| Title | Feeding organic dairy cattle |
|---|---|
| Period | 01 / 2007 - unknown |
| Status | Current |
| Research number | OND1332194 |
| Description: From 2008 onwards the sources of the feeding rations must be 100% organic. A closed mineral cycle is an important organic principle. The use of self grown forage or forage which is grown in the region is contributing to this principle. For an optimal farm profit it is important to exploit the forage efficient. Besides economics attention should be given to health and welfare of the animals. Research is necessary to give organic dairy farmers advices under the present and prospective conditions Research objectives: Long term objective: The Dutch organic dairy husbandry is able to compose a ration with 100% organic (regional) products taking into account an optimal economical performance and animal health. Several projects are contributing to this long term objective. The objectives of these projects in 2008 are: 1. The possibilities of maize starch are well known. 2. It is possible to estimate the nutritional value of grass/(red)clover mixtures. 3. Possibilities of low concentrate doses without animal health problems are well known 4. Possibilities of rations under regional self supporting conditions for different situations are well known 5. There is more knowledge to improve the digestion of organic rations 6. Prices of organic feed components are compared. Results and products: 1. Maize starch as concentrate It is expected that feed utilization and especially the protein utilization will improve when silage maize is replaced by maize starch in a ration with a comparable roughage/concentrate proportion. Therefore in this project traditional rations (grass/clover silage and concentrates, either with or without silage maize) will be compared with a ration of grass/clover silage and CCM or maize flour. This research has started in 2007 and will be continued in 2008. Besides the feeding trial the research period will be extended by recording several health parameters during the grazing period. During the trial milk samples will be analysed for composition of fatty acids. The project results in a full report on the feeding trial and an article in a farmers journal will be published early 2009. 2. Feeding value of red and white clover Based on experience in practice there is still a difference between estimated feeding value of (red) clover by laboratories and the real feeding value of (red) clover. Therefore in vivo research is necessary. This project which is a cooperation between ASG, CVB, Blgg and ILVO Belgium has started in 2007. In 2008 the in vivo research will be continued. The project provides in 2009 the following results: - A report with the feeding value of clover - Reference samples for commercial laboratories - Implementation by laboratories 3. Low concentrate doses and animal health Under high self supporting conditions the concentrate doses will be decreasing. This may have consequences for animal health/economics/ suitable genotype. Therefore farmers are looking for management systems with low usage of concentrates. In this project data is used form the project weerstand . Out of a data collection of 100 farmers a selection of farmers with low concentrate dose will be made. From these farmers the ration composition and vitamins and mineral supply will be extensively researched. The project results in a publication of the possibilities and a web news message 4. Improving digestion of organic rations The digestion of organic rations goes not always optimal. To get more knowledge of the backgrounds research will be done at the degradation characteristic of the feeding components and pH value in the rumen. The project will provide a web publication of the results. 5. Price comparison feed components The price of organic feed products differ from comparable regular products. For regular feed products a system exists to compare prices of different products based on feeding value prices. In 2007 a single inventory is be made of organic feed products comparable with the system for regular products and a brief report is published on the website Biokennis.nl. In 2008 an update of the comparison system will be made (OEB or RE will be added to VEM and DVE) and two inventories will be made of organic feed products. The results will be published in two brief reports on the website Biokennis.nl. |
| Doel: Lange termijn doel: de Nederlandse biologische melkveehouderij kan met regionale producten rantsoenen samenstellen die 100 % biologisch zijn en waarbij economisch rendement en dierprestaties/dierenwelzijn optimaal zijn. Aan het lange termijn doel wordt een bijdrage geleverd middels een aantal (deel)projecten. De doelstellingen van deze (deel) projecten in 2008/2009 zijn: - Mogelijkheden van gebruik van maïszetmeel (CCM) in combinatie met gras/(rode) klaver zijn bekend. - Voederwaardeschatting van gras/rode klaver mengsels is verbeterd. - De mogelijkheden van lage krachtvoergiften zonder gezondheidsproblemen zijn bekend. - Er zijn meer inzichten om de vertering van biologische rantsoenen optimaal te laten verlopen. - Voederwaardeprijzen en marktprijzen van verschillende biologische voersoorten zijn vergeleken. Werkwijze: Activiteiten en betrokkenheid sector: 1) Mogelijkheden maïszetmeel in rantsoen Vanuit de praktijk bestaat de indruk dat door snijmaïskuil uit het rantsoen te halen en korrelmaïs erin te brengen, men name in de beginperiode van de lactatie, de krachtvoeraanvoer sterker verminderd kan worden dan verwacht door o.a een betere eiwitbenutting van gras/rode klaver. Dit is o.a. gebaseerd op ervaringen met rantsoenen die samengesteld zijn door Wim Govaerts (Belgische adviseur voor biologische melkveehouderij). Hierbij wordt zoveel mogelijk grasklaver ingezet. De rantsoenen zijn gebaseerd op fasevoedering. Het basisrantsoen is gedurende de gehele lactatie gelijk, met veel pensafbreekbare koolhydraten. In de tweede fase vanaf ca 100 dagen in de lactatie krijgen koeien geen/nauwelijks darmverteerbaar zetmeel (snijmaïs). Koeien hebben alleen in de eerste fase zetmeel nodig om uit een negatieve energiebalans te blijven. De verwachting is dat de melkproductie in dit systeem persistenter is omdat in de tweede fase de conditie van de koeien niet toeneemt. Daarnaast is de verwachting dat de productie in de eerste fase met maïsmeel of CCM efficiënter is dan met snijmaïs door het hoge ligninegehalte in snijmaïs. Als structuurbron wordt rode klaver/luzerne gevoerd. In oktober 2007 is een onderzoek met melkkoeien gestart waarbij traditionele biologische rantsoenen (rantsoenen met grasklaver en krachtvoer en al dan niet snijmaïs) worden vergeleken met een rantsoen van grasklaverkuil en CCM of maïsmeel. Dit jaar wordt het onderzoek verder uitgevoerd en afgerond. Voor het onderzoek worden de koeien gevolgd in een individuele voederproef over een periode van 18 weken vanaf afkalven. De koeien worden langer in de lactatie gevolgd wat betreft productie en enkele gezondheidsparameters. Daarom worden de koeien na de 18 weken stalperiode ook in de wei gevoerd volgens de verschillende voerstrategieën. Op verschillende tijdstippen in de proef worden melkmonsters genomen voor bepaling van vetzuursamenstelling. Dit om na te gaan of een rantsoen met CCM of maïsmeel niet tot een verslechtering van de melkkwaliteit leidt, in vergelijking met een rantsoen zonder maïs. 2) Voederwaardering rode en witte klaver In 2007 is in vivo verteringsonderzoek gestart, om tot een betere voederwaardeschatting van gasklaver te komen. Dit project is een samenwerking tussen ASG, CVB, Blgg en ILVO België. Het Productschap Zuivel draagt bij in de financiering (ca 70 k ). In 2007 zijn de benodigde 11 grasklaver partijen verzameld en is er begonnen met het in vivo verteringsonderzoek. Dit jaar zal de uitvoering van het onderzoek worden voortgezet en zullen de gegevens worden verwerkt. Tevens zal er een begin worden gemaakt met de implementatie en rapportage van de resultaten. 3) Lage krachtvoergiften en diergezondheid Bij een hogere graad van zelfvoorziening zal de krachtvoergift onder druk komen te staan. Wat zijn de gevolgen hiervan voor diergezondheid/economie/geschikte rassen/type koe? Er is onzekerheid hoe ver je kan gaan met verminderen van krachtvoerhoeveelheid, met name wat betreft conditie en gezondheid (celgetal, vruchtbaarheid). Ook economische aspecten spelen mee. Veehouders zijn daarom op zoek naar wijzen van bedrijfsvoering met lage krachtvoergiften. Het idee is dat daarbij ook een aangepaste type koe hoort. In het project Z-06 Weerstand worden gegevens van ruim 100 praktijkbedrijven verzameld op gebied van gezondheid, weerstand en melkproductie. Binnen deze bedrijven zullen bedrijven worden geselecteerd die lage krachtvoergiften (bv < 10-12 kg/100 kg melk) realiseren. Vervolgens zullen op deze geselecteerde bedrijven de voedingsaspecten, zoals rantsoensamenstelling en vitaminen en mineralen voorziening, uitgebreider worden geïnventariseerd om meer inzicht te krijgen in de mogelijkheden om lage krachtvoergiften te realiseren bij een goede diergezondheid. Daarnaast zal gekeken worden of er onderscheid is in type koeien tussen bedrijven met lage en hoge krachtvoergiften. Wat betreft het effect van het type koe kan als vervolg op dit onderzoek in 2009 op Aver Heino een vergelijkend onderzoek worden uitgevoerd met de verschillende rassen die op het bedrijf aanwezig zijn. 4) Optimalisatie vertering rantsoen Uit mestscores blijkt vaak dat de vertering van een rantsoen niet optimaal verloopt. Dit is o.a. ook waargenomen in voedingsonderzoek met graan op Aver Heino en op De Marke. Mogelijk spelen grotere hoeveelheden zetmeel (uit maïs of graan) met een hoge afbraaksnelheid in combinatie met een afwijkend afbraakpatroon van gras(klaver)kuil mee bij de minder goede vertering van het rantsoen. In de zomer van 2007 is in onderzoek van de Marke oriënterend gekeken naar afbraak van ruwvoer en pH-verloop in de pens bij enkele pensfistelkoeien. Het is nuttig om ook voor biologische rantsoenen dergelijke gegevens te verzamelen. Biologische krachtvoeders bestaan steeds meer uit granen met veel snel afbreekbaar zetmeel. In de maïsvoederproef (1) worden rantsoenen met standaard krachtvoer vergeleken met rantsoenen met maïsmeel. Inzicht in afbraakkarakteristieken van voedermiddelen en pH-verloop in de pens levert meer duidelijkheid op over vertering en benutting van deze rantsoenen. Daarom worden met pensfistelkoeien (in Lelystad) afbraakkarakteristieken van voedermiddelen in de lopende voederproef bepaald en wordt het pH-verloop in de pens met de proefrantsoenen gemeten. De resultaten worden vergeleken met de resultaten van De Marke. 5) Prijsvergelijking biologische voedermiddelen De prijzen van biologische voedermiddelen wijken meestal af van vergelijkbare voedermiddelen in de gangbare sector. In de biologische sector is er daarom behoefte aan een aparte prijsvergelijking van voedermiddelen op basis van voederwaardeprijzen. In 2007 is er een prijsvergelijkingssyteem opgezet vergelijkbaar met het gangbare systeem. Vanuit de sector is aangegeven dat er behoefte aan is om periodiek (2 maal per jaar) een prijsvergelijking te berekenen en uit te brengen. Daarbij is tevens aangegeven dat het nuttig is om naast VEM en DVE ook OEB in het systeem op te nemen omdat er in biologische rantsoenen naast bestendig eiwit ook vaak behoefte is aan onbestendig eiwit. Tevens is aangegeven dat het nuttig is om in de nieuwsbrief informatie op te nemen over de beschikbaarheid van bepaalde producten wanneer daar aanleiding voor is. De continuïteit en mogelijkheden voor een update van het prijsvergelijkingssysteem voor de gangbare sector staat op dit moment ter discussies. Er wordt verkend of er een gezamenlijk/vergelijkbaar nieuw systeem kan worden ontwikkeld. Datum en omschrijving fases en go/no go momenten 1) Mogelijkheden maïszetmeel in rantsoen: programmagelden ASG k 48,0 (voederproef) + k 30,0 (vervolgonderzoek) Dit onderzoek is gestart in 2007 (zie projectkaart 2007) en wordt in 2008 voortgezet. · Vervolg uitvoering voederproef eerste 18 weken van lactatie : jan 2008 mei 2008 · Uitvoering vervolgonderzoek productie en diergezondheid rest van lactatie: april okt 2008 · Verwerking resultaten : juni - nov 2008 · Rapportage en artikel : dec 2008- jan 2009 2) Voederwaardering rode en witte klaver: programmagelden ASG k 30,0 · Vervolg uitvoering metingen jan 2008 - juni 2008 · Interpretatie gegevens juli 2008 - dec 2008 · Rapportage en implementatie okt 2008 feb 2009 3) Lage krachtvoergiften en diergezondheid: programmagelden ASG k 50,0 · Selectie bedrijven met lage krachtvoergiften: jan 2008 · Go/ no go beslissing op basis van selectiegegevens of er voldoende geschikte bedrijven zijn om verder mee te gaan · Inventarisatie rantsoengegevens op geselecteerde bedrijven: feb 2008 aug 2008 · Analyse resultaten : sept 2008 · Voorstellen bedrijfsstrategieën: okt 2008 · Rapportage in een praktijkpublicatie: nov 2008 4) Optimalisatie vertering rantsoen: programmagelden ASG k 27,5 · Opzet onderzoek: jan-feb 2008 · Uitvoering verteringsonderzoek en pH meting : maart 2008 mei 2008 · Verwerking en interpretatie resultaten : juni-aug 2008 · Rapportage: sept okt 2008 5) Prijsvergelijking biologische voedermiddelen: programmagelden ASG k 12,5 · Mogelijkheden verkennen om een nieuw systeem op zetten en afstemming zoeken het prijsvergelijkingssyteem voor de gangbare sector: 2006-jan 2007 · Go/ no go beslissing uiterlijk 1 feb 2008 Bij go: · Opzet nieuw systeem feb - maart 2008 · Eerste inventarisatie prijzen voedermiddelen: april-mei 2008 · Eerste publicatie met prijsvergelijking: juni 2008 · Tweede inventarisatie prijzen voedermiddelen: okt-nov 2008 · Tweede publicatie met prijsvergelijking: dec 2008 6) Algemeen: programmagelden ASG k 20,0, LBI k 3,0 · Projectcoördinatie · Communicatie Resultaten 1. Mogelijkheden maïszetmeel in rantsoen - Nieuwsbericht bij overgang van stal naar wei (mei 2008 - Artikel in vakblad met resultaten voederproef (dec 2008) - Digitale rapportage van voederproef (2009) - Persbericht bij uitgave rapportage 2. Voederwaardering rode en witte klaver: - Rapportage van het onderzoek (2009) - Referentiemonsters voor laboratoria (2009) - Nieuwe voederwaardering toegepast door laboratoria (2009) 3. Lage krachtvoergiften en diergezondheid - Nieuwsbericht bij aanvang van het onderzoek (jan 2008) - Praktijkpublicatie met mogelijke bedrijfsstrategieën om lage krachtvoergiften te realiseren (nov-dec 2008) - Nieuwsbericht bij afsluiting van het onderzoek (dec 2008 4. Optimalisatie vertering rantsoen: programmagelden ASG k 27,5 - Nieuwsbericht bij aanvang van het onderzoek (jan 2008) - Digitale rapportage van resultaten (sept 2008) 5. Prijsvergelijking biologische voedermiddelen - Nieuwsbericht met prijsvergelijking (juni 2008) - Nieuwsbericht met prijsvergelijking (nov 2008) 5. Algemeen (projectcoördinatie en communicatie) - Drie bijeenkomsten projectteam - Voortgangsrapportages - Opstellen plannen vervolgonderzoek. Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |
| Secretariat | Wageningen UR Livestock Research (WUR) |
|---|---|
| Financier | Department of Knowledge (EL&I) |
| Researcher | Ir. A.M. Matser |
|---|---|
| Project leader | Ing. H.A. van Schooten |
| A22000 | Animal husbandry |
|---|---|
| A34700 | Animal feeds |
| D22600 | Zoology |
Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation