KNAW

Research

Thrips resistance in cabbage

Pagina-navigatie:


Update content


Title Thrips resistance in cabbage
Period 01 / 2008 - 12 / 2011
Status Completed
Research number OND1330942

Abstract

Description:
Thrips induce symptoms on cabbage heads, both before harvest and during storage. This necessitates the removal of the outer, affected leaves before sale, leading to increased labour costs and reduced marketable yield. Cabbage varieties differ markedly in their susceptibility to thrips damage, but the genetic background of these differences is unknown, which hampers efficient selection of thrips-resistant varieties. Further, for effective breeding more strong sources of resistance are needed.

Research objectives:
This project aims to study the inheritance of resistance to thrips and of plant traits that are related to thrips resistance. Also we will screen cabbage varieties for new sources of resistance, and develop test methods that allow the identification of resistance among Brassica oleracea crop types other than cabbage.

Results and products:
- New sources of resistance
- A test method to compare thrips resistance across different B. oleracea crop type
- A genetic analysis of resistance and related plant traits
- Publications in trade journals and scientific journals, presentations, posters etc.

Abstract (NL)

Doel:
Het doel van dit project is de bevordering van gerichte veredeling van robuuste koolrassen met een hoge weerbaarheid tegen tripsschade, door de lacunes in de daarvoor benodigde kennis in te vullen. Deze kennisbehoeften zijn hierboven genoemd. De concrete doelen van het project zijn:

- Opheldering van de overerving van de weerbaarheid tegen tripsschade en van gerelateerde plant­eigenschappen in een kruisingspopulatie
- Identificatie van nieuwe bronnen van resistentie via een brede screening, binnen en buiten wittekool
- Ontwikkeling van toetsmethoden voor eenvoudiger selectie en voor het vergelijken van gevoeligheid voor tripsschade tussen verschillende kooltypen

Werkwijze:
Fase 1: 2008 en 2009.
0 Screening wittekoolrassen: In deze fase worden veldtoetsen uitgevoerd voor een brede screening van wittekoolrassen uit binnen- en buitenland (zowel moderne commerciële F1-hybriden als klassieke zaadvaste rassen uit genenbanken) op gevoeligheid voor tripsschade. Hierbij wordt speciaal aandacht besteed aan rassen uit regio s met hoge tripsaantasting (m.n. uit Midden-Europa). 187.5 k
0 Kruisingspopulatie, overerving resistentie: Ook wordt in deze fase de kruisingspopulatie ver­meerderd tot de F3-generatie: F2-planten worden in 2008 opgekweekt en in 2009 zelfbestoven (dit moet handmatig en in het knopstadium gebeuren onder insectenvrije omstandigheden, wat vrij kostbaar is; daarom is voor 2009 een hoger budget begroot). 53.4 k
0 Toetsmethoden, screening divers materiaal: In deze periode worden ook nieuwe toetsmethoden ontwikkeld om de weerbaarheid tegen tripsschade te kunnen bepalen. Deze ontwikkeling en de validatie van deze toetsen lopen wel door in Fase 2. Aangezien vergelijkende veldtoetsen met verschillende kooltypen niet mogelijk zijn, zoals hierboven beschreven, gaat hier de aandacht naar toetsen waarbij bladeren via inoculatie met trips of via inductie met prikkels worden aangezet tot ontwikkeling van symptomen. Ook vermeerdering van trips op bladeren is een mogelijk criterium. 62.0 k

Fase 2: 2010 en 2011.
0 Screening wittekoolrassen: Deze is afgerond in Fase 1, en loopt niet door in Fase 2 0.0 k
0 Kruisingspopulatie, overerving resistentie: In deze fase ligt het zwaartepunt op de veldtoetsen voor het toetsen van de kruisingspopulatie en de analyse van de erfelijkheid van de weerbaarheid en de gerelateerde plant­eigenschappen, waaronder ook inhoudsstoffen. 194.8 k
0 Toetsmethoden, screening divers materiaal: Ook worden de nieuwe toetsmethoden verder uitgewerkt, gevalideerd en gebruikt om andere kooltypen dan wittekool te screenen. 79.2 k

Go/no go: Aan het eind van 2009 is er een go/no go moment voor twee onderdelen (B en C) van het werk in Fase 2:

- B. Kruisingspopulatie, overerving resistentie: Als er onvoldoende (minder dan 150) F3-lijnen van de kruisingspopulatie zijn met genoeg zaad voor twee veldtoetsen wordt het werk aan de kruisings­populatie niet voortgezet in Fase 2.
- C. Toetsmethoden, screening divers materiaal: Als er geen goede perspectieven zijn voor nieuwe toetsmethoden wordt de ontwikkeling van deze methoden gestaakt en wordt er geen screening van andere kooltypen dan wittekool uitgevoerd.

Resultaten:
- Screening wittekoolrassen:
0 December 2008: Tussentijds overzicht van het meest resistente wittekoolmateriaal: (op basis van de resultaten van 1 jaar)
0 December 2009: Overzicht van het meest resistente wittekoolmateriaal: (op basis van 2 jaar)

- Kruisingspopulatie, overerving resistentie:
0 September 2009: Zaad van de kruisingspopulatie (F3-lijnen); schriftelijk overzicht van beschikbare hoeveelheden t.b.v. de go/no go beslissing.
0 Voorjaar 2011: Voorlopige analyse van de overerving van gevoeligheid voor tripsschade en gerelateerde plateigenschappen (op basis van eerste jaar veldtoetsen in 2010)
0 December 2011: Analyse van de overerving van gevoeligheid voor tripsschade en gerelateerde planteigenschappen: analyse van 2-jarige resultaten.
0 2012: Wetenschappelijke publicatie over de erfelijkheidsanalyse. Deze publicatie zal niet voltooid zijn binnen de looptijd van het project omdat de laatste resultaten pas in het laatste jaar verkregen worden.

- Toetsmethoden, screening divers materiaal:
0 December 2009: schriftelijke rapportage van de resultaten en meest perspectiefvolle methoden, o.a. ten behoeve van de go/no go beslissing.
0 December 2011 een nieuwe versie van dit verslag, met validatie-gegevens en resultaten van screening van een divers assortiment koolgewassen.
0 2011: Wetenschappelijke publicatie over de nieuwe toetsmethoden en resultaten van de screening

Publicaties in praktijkbladen, presentaties en posters op voorlichtingsdagen en congressen: dit wordt in het nog op te stellen communicatieplan opgenomen, en zal van jaar tot jaar worden bezien.

Het uiteindelijk beoogde resultaat is dat de verkregen informatie, methoden en materialen door de zaadbedrijven zullen worden gebruikt voor de veredeling van rassen met hoge weerstand tegen tripsschade.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Project leader Dr. R.E. Voorrips

Related research (upper level)

Classification

A21000 Agriculture and horticulture
D22500 Botany

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation