Doel: (a) Bepalen van de diversiteit van Nederlandse Dickeya en Pectobacterium stammen m.b.v. fysiologische en moleculair-genetische methoden. Hierdoor kan in ecologisch onderzoek t.b.v. risico-analyses met representatieve stammen gewerkt worden. (b) Voor risicoanalyses en het in kaart brengen van kritische controlepunten zal onderzoek uitgevoerd worden naar infectiebronnen en verspreiding en overleving van natrot bacteriën.
Werkwijze: (a) Vervolg survey op en karakterisering van Dickeya s in bloembollen en aardappel. In totaal 10 isolaten van 10 verschillende partijen bloembollen en pootaardappel zullen worden geisoleerd en m.b.v. biochemische en genetische methoden (16S rDNA, recA, dnaX sequences en rep-PCR technieken) worden gekarakteriseerd tot op soortsniveau. In aanvulling hierop zullen ook multilocus tandem repeats gebruikt worden die mogelijk Dickeya en Pectobacterium isolaten nog beter kunnen differentiëren. Dickeya isolaten van aardappel en hyacinth, behorend tot verschillende soorten, zullen na vacuüminfiltratie in veldtoetsen op twee locaties worden onderzocht op virulentie. De veldtoets met aardappelpootgoed zal worden uitgevoerd door HZPC Research.
(b) Localisatiestudies. Om pootgoed te kunnen desinfecteren is het belangrijk gedetailleerd onderzoek te kunnen doen naar de plaats waar Dickeya en Pectobacterium in knol en bol voorkomen. Hiervoor in totaal 5 representatieve Dickeya en Pectobacterium isolaten worden gemerkt met het Green Fluorescent Protein (GFP), waardoor de bacterie groen gaat oplichten wanneer er blauw licht opvalt. De isolaten zullen worden getransformeerd met een plasmide dat van een Israëlische onderzoeksgroep is ontvangen. GFP-mutanten worden onderzocht op ecologische fitness. In potproeven in de kas zullen de GFP-getransformeerde bacteriën worden geinoculeerd in pathogeen-vrije miniknollen en de grond en de dochterknollen zullen worden onderzocht m.b.v. uitplaattechnieken, m.b.v. UV microscopie en m.b.v. Green Fluorescent Screen, een niet-invasief systeem dat met een laser en een hoge resolutiecamera in staat is de bacterie aan te tonen. Ook zullen in natuurlijk geïnfecteerde bollen en knollen worden onderzocht waar de bacterie is gelocaliseerd.
(c) Evaluatie van middelen voor bestrijding van Erwinia s. Middelen die volgens de literatuur (in potentie) Erwinia effectief kunnen doden, worden samen met het CTB geëvalueerd op kansen voor registratie. Hierbij wordt gedacht aan middelen zoals aluminiumchloride, natrium metabisulfiet, ozon, peroxide, geformuleerde koperverbindingen, middenlange keten vetzuren en bacteriofagen. Een selectie van deze middelen zal worden geëvalueerd op activiteit: eerst in vitro (schaaltjes) en daarna op besmet plantmateriaal.
Resultaten: - Nieuwe goed gekarakteriseerde isolaten van Dickeya en Pectobacterium uit knol en bol - Vakbladartikel over survey Vakbladartikel of plaats van pathogenen in plantmateriaal - wetenschappelijke publicatie over de overleving van Dickeya en Pectobacterium in grond - Bacteriofaag isolaten en kennis over het gebruik hiervan voor bestrijding van Dickeya in plantmateriaal - vakbladartikel met gerichte adviezen voor de teelt op basis van resultaten uit het ecologische onderzoek (in samenwerking met HZPC Research)
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |