| Titel | Systeeminnovatie paddenstoelen |
|---|---|
| Looptijd | 01 / 2008 - onbekend |
| Status | Lopend |
| Onderzoeknummer | OND1331132 |
| Doel: De doelstelling van het project is om de winstgevendheid van bedrijven te vergroten. De nadruk zal daarbij liggen op innovatie in substraat. Hiervoor zal een tweesporen traject ingezet worden, i.e. het efficiënter gebruik van het huidige substraat en de ontwikkeling van een alternatief substraat om uiteindelijk te komen tot een volledig nieuwe voeding met een lagere kostprijs, hoge voorspelbaarheid en geen afval. Het alternatieve substraat systeem zal in eerste instantie als bench systeem ontwikkeld worden waarmee makkelijker voedingsparameters bepaald kunnen worden die snel doorvertaald kunnen worden in het huidige systeem. Als prototype kan het bench model met alternatieve voeding wellicht ook gebruikt worden om sturingsmogelijkheden in de teelt van paddenstoelen te optimaliseren zodat automatische oogst binnen bereik komt. De innovatie is uiteindelijk bedoeld om arbeid zo veel mogelijk te vervangen door kennisintensieve productietechnieken. Door de verbeterde sturing zal ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verminderen. Werkwijze: Het sectorplan Kansen door Kentering heeft de definitieve versie bereikt en zal eind januari 2008 in de jaarvergadering van LTO worden gepresenteerd. Naast de telers, zal ondersteuning voor het plan worden gezocht bij toeleveranciers (dekaarde, compost, broed) en handel (vers en conserven). Tevens zullen de mogelijkheden onderzocht worden om via innovatiefondsen (Food and Nutrition Delta, Pieken in de Delta, TTI Groene Genetica, etc.) tot financiering te komen. Bij langlopende projecten kan Wageningen UR goed inspelen op de wensen door AIOs in te zetten die handjes leveren om het werk te doen en op deze manier ook een bijdrage leveren aan de broodnodige opleiding van de volgende generatie onderzoekers. Vooruitlopend op het vinden van draagvlak en financiering heeft LTO Wageningen UR gevraagd op drie hoofdpunten uit het plan (waar onderzoek een belangrijke rol speelt) Masterplannen te schrijven: Gewasbescherming (naar een teelt zonder chemische middelen), Voeding (teelt met efficiënter/alternatieve voeding en systeeminnovatie), Veredeling (Rassen voor de producent (aangepast aan nieuwe systemen) en de consument (betere smaak)). Het masterplan Gewasbescherming is bijna af en met de masterplannen Voeding en Veredeling is een aanvang gemaakt. Het huidige LNV project Systeeminnovatie Paddenstoelen zal in het masterplan Voeding worden opgenomen. Elk masterplan beoogt allesomvattend te zijn, i.e. een duidelijke definitie van het doel, een overzicht van de state of the art op het betreffende gebied, een definitie wat nog nodig is om tot het doel te komen, een goed communicatieplan en duidelijk acties om tot een implementatie te komen. Innovatie in de voeding van champignons De substraatkosten kunnen oplopen tot 30 à 40% van de productiekosten van champignons. Voor deze hoge prijs heeft compost eigenlijk niet voldoende voorspelbare kwaliteit, een te lage benutting (ca 35-40% bioconversie) en te hoge kosten voor de afvoer van het restproduct champost. Innovatie op dit gebied is dus erg wenselijk voor een beter renderende bedrijfstak. Het inzamelen van grondstoffen en het uitrijden van doorgroeide compost naar bedrijven is energie-intensief. Onderzoekonderwerpen: Beter benutting/voeding in huidig substraat. In een eerder uitgevoerde project gefinancierd door het PT is gebleken dat water en enkele voedingsstoffen suboptimaal aanwezig zijn in het substraat tijdens de uitgroei van de champignons. De explosieve groei in de eerste vlucht ontrekt b.v. 30% water aan de compost in enkele dagen tijd. Aanvulling via watergift op de dekaarde is beperkt mogelijk. Testen op kleine schaal hebben laten zien dat watergift rechtstreeks in de compost een opbrengstverhogend effect hebben. Deze manier van watergift moet uitontwikkeld worden tot een systeem voor de praktijk. Het biedt tevens mogelijkheid om voedingsstoffen toe te dienen die nu suboptimaal aanwezig zijn tijdens de uitgroei van champignons. Efficienter gebruik huidig substraat. Champignons worden nu geteeld op compostlagen van 85 tot 95 kg/m2. Deze dikte is nodig om activiteit in de compost te krijgen (voornamelijk te meten als warmteontwikkeling) waardoor met het klimaat beter gestuurd kan worden. Eerdere experimenten op kleine schaal hebben laten zien dat dunnere lagen een hogere efficiency hebben (meer kilo s per kg compost). Uit metingen is bijvoorbeeld gebleken dat in het onderste gedeelte van de compost de activiteit van compostafbrekende enzymen lager is dan halverwege en bovenin. Dat betekent dat afbraak onderin minder goed verloopt en dus minder bijdraagt aan de voeding van uitgroeiende champignons. Een lagere vuldikte is in het huidige systeem niet mogelijk. Op kleine schaal zullen daarom in de proefkwekerij experimenten gedaan worden met variërende vuldikten waarbij onderzocht zal worden hoe de temperatuur van de compost geregeld kan worden en wat het effect is op de productie/kwaliteit. Hierin zal worden samengewerkt met de klimaatdeskundigen van DLV die nu nieuwe manieren aan het ontwikkelen zijn om vooral het microklimaat boven en in het substraat beter te kunnen regelen. Alternatieve voeding champignons. Het afgelopen jaar is gewerkt aan een proof of principles voor een alternatief substraat waarbij is aangetoond dat champignons geproduceerd kunnen worden zonder lignocellulose. Deze revolutionaire stap maakt het mogelijk een bench model te ontwikkelen waarbij voedingstoffen op elk moment in de teelt kunnen worden toegevoegd en bepaald kan worden welke stoffen op welk moment cruciaal zijn. Deze kennis zal direct kunnen worden toegepast op het huidige substraat (verminderen van de hoeveelheid en verbeteren van de kwaliteit van de compost). Tevens zal het systeem verder uitontwikkeld kunnen worden tot een volledig nieuwe substraatteelt waarbij voedingstoffen via vloeistofstromen aan groeiend mycelium (op dragers) kan worden geleverd. Dit systeem is volledig te regelen en kent geen afvalproblemen. Champost. Champost is op dit moment een kostenpost omdat voor de afvoer betaald moet worden. Valorisatie van deze reststof zou een goede methode zijn om van het nadeel een voordeel te maken. Nagegaan moet worden of er nu al mogelijkheden zijn voor alternatief gebruik van champost of dat een aanpassing van grondstoffen voor de huidige compost vereist zijn om tot een nuttig restproduct te komen. Samenwerkingen. - Voor het project Systeeminnovatie in de Champignonteelt zal samengewerkt worden met diverse partijen: - WUR Glastuinbouw (Groep Leo Marcelis) zal expertise inbrengen m.b.t. gewasfysiologie en modellering. Zij hebben ook ervaring met systeeminnovatie in de glastuinbouw. - WU Agrotechnologie en voedingswetenschappen (Arjen Rinzema, leerstoelgroep Bioprocestechnologie). Deze groep heeft expertise op het gebied van vaste stoffermentatie. - PRI- Biointeracties en Plantgezondheid (Joeke Postma; expertise m.b.t. substraatsystemen bij planten en het voorkomen van ziekten in dergelijke systemen). Voor systeeminnovatie is ook fundamentele kennis nodig over fysiologie en groei van Basidiomyceten (waartoe de meeste schimmels behoren die eetbare paddenstoelen produceren). Daarom is samenwerking met de groep van Prof Han Wösten (Universiteit Utrecht) van belang. Deze groep is op dit moment de belangrijkste groep in Nederland m.b.t.onderzoek aan Basidiomyceten. Op dit moment wordt al samengewerkt in 2 STW projecten: Master switches of initiation of mushroom formation en Control of Verticillium fungicola on mushroom . In het eerste project wordt fundamenteel onderzoek gedaan naar de regulatie van de knopvorming, een essentieel onderwerp om dit belangrijke proces in de toekomst te kunnen sturen. Het tweede project onderzoekt hoe via antagonistische bacteriën en afweermechanismen van de champignon ziekten kunnen worden onderdrukt. Een belangrijk project om te komen tot een systeem zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. In de groep van Han Wösten werkt ook Dr Ronald de Vries die een VIDI beurs heeft gekregen voor onderzoek met het onderwerp: How fungi choose from nature s menu . In dit project wordt onderzoek uitgevoerd met Ascomyceten om beter begrip te krijgen op voeding van schimmels op complexere substraten die in de natuur voorkomen. Ronald de Vries heeft aangegeven graag additioneel onderzoek te willen aanvragen voor Basidiomyceten. Dit type onderzoek levert fundamentele inzicht in o.a. welke genen worden door de champignon gereguleerd tijdens de kolonisatie van het substraat en welke tijdens het gebruik (paddenstoelvorming) van het substraat en welke stoffen worden na afbraak door het mycelium opgenomen en zijn dit ook de stoffen die uiteindelijk in de paddenstoelen terechtkomen en nodig voor de vorming van de paddenstoelen. PRI Paddenstoelen maakt deel uit van de gebruikerscommissie van de genoemde STW projecten. Tijdpad - In het voorjaar zal er een workshop georganiseerd worden met een begeleidingscommissie die een breder samenstelling heeft. Hierin zal de eerste aanzet tot het Masterplan Voeding worden gepresenteerd en zal verdere invulling plaatsvinden en afstemming met het sectorplan. Het overleg zal ook gebruikt worden om breder over systeeminnovatie te praten (dynamische teeltsturing, robotisering). Vooruitlopend op de workshop zal in 2008 verder worden gewerkt aan het model voor alternatieve voeding. Ook zullen experimenten gedaan worden om tot een efficiënter gebruik te komen van het huidige substraat (vuldikte, water/voeding toevoer). - In 2008 zal wel verder worden gewerkt aan het model waarin met bekende, dan wel te berekenen parameters de teelt zo goed mogelijk beschreven wordt (uitgevoerd door WUR-Glastuinbouw). Tevens zal meegewerkt worden aan de aanvraag van een STW project Made in Transit waarin het concept Productie tijdens het transport wordt uitgewerkt met paddenstoelen als model. Dit project moet fundamentele kennis opleveren van de verschillende stadia in de teelt Resultaten: Resultaten en producten - Een verbeterde versie van Teelt zonder compost . - Kennis m.b.t. welke voedingstoffen op welk moment cruciaal/suboptimaal aanwezig zijn tijdens de uitgroei van champignons. - Experimentele data omtrent efficiënter gebruik van het huidige substraat. - Een beschrijving van het champignonontwikkelingsmodel. Dit model kan uiteindelijk gebruikt worden voor een dynamische teeltsturing maar kan ook een goed hulpmiddel zijn voor plukbeslissingen van plukrobots. - Prioritering van automatiseringstoepassingen in de champignonteelt waarbij het champignonontwikkelingsmodel een centrale rol speelt. Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |
| Research objectives: The Dutch Mushroom Industry experiences an increasing competition from other European countries. The competition is especially lost on cost in production and lack of unique selling points. The Dutch mushroom industry has issued recently a ¿vision paper¿ describing innovation needed in order to come to a sound industry within the next 10 to 15 years. The objectives of this project are: increasing the profitability of mushroom farms by innovations; increasing the efficiency of the present substrate, the development of an alternative substrate and to develop dynamic crop control. Results and products: Deliverables: - A model describing the growth and development of mushrooms - Prioritizing automation applications in mushroom production based on models - The further development and implementation of applications for dynamic crop control - An improved bench model for mushroom production without compost - Knowledge on nutritional needs of mushroom during growth and development. |
| Penvoerder | Plant Research International (WUR) |
|---|---|
| Financier | Directie Agrokennis (EL&I) |
| Projectleider | Dr. A.S.M. Sonnenberg |
|---|
| A21000 | Landbouw en tuinbouw |
|---|---|
| D22500 | Plantkunde |
Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie