KNAW

Research

Sustainable use of soils

Pagina-navigatie:


Update content


Title Sustainable use of soils
Period 01 / 2005 - 12 / 2009
Status Completed
Research number OND1330850

Abstract

Description:
Implementation sustainable soil use in practice

- Assessment of soil use in recreational areas
- Soil Services
- Sludges

In 2008 the government will publish a decision on soil quality. Part ofthis decision is the spreading of light contaminated sediments. It is still aquestion what the effect of the spreading policy is on the soil quality andsustainability of the system. The Technical Commission Soil Quality, supportedby the ministeris of LNV, VROM and Ven W, has initiated a definition study toidentify the research needs. Based on this study a project proposal will bemade for the period 2008-2010.

Research objectives:
Stimulation of sustainable soil use in agriculturalpractice, by:

- Increase of knowledge about soil biodiversity,compaction and sustainable use of soils
- Investigation of most important examples ofnon-sustainable soil use
- Definition of promising solutions for sustainable soiluse
- Improving the knowledge of soil and grass managementto decrease the amount of pollutants in animal fodder (part 5)
- Defining sustainable soil use in nature reserve areas
- Inventarisation of current practice in recreationalareas
- Defining possibilities for improvement.
- Report recommendation.

Soil services

- Support for pilot projects regarding soilservices

Sludges
Establishing the risk of spreading of sediment. Supply of knowledge anddata necessary for the policy evaluation on soil quality in 2011

Results and products:

- Brochures and books with easily accessibleinformation about subjects like agrobiodiversity, compaction and sustainableuse of nutrients
- Power point presentations about sustainable soil use with useful

Abstract (NL)

Doel
SPADE: Bevorderen van overdracht van bestaande kennis naar de praktijk

- Implementeren van delen van aanbevelingen DuBoNa br> - Definiëren of omschrijven van Duurzaam Bodemgebruik in recreatiegebieden
- Beantwoorden van kennisvragen uit praktijkpilots Bodemdiiensten
- Inzicht in effect van bodemverontreiniging in toemaakdek op orgaanvlees en inzicht in bodembeheer welke de problemen kan verkleinen.
- Vaststellen van de effecten van het verspreiden van baggerspecie. De grond- en baggerstudie dient een brede opzet te krijgen, waardoor de resultaten ook bruikbaar zijn voor andere baggerverwerkingsmogelijkheden zoals bijvoorbeeld weilanddepots. De opzet van het onderzoek is onderwerp van discussie op een workshop op 19 november. De resultaten van de studie moeten worden gebruikt bij de evaluatie van het nieuwe beleid over ca 4 jaar.

Werkwijze
Bijdrage aan SPADE (onderdeel 1)

In 2007 zijn enkele onderwerpen door DLO-onderzoekers omgezet naar presentatie of flyers. Met Peter van Rijssingen van ZLTO wordt voor 2008 opnieuw een afspraak gemaakt over de nadere invulling van dit onderdeel binnen SPADE. Afhankelijk van de uitkomst daarvan zullen de meest geschikte instellingen en onderzoekers worden benaderd. Doordat SPADE gedurende 2007 niet officieel van start is gegaan is de vraagarticulatie vanuit ZLTO traag op gang gekomen.
Fasering:
In januari /februari gesprek met ZLTO over kennisbehoefte vanuit SPADE,
maart: benaderen WUR-onderzoekers met concrete vraag
april september : uitwerking naar SPADE-publiek
Implementatie duurzaam bodemgebruik in natuurgebieden (onderdeel 2)
Het project duurzaam bodemgebruik in natuurgebieden is op dit moment (oktober 2007) nog niet afgerond. Op basis van de resultaten en conclusies van dat project zal in samenspraak met een begeleidingscommissie worden bepaald welke onderdelen geschikt zijn voor implementatie. Dit zal deels betrekking hebben op het verder specificeren van kennislacunes, het uitwerken van richtlijnen voor vooronderzoek en de opzet van een registratiesysteem voor bodemgebruikhandelingen in natuurgebieden. Hiervoor zal overleg plaatsvinden met Natuurmonumenten, SBB en de Landschappen.
Fasering: februari: opstellen lijst van te implementeren aanbevelingen. Vervolgens in nauw overleg met begeleidingscommissie opstellen projectplan

Duurzaam bodemgebruik in recreatiegebieden (onderdeel 3)
Op een vergelijkbare manier als heeft plaatsgevonden gedurende het project Duurzaam Bodemgebruik in natuurgebieden wordt in dit gedeelte van het project onderzocht op welke wijze er in recreatieterreinen met (duurzaam) bodemgebruik wordt omgegaan en welke de rol is die de overheid daarin kan of zo moeten spelen.

1. Wat wordt er verstaan onder recreatieterreinen
2. Welke vormen van bodemgebruik vinden er plaats in recreatieterreinen
3. Welke criteria zijn er voor duurzaam bodemgebruik in natuurgebieden
4. In hoeverre is dat bodemgebruik al dan niet duurzaam
5. Zijn er alternatieven voor eventuele niet duurzame vormen van bodemgebruik
6. Afweging
7. Vaststellen of en zo ja welke rol de overheid zou moeten spelen

Voor het project zal een begeleidingscommissie worden ingesteld die op een vergelijkbare manier te werk zal gaan als nu in het DiaBOLO (-natuur) project het geval is. De samenstelling ervan zal in overleg met LNV plaatsvinden en er wordt naar gestreefd om die in de eerste helft van januari van start te laten gaan. Ook de werkwijze die nu in DiaBOLO (-natuur) wordt gebruikt, waarbij een projectwerkgroep en de procesbegeleiding een belangrijke rol speelt zal worden overgenomen.
Tijdens het project worden twee excursies georganiseerd naar recreatieterreinen die interessant zijn voor het project op het gebied van gebruik van de bodem.
In januari zal een begeleidingscommissie worden samengesteld. Hiermee zal een projectstart worden georganiseerd om tot een projectplan te komen, waarin nadere doelen en fasering worden vastgelegd.
In navolging van eerdere projecten rond duurzaam bodemgebruik wordt ook VROM gevraagd voor de begeleidingscommissie. Wellicht kan bij VROM ook aanvullende financiering worden aangevraagd.

Bodemdiensten (onderdeel 4)
In 2007 zijn drie praktijk pilots op het gebied van Bodemdiensten gestart:
1. Ondiepe drainage in het Friese Veenweide gebied (LTO / Wetterskip Fryslân / Provinsje Fryslân / DLV)
2. Bescherming archeologische waarden (LTO / Provincie Flevoland / DLV)
3. Wisseling Landbouw naar natuur (Provincie Noord Brabant / NMI / DLV / SSB)

In het vierde kwartaal van 2007 is op het gebied van wisseling landbouw-natuur een kennisvraag neergelegd bij Alterra over de mogelijkheden om P-verzadiging te verlagen door uitmijnen. Mogelijk moet in 2008 nog antwoord worden gegeven op de gestelde en nieuwe vragen uit deze pilot. Verder zal actief bij de andere pilots worden nagegaan welke kennisvragen daar nog liggen.

Actief bodembeheer (onderdeel 5)
In najaar 2007 wordt met hulp van provincie Zuid-Holland onderzoek gedaan naar de hoge loodgehalten in beweid grasland bij toemaakdekken en de gevolgen daarvan op de kwaliteit van nieren en levers van grazers. De loodgehalten van beweid grasland zijn seizoensafhankelijk. We meten daarom de gehalten in het gras in het najaar van 2007 en voorjaar van 2008 om een compleet beeld te krijgen de seizoenseffecten. Op één moment worden nieren en levers van schapen en koeien van enkele onderzochte percelen geanalyseerd. Over de resultaten van 2007 wordt in een tussenrapportage verslag gedaan. Een volledige rapportage volgt in 2008.

Bagger (onderdeel 6)
De definitiestudie loopt momenteel (oktober 2007), waarbij de inzet is om uitgaande van een systeembenadering goed te beschrijven wat er gebeurt in het systeem te baggeren sloot en aanliggend perceel en dit te toetsen aan werkelijke metingen in het veld. Bij de monitoring wordt niet alleen gekeken naar totaal gehalten, maar spelen biobeschikbaarheid, risico s en effecten een belangrijke rol. De studie dient een brede opzet te krijgen, waardoor de resultaten ook bruikbaar zijn voor andere mogelijkheden van baggerverwerking zoals bijvoorbeeld weilanddepots. De opzet van het onderzoek is onderwerp van discussie op een workshop op 19 november, waarna een projectplan wordt gemaakt. De werkelijke studie wordt gestart in 2008. Vooruitlopend op de resultaten van de definitiestudie en de workshop van 19 november 2007 zullen in 2008 locaties worden geselecteerd en bemonsterd. In 2008 zal de meeste aandacht gaan naar de stoffen uit het stoffenpakket. In de tweede fase (2009) zal worden gekeken naar specifieke risico s door metingen met bioassays en zonodig meting van endocriene disruptoren en pathogenen. Het geheel moet passen in een systeembenadering en een theoretisch concept. Hierbij wordt zo goed mogelijk aangesloten bij de concepten ontwikkeld en in ontwikkeling bij de Risicotoolbox (RIVM). In 2008 zal ook naar in het verleden uitgevoerde onderzoeken op het gebied van baggerverspreiding worden gekeken, waarbij rekening wordt gehouden met nieuwe inzichten.

Nota bene:
De opzet van het onderzoek en bijbehorende kosten zijn in sterke mate afhankelijk van de resultaten van de definitiestudie. De exacte invulling van het onderzoek kan pas eind 2007 worden gerealiseerd. De betrokken 3 ministeries zijn hiermee akkoord gegaan.

Opmerkingen: In 2007 is gebleken dat intensief contact met de begeleidingscommissie noodzakelijk is voor een goede uitvoering. Hieraan zal vooral bij de onderdelen 2 en 3 veel aandacht worden gegeven. Verder is in 2007 gebleken dat een werkgroep uit een breed werkveld bijdraagt aan een evenwichtige beoordeling en leidt het gezamenlijk werken aan een dergelijk project tot een meer genuanceerd en breder gedragen rapport. We zullen in de onderdelen 3 en (mogelijk) 2 hiervan gebruik maken.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Dr. A. Smit

Related research (upper level)

Program BO-01-002 Soil

Classification

A13000 Soil
D15100 Geochemistry, geophysics

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation