| Title | Effectivity buffer tallies |
|---|---|
| Period | 01 / 2005 - 12 / 2010 |
| Status | Completed |
| URL | http://www.bufferstroken.wur.nl/ |
| Research number | OND1330923 |
| Werkwijze: Het BVPR project is opgedeeld in de volgende 6 hoofdonderdelen: 1. Opstellen projectplan en begroting Uitwerken projectplan en begroting in overleg met LNV. 2. Vooronderzoek locatiekeuze De veldexperimenten moeten op representatieve locaties in NL worden uitgevoerd, en wel ook zodanig representatief dat ze in onderdeel 4 Modelstudie gebruikt kunnen worden. 3. Veldexperimenten Uitvoering experimenteel onderzoek naar de effectiviteit van de maatregel bemestingsvrije perceelsrand (BVPR) langs een waterloop. In overleg met LNV is besloten om het experimentele onderzoek uit te voeren op de volgende typische grondsoort-grondgebruik locaties: gras op zand, gras op veen, maïs op zand, maïs op gedraineerde klei, en gras op zand met ondiepe keileemlaag. 4. Modelstudie Enerzijds opschalen van de experimentele resultaten naar een landsdekkend beeld over de effectiviteit van de maatregel BVPR, en anderzijds modelmatige ondersteuning van de veldwaarnemingen aan de hand van een simulatiemodel. 5. Kosteneffectiviteit Vaststellen van de kosteneffectiviteit van de maatregel BVPR in vergelijking tot kosteneffectiviteiten van alternatieve maatregelen om de belasting van het oppervlaktewater te verminderen. 6. Projectmanagement, rapportage en communicatie Gezien de omvang van het project is een aparte post voor projectmanagement gewenst. Tevens vallen onder dit onderdeel de tussen- en eindrapportages, symposiumbezoek, het schrijven van wetenschappelijke artikelen, communicatie, begeleidingscommissie, en review door collega-onderzoekers uit omringende EU-landen. Veldexperimenten Bij het vaststellen van de effectiviteit van de maatregel bemestingsvrije perceelsrand (BVPR) langs een waterloop gaat het primair om het meten van de vermindering van de vrachtbelasting van N en P naar het oppervlaktewater. Hiertoe moet de vrachtbelasting gemeten worden in een situatie met een BVPR en in een situatie zonder een BVPR. Het meten van vrachtbelasting kan alleen aan de hand van geautomatiseerde debietproportionele bemonsteringsapparatuur. Deze techniek wordt zelden op grote schaal toegepast vanwege de hoge kosten, maar is in principe de enige juiste wijze om de effectiviteit van de maatregel BVPR te kunnen kwantificeren. Hoofdonderdeel 3 wordt onderverdeeld in de volgende 6 sub-onderdelen: 1.1 Basisregistraties Per locatie worden de hydrologie gekarakteriseerd, grondwaterstandbuizen geïnstalleerd, de bodemgesteldheid in kaart gebracht, globale bodem- en gewasbemonstering uitgevoerd. Tevens worden per locatie kosten opgenomen voor huur proefveld, reiskosten wekelijks proefveldbezoek, registratie neerslag (aanschaf regenmeter, aflezen regenmeter; overige klimaatgegevens worden opgevraagd bij nabij gelegen weerstation), aflezen piezometers, grondwaterstandbuizen. Tevens worden hieronder kosten opgenomen voor klein materieel, en opstartkosten specifieke chemische analyses door het laboratorium. 1.2 Meting vrachtbelasting oppervlaktewater In afgedamde delen van de sloot wordt het water opgevangen dat uit de nabijgelegen bodem de sloot in stroomt. Het overschot wordt overgepompt naar de sloot, waarbij de hoeveelheid die wordt overgepompt wordt gemeten, en waarbij geautomatiseerd een monster wordt opgeslagen in een gekoeld bemonsteringsapparaat. Wekelijks worden de verzamelde monsters overgebracht naar het laboratorium, voorbewerkt, en geanalyseerd op N, P en desgewenst deuterium. Wekelijks dient de meetopstelling gedetailleerd gekeurd te worden op correcte werking. Werkzaamheden eenmalig (aanleg): afdammen sloot per behandeling, installeren automatische bemonsteringsapparatuur. 1.3 Deuteriumtracer In het begin zal de vrachtbelasting van een object met een BVPR niet of nauwelijks afwijken van de vrachtbelasting van de referentiesituatie. Pas na verloop van tijd zal de vrachtbelasting eventueel afnemen. Het tijdstip waarna het effect duidelijk aanwezig zal zijn kan worden gekarakteriseerd door op de grens BVPR-akker een tracer aan te brengen, en te registreren in het bemonsterde slootwater wanneer de tracer duidelijk in het slootwater aanwezig is. Werkzaamheden zijn onder andere: aanbrengen tracer in geultje in de bodem, submonsters nemen uit slootwatermonsters, voorbewerking monsters, opsturen monsters naar speciaal laboratorium (Davis, USA), controle meetgegevens. 1.4 Bovenste grondwater In veel studies wordt de effectiviteit van de maatregel BVPR bestudeerd op basis van verschillen in concentraties in het bovenste grondwater. Dat geldt ook voor studies naar de effecten van andere maatregelen. Hoewel dit nog niet direct iets zegt over de verandering in de belasting van het oppervlaktewater, is het toch goed om inzicht te verkrijgen in wat er in het bovenste grondwater valt waar te nemen, zodat vergelijking met andere studies tot de mogelijkheden behoort. Het bovenste grondwater wordt bemonsterd met behulp van afzuigcupjes. Deze worden op diverse dieptes, en op diverse afstanden van de sloot permanent geïnstalleerd. Op basis van de lokale grondwaterstand wordt alleen het cupje in het bovenste grondwater bemonsterd. Omdat grondbewerking gewoon doorgang moet kunnen blijven vinden, worden de cupjes ingegraven vanuit een ondergrondse (begraven) bemonsteringsput. Dat betekent dat het nemen van bodemvochtmonsters extra tijd vergt i.v.m. het lokaliseren en opgraven van de ondergrondse bemonsteringsput. 1.5 Chloridetracer Een deel van het infiltrerende water dat net buiten de BVPR de bodem infiltreert zal ondiep horizontaal door de bodem stromen en aldus onder de BVPR terecht komen. Om een indruk te krijgen over welke afstand dit geschiedt wordt een tracer (Cl) op diverse afstanden van de grens BVPR-akker aangebracht (herhaaldelijk in de tijd). Op de grens BVPR-akker worden op diverse dieptes afzuigcupjes geïnstalleerd. Regelmatig zullen hiermee bodemvochtmonsters worden genomen om na te gaan of de tracer daadwerkelijk ondiep in de BVPR terecht komt. Deze informatie kan worden gebruikt bij onderdeel Modelstudie om inzicht te krijgen in het zogenaamde onderscheppende effect van de BVPR. 1.6 Interpretatie en rapportage Gezien de omvang van het project is een intensieve begeleiding en zeer frequente controle van de meetgegevens noodzakelijk om de voortgang volgens het juiste pad te laten verlopen. Dat betekent regelmatig de meetgegevens interpreteren en het onderzoek en de onderzoeksmedewerkers waar nodig bij te sturen en te begeleiden. Tussentijdse rapportages t.b.v. het gehele project worden uitgevoerd. Dit subonderdeel vormt een centraal onderdeel van deelproject Veldexperimenten . Naar verwachting zal het belang van de post dagelijkse begeleiding afnemen en de post interpretatie toenemen met het verloop van de proef. In 2005 en 2006 is rekening gehouden met extra begeleiding voor installatie en opstarten meetopstellingen. In het onderzoek is aanvankelijk onderscheid gemaakt in 4 zogenaamde extensieve locaties en 1 zogenaamde intensieve locatie. Op de extensieve locaties is sprake van een strook zonder en een strook met BVPR (2 objecten). Op de intensieve locatie is sprake van één strook zonder en twee stroken met 2 verschillende breedtes BVPR (3 objecten). De kleinste eenheid waarop is begroot is een behandeling, of object, dat wil zeggen een strook met of zonder BVPR. Voor bepaalde subonderdelen geldt dat per locatie 1 extra volledig geautomatiseerde meetopstelling wordt toegepast om water vanuit de sloot over te kunnen pompen de afgedamde bakken in en tevens watermonsters van het overgepompte water te kunnen nemen. Voor het eerste begrotingsjaar 2005 was sprake van een half uitspoelseizoen. Voor de daaropvolgende jaren zijn de jaarlijks terugkerende activiteiten 2x een half uitspoelseizoen. Voor 2008 werd in eerste instantie een half uitspoelseizoen begroot. Een internationaal team heeft het onderzoek naar de effectiviteit van bufferstroken positief beoordeeld. Het onderzoek kreeg een 3.5 in een schaal van 1-5. Belangrijkste aanbevelingen waren om herhalingen uit te voeren in het veldonderzoek, om het experiment te verlengen en om meer grondwatermetingen te verrichten. Daarom is het project dit jaar uitgebreid en verlengd op basis een additionele toezegging, vooral voor de aanleg van herhalingen. De bewaking van de voortgang en de inhoudelijke bijsturing in de loop der jaren vindt plaats in de Begeleidingscommissie Bufferstroken waarin naast LNV-DL, VROM, VW, WUR, UU en RIVM deelnemen Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |
| Secretariat | Alterra (WUR) |
|---|---|
| Financier | Department of Knowledge (EL&I) |
| Researcher | Dr.ir. P.J.T. van Bakel |
|---|---|
| Researcher | Ir. A.J. van Kekem |
| Project leader | Ir. I.G.A.M. Noij |
| A12000 | Surfacewater and groundwater |
|---|---|
| D15600 | Hydrospheric sciences |
Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation