KNAW

Research

A historical-critical edition of Willem Kloos' poetry with edition-theoretical annotations

Pagina-navigatie:


Update content


Title A historical-critical edition of Willem Kloos' poetry with edition-theoretical annotations
Period 01 / 2008 - 12 / 2011
Status Current
Dissertation Yes
Research number OND1333266
Data Supplier Website OSL

Abstract (NL)

Het project omvat twee luiken. In het eerste luik wordt een historisch-kritische editie van Willem Kloos' poëzie gepresenteerd. In een tweede luik wordt deze casus gebruikt als basis voor een editietheoretisch commentaar. LUIK 1: Historisch-kritische editie van Kloos' poëtisch oeuvre Willem Kloos maakte in het meinummer van de jaargang 1880 van het tijdschrift Nederland zijn poëtisch debuut met het dramatische fragment Rhodopis. Dit fragment bundelde hij, samen met nog twee andere en ongeveer 170 gedichten, in zijn debuut Verzen (1894). Deze bundel werd driemaal herdrukt (respectievelijk in 1902, 1917 en 1932) en daarnaast verschenen nog Nieuwe Verzen (1895), Verzen II (1902) en Verzen III (1913). Bovendien schreef Kloos nog ongeveer 2700 sonnetten die hij zijn Binnengedachten noemde. Hiervan werden er 1200 in De Nieuwe Gids uitgegeven en de overige 1500 bleven ongepubliceerd in het cahier van de schrijver. (Kralt 2004: 15) Enkele van deze cahiers (wellicht allemaal) worden bewaard in het Letterkundig Museum in Den Haag, maar daar is tot nog toe geen onderzoek naar gedaan. Na het overlijden van Kloos in 1938 is er weinig aan de redactie van de vier uitgegeven bundels veranderd en tot vandaag bestaat er geen enkele betrouwbare, wetenschappelijk verantwoorde editie van Kloos' verzen. In 1988 merkte Van der Paardt nog op dat een standaarduitgave van de gedichten van Kloos tot de desiderata behoort'. (Van der Paardt 1988: 153) Neerlandicus Piet Kralt deed in 1995 een poging om het debuut van Kloos als editie' uit te geven onder de titel Verzen, die volledigheid laat vermoeden. Nochtans zijn in deze editie' niet alle sonnetten uit Verzen (1894) opgenomen, vinden we geen overzicht van de varianten terug en is er een te beperkte verantwoording waarin de editeur bovendien zijn selectie met het vage criterium alles wat echt goed was, werd zonder meer opgenomen' beargumenteert. (Kralt 1995: 13) Terecht merkt Charles Vergeer in 2003 op dat [v]an het dichtwerk van Willem Kloos nog steeds geen goede uitgave [bestaat]'. (Vergeer 2003: 123) Aan de hand van kritisch bronnenonderzoek (met inbegrip van de manuscripten) en tekstvergelijkend onderzoek is het de bedoeling om tot een historisch-kritische editie van Kloos dichtwerk te komen. De Kloos-editie wordt voorzien van een gedetailleerde inhoudsopgave zodat specifieke teksten snel kunnen worden teruggevonden. Alle vindplaatsen worden gedocumenteerd en een grondige bibliografie - onderverdeeld per thema - sluit het werk af. Het variantenapparaat omvat synoptische en gelemmatiseerde presentaties van alle variante lezingen. Zoals eerder onderzoek naar varianten in Verzen (1894) aantoont, was Kloos geen herschrijver, hoewel een interne collatie van één druk en overige handschriftelijke documenten nog relevante bevindingen zullen opleveren. In de commentaar komen, naast een uitvoerig gedocumenteerde tekstgeschiedenis en een editieverantwoording, een overzicht van het bestaande Kloos-onderzoek voor en daarnaast een uitgebreide receptiegeschiedenis van het oeuvre van Willem Kloos. Een overzicht van secundaire bronnen kan als de editeur een metastandpunt (definitie volgens Van Rees en Dorleijn 1993: 2) inneemt, m.a.w. als de secundaire Kloos-literatuur in de commentaar ook uitgebreid wordt bestudeerd en gecontextualiseerd. Vaak is het zo dat de commentaargedeelten van historisch-kritische edities bestaan uit een reconstructie van de ontstaans- en drukgeschiedenis van literaire teksten, zonder een receptiehoofdstuk waarin verschuivingen in de ontvangst van het werk in de literaire kritiek (bij uitbreiding: in het contemporaine literaire veld) aan bod komen. In de commentaar van de Kloos-editie wordt bestudeerd hoe in de loop van (het einde van) de negentiende en de twintigste eeuw betekenis is toegekend aan het werk van deze belangrijke Nederlandse dichter. LUIK 2: Editietheoretisch commentaar Het onderzoek, zoals hierboven beschreven, vormt in een tweede fase het uitgangspunt om nieuwe inzichten in en perspectieven voor de (Nederlandstalige) editietheorie te bestuderen. Ongeacht of velen aarzelen om over editiewetenschap te spreken en de textologie als hulpwetenschap beschouwen (cf. Mathijsen 2003: 28), is het editeren op dit moment een internationaal beoefende discipline met eigen tijdschriften, instituties en diverse stromingen, die desondanks met het oog op de verdere ontwikkeling van de editiepraktijk in ons taalgebied tot nog toe weinig bestudeerd zijn. In de overzichtsstudie Text und Edition. Positionen und Perspektiven (2000) wordt weliswaar een overzicht gegeven van de Anglo-Amerikaanse, Duitse en Franse editietheoretische en -technische ontwikkelingen, de stand van het onderzoek in Nederland en Vlaanderen komt nauwelijks aan bod komt. Alleen H.T.M. van Vliet geeft in het samen met Plachta geschreven artikel Überlieferung, Philologie und Repräsentation' (Van Vliet en Plachta 2000: 11-35) een overzicht van de uitdagingen van het editeren in een Nederlandse context. Het is noodzakelijk, vooraleer het huidige Nederlandstalige editorisch/editiewetenschappelijk landschap in kaart te brengen en nieuwe inzichten te formuleren voor verder editiewetenschappelijk onderzoek, een overzicht te presenteren van de editiegeschiedenis' in Nederland en Vlaanderen. De Nederlandse editietechniek wordt zonder veel nuance in de lijn van de Duitse (of dus Europese) school geplaatst. Dat beeld moet worden gecorrigeerd. Zeker nu steeds meer stemmen opgaan om vooral een functionele editiepraktijk te beoefenen, waarbij het editietype bepaald wordt door het publiek waarvoor de uitgave is bedoeld, is het duidelijk dat de Nederlandse (en Vlaamse) editiepraktijk nauwer aanleunt bij (ontwikkelingen in) de Anglo-Amerikaanse school. In artikelen van onder anderen Shillingsburg (Variants 4 (2005), 29-56), McGann en Greetham (die verschenen in Text (2006)), wordt veel sterker de functionaliteit van edities benadrukt dan in artikelen van Duitse editietheoretici. En hoewel de vermelde editeurs/editietheoretici vandaag het opstellen van een eclectische tekst afwijzen, ontstond die in de eerste plaats om onderzoekers met een goede' tekstversie in aanraking te laten komen. Onderzoekers met specifieke interesse voor de Nederlandstalige editiegeschiedenis, haar positie en ontwikkelingen beschikken niet over een grondige studie. Enerzijds aan de hand van diverse, toonaangevende wetenschappelijke publicaties en anderzijds met behulp van bestaande, invloedrijke Nederlandstalige edities en de werkwijzen/principes die daarin worden gebruikt, wordt een grondig overzicht van de Nederlandstalige editiewetenschap geschreven. Daarnaast wordt dat overzicht gebruikt als uitgangspunt voor een theoretische reflectie over nieuwe perspectieven voor het editeren van literaire teksten.

Related organisations

Other involved organisations

Universiteit Gent

Related people

Supervisor Prof.dr. M.T.C. Mathijsen-Verkooijen
Project leader Dr. P.G. de Bruijn
Doctoral/PhD student C. Cailliau

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation