| Doel Het doel van deze studie is het verkrijgen van meer inzicht in het ontsporen van (brandwonden)littekens en hoe de twee meest gebruikte therapievormen hierop ingrijpen. We kijken hierbij naar veranderingen in de geprogrammeerde celsterfte en de voor de wondgenezing belangrijkste groeifactoren. Achtergrond Hypertrofische oftewel overmatige wondgenezing is een veelvoorkomend probleem, zowel bij brandwonden als bij traumatische en chirurgische wonden. Verlengde activiteit van littekenvormende cellen uit zich in rode, verheven, zeer stugge littekens die tot bewegingsbeperkingen kunnen leiden en daarnaast vaak ook cosmetisch heel belastend voor patiënten zijn. Verondersteld wordt dat een van de oorzaken van deze ontsporing gelegen is in het feit dat de verantwoordelijke cellen niet afsterven als hun werk, namelijk het vullen van het defect, gedaan is. Druktherapie, in de vorm van drukkleding en drukplaten, is de meest toegepaste behandeling bij deze overmatige wondgenezing. Patiënten dienen deze ongeveer twintig uur per dag te dragen, tot het litteken tot rust is gekomen. Dit kan soms wel tot een jaar duren. Een nieuwere techniek zijn de siliconenpleisters, die over de wond geplakt worden. De precieze werking van deze therapievormen is echter nog steeds niet goed bekend. Methode In onze studie zullen vier patiëntengroepen gevolgd worden: een groep met druk én siliconentherapie, een groep met druktherapie, een groep met siliconentherapie en een controlegroep. Op vaste tijdstippen zullen er naast meting van roodheid en dikte, stukjes weefsel uit de littekens genomen worden. Deze stukjes weefsel zullen dan microscopisch onderzocht worden op verschillen in celdood en groeifactoren. |