien van gradiëntsoorten en gradiënttypen, en beschrijving van ruimtelijk en abiotische eisen. Vervolgens moet ook duidelijk worden welke (combinaties van) pakketten van het programma beheer geïntegreerd dienen te worden om dergelijke gradiëntsoorten en typen te behouden.. Dit moet er toe leiden dat beheerders in het vervolg de mogelijkheden en ruimte binnen PB-pakketten benutten en/of betere combinaties van pakketaanvragen doen

Werkwijze
De aanpak zal vanuit eisen die soorten stellen worden vormgegeven

1. In eerste fase van het project zal het werkprogramma nader worden gepreciseerd en ligt de nadruk op selectie (en argumentatie) van gradiëntsoorten inclusief benodigd detailniveau voor beschrijven eisen leefgebied (subtype, type of hoger schaalniveau). Uitgangspunt is dat niveau van beschrijving praktische handvatten biedt voor beheer (definitiestudie). Dit moet dan leiden tot een detaillering en een fasering van de aanpak. Dit is een go/no go moment
2. De nadruk ligt op uitwerken lijst gradiëntsoorten, naar ecologische eisen en voorwaarden voor duurzaam beheer. Er worden drie lijnen onderscheiden:
0 Welke soorten hebben behoefte aan (micro)gradiënten en ecotonen of mozaïeken van habitats.
0 Welke soorten hebben behoefte aan (macro)gradiënten tussen verschillende habitats of habitattypen. [mozaïeksoorten; randsoorten, broed- foerageergebied, zomer- winterleefgebied; afhankelijk van afstand die soorten af kunnen leggen irt gebiedsniveau]
0 Daarnaast zal er aandacht zijn welke habitats samen voorkomen in een natuurlijk ecosysteem. Wat zijn hierbij de kritieke processen (dynamiek, ecohydrologie). Welk schaalniveau hoort hierbij. Kan een beheerder deze samenhang binnen zijn gebied realiseren of is dit simpelweg niet groot genoeg. (kennisverzameling).

De aanpak van het project zal zich richten op:

- een lijst met gradiëntsoorten
- hun ecologische vereisten,
- hun gewenste beheer, in termen van mogelijkheden binnen en combinaties tussen pakketten beheer.

Belangrijke kennisbronnen zijn:

- handboek Natuurdoeltypen
- informatie profielen
- OBN-resultaten
- Databases Alterra met soortinformatie, programma beheer, LDV
- Biodiversiteit Hooghouden (Alterra rappport E. Weeda)
- Kennisbasis onderzoek speerpunt Veerkracht

Resultaten
Rapport met beschrijving en toelichting in foto s van gradiënttypen en gradiëntsoorten. Ook daarin koppeling met pakketten Programma Beheer. Inclusief digitaal bestand waarin gegevens (lijsten soorten en typen; ecologische randvoorwaarden beheer en beheerpakketten) zijn opgenomen.
Presentatie van rapport en gebruik bestand op bijeenkomst Steunpunt Natura 2000, OBN- bijeenkomsten en/of studiedagen beheerders.

Doorwerking resultaten
Overleg met doelgroep gedurende het gehele project, mogelijk via workshops en betrekken lokale actoren in de case study fase. Waar mogelijk contacten via of meeliften met Steunpunt Natura 2000, OBN-bijeenkomsten of studiedagen van beheerders.
De verzamelde kennis zal ontsloten worden via website Steunpunt Natura 2000 en/of Gebiedendatabase LNV en/of site Natuurkwaliteit.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Researcher Drs. M.E.A. Broekmeyer
Researcher Dr. H.F. van Dobben
Researcher Drs. R. Pouwels
Researcher Drs. E.J. Weeda
Project leader Dr.ir. R.J. Bijlsma

Related research (upper level)

Classification

A14000 Nature and landscape
D22400 Ecology

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation