| Title | Closing nutrient cycles in Overijssel |
|---|---|
| Period | 01 / 2007 - 06 / 2012 |
| Status | Completed |
| Research number | OND1331000 |
| Description: The organic agricultural sector in The Netherlands is working towards closing nutrient cycles and using 100% organic inputs (feed, manure). While developing concepts for closing nutrient cycles, farm economy, animal welfare and environmental losses must be taken into account. In Overijssel, large areas of farmland with the status of cultural heritage are available. These areas fall under nature conservation schemes. They may serve as an additional source for organic products, providing new forms of cooperation between farmers and nature conservation organizations, while also guaranteeing enhancement of biodiversity values in these areas. New land use and cooperation strategies are developed to meet this goal. At the same time, product and market development can support this cooperation by improving the market value of the products. Research objectives: Long term objective: sustainable organic farming systems with regional nutrient cycles and enhanced nature and landscape values. Organic animal production uses feed rations with regional products and cropping systems are using organic animal manure and no conventional inputs. Objective for 2008: economically sound concepts for closing nutrient cycles for organic farms with enhanced nature and landscape values in the province of Overijssel are developed using a Multi Stakeholder approach; a networking environment is set up to start activities with participating farmers, nature conservations bodies and other land owners; monitoring and communication plans are developed. Results and products: Longer term results: regionally self supporting organic production systems, integrating animal production, crop production and nature / landscape conservation.Products, specific for 2008: report on stakeholder analyses, workshops with stakeholders, monitoring and communication plans. |
| Doel: Economisch rendabele biologische ketens met regionaal sluitende kringlopen, waarbij maatschappelijke doelen op het gebied van natuur en landschap vergaand geïntegreerd zijn. Om hier invulling aan te geven heeft het project drie kernthema s: agrobiodiversiteit, sluiten van grondstofkringlopen en economische duurzaamheid van de regionale keten. 1. Agrobiodiversiteit: Door te werken aan een grotere biodiversiteit in bestaande agro-ecoystemen wordt een bijdrage geleverd aan behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle landschappen en het herstel van bedreigde of zeldzame inheemse dier- en plantenpopulaties. Een grote soortenrijkdom en diversiteit wordt ook gezien als buffer tegen ziektes en plagen in de landbouw (functionele agro-biodiversiteit). 2. Sluiten regionale grondstofkringlopen: Behalve het streven naar volledig biologisch veevoer en mest is voor de biologische landbouwsector het ontwikkelen van regionale grondstofstromen een belangrijk speerpunt. De veronderstelling hierachter is dat het werken met regionale grondstofstromen bijdraagt aan een beter evenwicht in de (lokale) mineralenbalansen. Tevens zou het werken met regionale grondstoffen bij kunnen dragen aan een vermindering van het totale energieverbruik. 3. Economische duurzaamheid: Om het leveren van agrobiodiversiteit en sluiten van regionale kringlopen ook economisch rendabel te maken, worden in dit project drie sporen gevolgd: 1) het ontwikkelen en vermarkten van producten met meerwaarde in korte ketens (kerndoel Stichting Dianthus), 2) het combineren van agrarische productie van voldoende kwaliteit en tegen betaling beheren van natuur en landschap met hoge natuurdoelstellingen (kerndoel Natuurmonumenten) en 3) het vormen van strategische nieuwe samenwerkingsverbanden (efficiëntiewinst). Werkwijze: Activiteiten en betrokkenheid sector: Enerzijds is de sector betrokken via de stuurgroep en het projectteam, anderzijds nemen agrariërs en overige stakeholders actief deel aan de uitvoering van het project. Activiteiten, specifiek 2008: - Stakeholderanalyse: In 2007 is gestart met een stakeholderanalyse, waarmee in kaart wordt gebracht welke partijen of mensen van belang zijn voor het behalen van de doelstellingen van het project, middels een PAIR analyse (position, actions, interest, roles). Deze analyse is een basis voor de conceptontwikkeling, werving en activiteiten in netwerken. - Conceptontwikkeling Overijssel: In 2008 wordt een start gemaakt met de uitwerking van concepten voor vergaande regionale samenwerking. Deze uitwerking is een gezamenlijke actie van diverse stakeholders: inventarisatie relevante kennis, evt ondersteunende modelberekeningen, workshops - Actieplannen natuur en landschap: Als onderdeel van de selectieprocedure van deelnemers wordt voor potentiële deelnemers een beknopte omgevingsanalyse gemaakt om de uitgangspositie voor natuur en landschap goed in beeld te hebben en speerpunten, kansen en eventuele beperkingen te benoemen. Na definitieve selectie worden deze beschrijvingen waar nodig verder verdiept en vormen ze de basis voor een bedrijfsspecifiek maatregelpakket. - Werving deelnemers: De werving gebeurt stapsgewijs met belangstellingsronde, keukentafelgesprekken met potentiële deelnemers en bedrijfsanalyses en uiteindelijke selectie. Behalve mogelijkheden voor natuur/landschap (zie hierboven), zijn voor de selectie van deelnemers ook kenmerken van belang op het gebied van bedrijfsopzet en ondernemingsstrategie (doelstellingen en drijfveren). - Monitoring: Een monitoringsplan wordt opgesteld met een praktische set indicatoren op het gebied van agrobiodiversiteit, economie, dierenwelzijn en milieu. Een nulmeting wordt uitgevoerd om doelstellingen te benoemen. Met verdere monitoring worden effecten van maatregelen bepaald. - Externe communicatie: In 2008 wordt een communicatieplan opgesteld zie ook aanzet in apart communicatieplan op themaniveau. - Procesmonitoring en evaluatie: Deelnemers (boeren en overige stakeholders) leren van dit project en gaan al dan niet onderdelen toepassen in de bedrijfsvoering. Het is belangrijk dat er gereflecteerd wordt op de manier waarop het project haar doelstellingen probeert te behalen, om enerzijds tijdig bij te kunnen sturen waar nodig, en anderzijds leermomenten te kunnen benoemen en ook aan derden zichtbaar te kunnen maken. In 2008 wordt met deze monitoring en evaluatie gestart Thematische netwerken: Met de geworven deelnemers (doelstelling ca. 20) worden thema s bepaald waarmee ze in netwerken aan de slag gaan. Overige deelnemende partijen kunnen dan gericht geworven worden (onder andere m.b.v. de stakeholderanalyse). Eén van de thema s is graanteelt, waar tenminste Natuurmonumenten en leden van St. Dianthus aan deelnemen. Activiteiten verdere jaren (ieder jaar wordt een uitgebreider werkplan opgeleverd): Vervolg en afronding conceptontwikkeling Overijssel zelfvoorzienend Thematische netwerken draaien van 2008 tot en met 2011. In deze periode maken deelnemers stappen in gebruik van regionale grondstoffen voor veevoer, telen van granen en overige (krachtvoervervangende) voedergewassen, opzetten van (formele) samenwerkingsverbanden, product- en ketenontwikkeling, natuur- en landschapsbeheer. Uitvoering monitoring feitelijke activiteiten en resultaten op bedrijfsniveau op het gebied van agrobiodiversiteit, economie, dierenwelzijn en milieu Doorlopend worden activiteiten uitgevoerd t.b.v. externe communicatie, zoals uitgewerkt in een communicatieplan. Resultaten: In het projectplan zijn de volgende resultaten voor de duur van het project benoemd: 1,5% van de opbrengst (de verkoopprijs) van de Vechtdalproducten wordt ingezet voor (agrarisch) natuurbeheer op de deelnemende bedrijven: hiermee worden maatregelen bekostigd. - Middels herstel en onderhoud van cultuurhistorisch waardevolle structuren en gerichte communicatie wordt de beleefbaarheid vergroot. Tenminste vijf activiteiten zijn hier op gericht. - 100-200 ha biologische teelt van gewassen die grondstoffen leveren voor krachtvoer (zomer- en wintergranen, leguminosen als veldbonen, erwten, lupine) in de provincie Overijssel. - 10 ha biologische teelt van granen met bakkwaliteit ten behoeve van Vechtdalproducten - 10 ha biologische traditionele graanteelt met de hoogste natuurdoelstelling van Natuurmonumenten (kruidenrijke akkers). - Leder tot de Stichting Dianthus toegetreden agrarisch bedrijf heeft een Natuurplan ten behoeve van de inpassing in het cultuurhistorisch landschap opgesteld en toegepast. Deze natuurplannen worden opgesteld in samenwerking met natuurorganisaties. - De diversiteit aan natuurlijke en halfnatuurlijke biotopen in het werkgebied en veranderingen in de loop van het project zijn vastgesteld. - De aanwezige typen landbouw zijn geïnventariseerd, waarbij per gewas het relatieve aandeel in het landbouwsysteem bekend is alsmede verschuivingen in de loop van het project. - De status van onderliggende ecosysteemprocessen is bekend op verschillende schaalniveaus voor en na afloop van het project. - Concept van regionaal samenwerkingsverband gericht op sluiten van kringlopen. - Ondernemingsplan voor regionaal samenwerkingsverband gericht op sluiten van kringlopen. - Lopend samenwerkingsverband in Overijssel op het gebied van grondgebruik met 10-20 deelnemende grondbezitters of 400 hectare. - Voor het melkvee van deelnemende bedrijven stijgt het aandeel grondstoffen voor krachtvoer afkomstig uit Overijssel met 20-50% en uit Nederland met een additionele 10-30%. Er worden geen grondstoffen buiten Europa betrokken. - Voor de varkens van deelnemende bedrijven stijgt het aandeel voer afkomstig uit Overijssel met 5-15% en uit Nederland met een additionele 10-30%. - Het aandeel biologische mest dat gebruikt wordt in de deelnemende plantaardige sector neemt toe met 50-150%. - Voor Aver Heino wordt op bedrijfsniveau een verbetering gerealiseerd van gemiddeld 5-10% ten opzichte van het middels LCA berekende milieueffect in 2007. - Het aandeel externe hectares is met 5-20 procent gedaald voor deelnemende melkveebedrijven. - Een mineralenbalans voor het samenwerkingsverband is opgesteld. Effecten van samenwerking zijn in kaart gebracht. - Doelen voor verbetering van de mineralenbalans, op niveau van deelnemende bedrijven en het samenwerkingsverband, worden in het eerste projectjaar gedefinieerd aan de hand van de uitgangssituatie. Voor Aver Heino wordt een verbetering op bedrijfsniveau ten opzichte van een nulmeting van de mineralenbalans in 2007 gerealiseerd van 5-10%. - Doelen op het gebied van ammoniak en broeikasgassen worden in eerste projectjaar gedefinieerd aan de hand van de uitgangssituatie van de deelnemende bedrijven. Voor Aver Heino wordt een verbetering op bedrijfsniveau ten opzichte van een nulmeting in 2007 gerealiseerd van 10-20%. - 60% van de biologische en 25% van alle Nederlandse agrariërs kent het project en kan een aantal resultaten van het project benoemen. Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |
| Secretariat | Animal Research Division (WUR) |
|---|---|
| Financier | Department of Knowledge (EL&I) |
| Project leader | Dr.ir. J.B. Pinxterhuis |
|---|
| A22000 | Animal husbandry |
|---|---|
| D22400 | Ecology |
Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation