| Probleemstelling: Het Nederlandse debat over burgerschap en identiteit is aan het begin van de 21ste eeuw sterk gepolariseerd, waarbij angst voor culturele verschillen de meningsvorming en de reflectie, als ook het politieke beleid veelal domineert (Kleijwegt/van Weezel 2006). De complexe, interculturele situatie waarin de samenleving meer en meer terechtkomt, vormt mede de achtergrond van deze polarisering en kent verschillende vormen en gradaties. Deze ontwikkelingen beperken zich uiteraard niet tot Nederland, maar zijn gerelateerd aan complexe mondiale sociale, politieke en economische processen. In de afgelopen 50 jaar zijn er opmerkelijke migratiestromen op gang gekomen (Appadurai, 2006, Benhabib 2004). Meer dan ooit tevoren migreren mensen van het ene land naar het andere en van het platteland naar een stedelijke omgeving. De dagelijkse leefsituatie van mensen is daardoor ingrijpend veranderd. Van burgers van de 21ste eeuw wordt verwacht dat zij in staat zijn te functioneren in een sociaal-politieke omgeving die gekenmerkt wordt door grote culturele en religieuze diversiteit. Om in een dergelijke maatschappelijke context goed te kunnen functioneren, staan waarden ter discussie en zijn er nieuwe inzichten en vaardigheden nodig die burgers zich eigen kunnen maken (zie o.a. Giddens 1991, 2007, Parekh 2000, Beck 2004, Appiah 2006). Voor Nederland is deze problematiek onlangs aan de orde gesteld in het rapport Identificatie met Nederland (2007) van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Dit UvH-onderzoeksproject richt zich op de uitdagingen waarmee burgers in westerse samenlevingen in een mondiale context geconfronteerd worden, en spitst zich toe op de vraag hoe burgerschapsvorming binnen interculturele spanningsvelden gestalte kan krijgen, daar waar oude, verzuilde vormen van burgerschap, gebaseerd op maatschappelijke scheiding van culturele bijvoorbeeld religieuze identiteiten, niet meer volstaan. Doelstelling: Vanuit een theoretische doordenking van de processen die zich in de genoemde interculturele situaties ontwikkelen, richt het onderzoeksproject zich op een bijdrage van de humanistiek aan: * de formulering en toetsing van nieuwe concepten van burgerschap en identiteitsvraagstukken, * de praktische ontwikkeling van nieuwe burgerschapsvormen en de vaardigheden en participerende praktijken die daarbij horen. Zo kunnen deze processen in een ander licht komen te staan, waarin nieuwe, nog ongedachte vormen van engagement bepalend zijn voor de articulatie van identiteiten in een pluriforme samenleving. Deze onderzoeksdoelstelling sluit mede aan bij nieuwe discussies en reflecties over de spanningsverhouding tussen autonomie en gemeenschap in de Nederlandse humanistische beweging, zoals het Humanistisch Verbond die onlangs formuleerde (Wit e.a. 2007). Het onderzoeksproject beoogt een bijdrage te leveren aan het Nederlands en internationaal debat over intercultureel burgerschap vanuit een Humanistiek perspectief. |