KNAW

Research

Improvement of disease suppression of soils through functional agrobiodiversity

Pagina-navigatie:


Update content


Title Improvement of disease suppression of soils through functional agrobiodiversity
Period 01 / 2008 - 12 / 2011
Status Completed
Research number OND1331150

Abstract

Research objectives:
The impact of different crops on soil suppressiveness of Rhizoctonia solani AG2 in sugar beet and cabbage will be assessed. Suppressiveness will be compared with the presence of antagonistic Lysobacter species as well as other soil (microbial) characteristics.

Results and products:
Efficacy of the application of mycorrhiza fungi on onion seeds and plantlets will be tested. First, in the greenhouse with potexperiments and plant with and without additional mycorrhizal fungi and inoculated with fusarium. In case of positive results, the impact on Fusarium suppression in onion will also be tested in the field.

Abstract (NL)

Doel:
Identificatie van factoren die de ziektewerende eigenschappen van de bodem verhogen om een duurzame productie te ondersteunen. Hierbij zullen we ons in eerste instantie richten op de meest kansrijke systemen: nl. teeltmaatregelen die Rhizoctonia solani in suikerbiet (eventueel kool) en Fusarium oxysporum in ui kunnen beheersen.

De onderzoeksvragen zijn:

- Kunnen verschillende gewassen (incl. groenbemesters) de aanwezigheid van antagonistische Lysobacter soorten stimuleren en wordt hiermee een hogere bodemweerbaarheid tegen Rhizoctonia bereikt?
- Kunnen via zaad en plantgoed toegevoegde mycorrhiza zich in voldoende mate op de wortels van ui vestigen, zodat er een verbeterde weerbaarheid tegen Fusarium (bolrot) in ui ontstaat?

Mogelijk dat op een later tijdstip onderzoek kan plaatsvinden naar teeltmaatregelen die ziektewering verhogen bij Streptomyces scabies (schurft in aardappel).

Werkwijze:
Het onderzoek richt zich op 2 belangrijke gewas-pathogeen systemen:

- Rhizoctonia solani AG2 in suikerbiet.
- Fusarium oxysporum in ui.

Rhizoctonia:
Er zal onderzocht worden welke groenbemesters en voorvruchten de ziektewering van Rhizoctonia stimuleren en of dit correleert met de aanwezigheid van antagonistische Lysobacter soorten. Hiervoor zullen in 2008 ca. 25 percelen bij boeren bemonsterd worden om het effect van gras/klaver, gras, leguminosen, en koolachtigen te onderzoeken. Er zal een keuze gemaakt worden uit biologische en gangbare bedrijven (netwerken of individuele boeren), en praktijkexperimenten, zowel op zand als op kleigrond. Hierbij wordt het feit dat in 2006 ziektewering op enkele kleigronden a.g.v. gras/klaver toenam als uitgangspunt genomen. Ziektewering zal bepaald worden onder gestandaardiseerde omstandigheden. Verder worden >aantallen Lysobacter, Streptomyces en andere bodemparameters zoals pH, kleigehalte, organische stof bepaald. Microbiële diversiteit en biomassa worden geanalyseerd indien relevant. Door samenwerking met BLGG (bodemanalyselaboratorium) en IRS (onderzoek aan suikerbieten) kan mogelijk een groter aantal grondmonsters getoetst worden en gerelateerd worden met extra bodemkundige informatie. Dit projectonderdeel zal worden gekoppeld aan het onderzoek naar ziektewering in FAB 2. Kennis uit beide projectonderdelen zal elkaar versterken.

Fusarium:
Onderzoek naar de weerbaarheid van de bodem na toevoeging van mycorrhiza aan zaad of plantgoed. De relatie met de natuurlijke mycorrhiza-populatie is hierbij ook van belang. Proeven zullen uitgevoerd worden in de kas (2008 en 2009) en vervolgens in het veld (2010 en 2011). Fusarium bolrot is in Nederland een toenemend probleem, vooral in warme zomers. Uitvoering van veldproeven alleen, zal daarom niet altijd resulteren in resultaat. Daarom wordt voorgesteld om het effect eerst in kasproeven te onderzoeken.

Voor de kasproeven zal grond verzameld worden uit diverse regio s waar uien worden geteeld. Hierbij zal tevens het effect van de voorvrucht in de analyses worden meegenomen. Er zal gekozen worden voor twee uienrassen waaraan al dan niet extra mycorrhiza zal worden toegevoegd bij zaai of uitplanten. Ongeveer een maand na uitplanten zullen sporen van een Fusarium-isolaat aan de planten worden toegevoegd. Vervolgens zal bijgehouden worden hoeveel planten wegvallen tijdens het groeiseizoen en hoeveel rottende bollen er tijdens de oogst en na bewaring worden aangetroffen. Er is een no-go moment als na twee jaar kasonderzoek de hoeveelheid rottende bollen na bewaring niet significant lager is na toevoeging van mycorrhizaschimmels dan zonder toevoeging van deze schimmels. In dat geval zal geconcludeerd worden dat toevoegen van mycorrhizaschimmels aan de bodem geen perspectief heeft bij ui. Dit resultaat zal met de doelgroep worden gecommuniceerd. Als er significant minder rottende bollen gevonden worden na toevoeging van mycorrhizaschimmels zal het project zich in 2010 en 2011 in samenwerking met PPO-AGV meer richten op inoculatietechnieken voor grootschalige toepassing van mycorrhizaschimmels en op ziektewering van Fusarium oxysporum bolrot in ui. Hierbij zal ook rekening gehouden worden met de economische perspectieven van het gebruik van mycorrhizaschimmels.

Resultaten:
- Inzicht in het effect van verschillende voorvruchten (incl. groenbemesters) op ziektewering van Rhizoctonia. Dit biedt boeren praktische mogelijkheden om hun bodemweerbaarheid te verhogen.
- Kennis over de relatie tussen de aanwezigheid van Lysobacter en ziektewering van Rhizoctonia. Dit biedt ook mogelijkheden om ziektewering te voorspellen.
- Inzicht in het vermogen van mycorrhiza s om na toediening via zaad en plantgoed de weerbaarheid Fusarium bolrot te verhogen.
- Mondelinge communicatie ten aanzien van voorvrucht en groenbemesters via praktijknetwerken en PPO.
- Kennisuitwisseling met IRS (onderzoeksinstituut voor suikerbiet) en BLGG(bodemanalyselaboratorium) .
- Kennisoverdracht via symposium (International Congres of Plant Pathology Turijn, 2008)
- Nederlandstalige publicatie (1 vakblad).
- Bijdrage aan rapport waarin de resultaten van de deelprojecten geïntegreerd worden (aan eind van project).
- Communicatie voor praktijkrijpe maatregelen naar SPADE

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Researcher Dr.ir. O.E. Scholten
Researcher Dr. B. Vosman
Project leader Dr.ir. J. Postma

Related research (upper level)

Classification

A13000 Soil
D15100 Geochemistry, geophysics

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation