Doel: Aansluitend op de bureaustudie van 2006 wordt in 2007 een veldproef bij twee groentegewassen (prei en spruitkool) uitgevoerd om een goede vergelijking te kunnen maken tussen een bemestingsstrategie waarbij alle stikstofbemesting voor 16 september wordt gegeven en een strategie waar een gedeelte van de bemesting als een bijbemesting na 16 september wordt toegediend. Beide bemestingsstrategieën worden beoordeeld op landbouwkundige waarde (opbrengst en productkwaliteit) en op de milieukundige gevolgen (N-overschot, Nmin-oogst). In januari 2008 worden de proeven geoogst en wordt dit onderzoek afgerond met verslaggeving
Werkwijze: De veldproeven bij prei en spruitkool die in 2007 zijn aangelegd, worden in januari 2008 geoogst. De veldproef bij prei is zodanig opgezet dat bemest wordt volgens het NBS-systeem. Dat wil zeggen dat zowel de bemesting tot 16 september en de bemesting na 16 september wordt afgestemd op de hoeveelheid beschikbare Nmin in de bodem. Bij de oogst wordt ook de N-opname door het gewas bepaald. Dan wordt duidelijk hoeveel stikstof bij de verschillende bemestingsstrategieën door het gewas is opgenomen. De hoeveelheid Nmin bij de oogst wordt bepaald. Dit geeft ook een indicatie van de efficiëntie van de N-bemesting. Bij spruitkool wordt met vaste giften gewerkt, omdat een NBS op basis van bodembemonstering bij dit gewas niet werkt. De risico s op extra milieubelasting door de ontheffing om kunstmeststikstof in de winterperiode toe te mogen passen, worden vergeleken met de situatie dat na 15 september geen bemesting met kunstmeststikstof wordt toegepast. Bij het beoordelen van de milieukundige gevolgen wordt Alterra betrokken. De resultaten worden geanalyseerd en vastgelegd in een projectrapport.
Resultaten:
Projectrapport van de veldproeven. - april 2008 vakbladartikel - Zomer 2008 Informatieblad vanuit programma Mest en Mineralen - mei 2008.
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |