KNAW

Onderzoek

Triple P na de couveuse: effectiviteit van opvoedingsondersteuning bij...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Triple P na de couveuse: effectiviteit van opvoedingsondersteuning bij gezinnen waarin een peuter of kleuter opgroeit met emotionele- en/of gedragsproblemen
Looptijd 01 / 2008 - 12 / 2011
Status Lopend
Onderzoeknummer OND1334375
Leverancier gegevens ZonMw Projectenpoort

Samenvatting

Vraagstelling: Het onderzoek heeft als doel middels een multi-center, open gerandomiseerde gecontroleerde trial (RCT) het effect van een specifiek opvoedingsondersteuningsprogramma (Triple P; niveau 3) te evalueren bij gezinnen waarin een ex-couveuse kind opgroeit dat op de peuter- of kleuterleeftijd (2 tot en met 5 jaar) emotionele- en/of gedragsproblemen vertoont en waarvan de ouders een verzwaarde opvoedsituatie aangeven. De volgende vraag zal beantwoord worden: Wat is de effectiviteit van het opvoedingsondersteuningsprogramma Triple P (Positief Pedagogisch Programma; niveau 3) ten opzichte van een controle conditie in termen van de door de ouder(s) gepercipieerde emotionele- en/of gedragsproblemen bij hun ex-couveuse kind, de beleving van de opvoeding door de ouders, en de manier waarop ouders en kinderen interacteren met elkaar?
Samenvatting: Achtergrond: Ex-couveuse kinderen vertonen op de peuter- en kleuterleeftijd meer emotionele- en/of gedragsproblemen dan op tijd geboren kinderen zonder medische complicaties. Het krijgen van een kind dat op een neonatale intensive care unit (NICU) moet worden opgenomen is een extra belasting voor de opvoedsituatie niet alleen in de acute fase maar ook in de jaren daarna. De overgrote meerderheid van interventies bij ex-couveuse kinderen en hun ouders zijn tot nu toe voornamelijk uitgevoerd tijdens de NICU opname of in het eerste jaar na ontslag, en zijn voornamelijk gericht op het direct stimuleren van de motorische en/of cognitieve ontwikkeling van het kind. De effecten van sommige vroegkinderlijke interventies (voor het tweede levensjaar) op het gedrag van het kind zijn op korte termijn positief, maar op de lagere schoolleeftijd verdwenen. Voor zover bekend zijn tot op heden nog geen studies verricht naar interventies gericht op opvoedingsondersteuning voor ouders van ex-couveuse kinderen in de peuter- of kleuterleeftijd, terwijl juist dan de emotionele- en/of gedragsproblemen meer aan het licht lijken te komen. Onderzoeksvraag: Wat is de effectiviteit van het opvoedingsondersteuningsprogramma Triple P (Positief Pedagogisch Programma; niveau 3) vergeleken bij een controle groep in termen van de door de ouder(s) en leerkrachten gepercipieerde emotionele- en/of gedragsproblemen bij hun ex-couveuse kind, de beleving van de opvoeding door de ouder(s), en de manier waarop ouders en kinderen interacteren met elkaar? Studieopzet: Multi-center open gerandomiseerde trial. Studiepopulatie: Ouders van 68 ex-couveuse kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 5 jaar, geboren na een zwangerschapsduur van < 32 weken en/of een geboortegewicht < 1500 gram of a term geboren kinderen met perinatale asfyxie met emotionele- en/of gedragsproblemen waarvan de ouders een verzwaarde opvoedsituatie vermelden. Interventie: Een theoretisch en empirisch onderbouwd opvoedingsondersteuningsprogramma, Triple P (niveau 3) versus een controle groep. Meetmomenten: voormeting en follow-up op 3, 6 en 12 maanden na start interventie. Primair eindpunt: Door ouders gepercipieerde emotionele- en/of gedragsproblemen tot uitdrukking komend op de schaal Totale problemen van de CBCL (1½-5jaar). Secundaire eindpunten: Door ouders gepercipieerde aanwezigheid van Internaliserende en Externaliserende problemen (CBCL 1½-5jaar) en disruptief gedrag (ECBI), beleving van ouders van de opvoedsituatie (NOSI), attitude van ouders betreffende de opvoeding (CRPR), de door ouders gepercipieerde kwetsbaarheid van hun kind (VCS), door leerkracht/ leidster gepercipieerde aanwezigheid van Internaliserende en Externaliserende problemen (TRF), kenmerken van de daadwerkelijke ouder-kind interactie (DPICS-III) en aantal ouders dat na interventie behoefte heeft aan (intensievere) begeleiding. Data-analyse: Effecten van de interventie zullen geanalyseerd worden met behulp van Student T-testen of Chi-kwadraat testen. Indien baseline verschillen gevonden worden zal ook multivariaat geanalyseerd worden. Alle analyses zullen uitgevoerd worden vanuit een intention-to-treat principe. Tijdspad: januari 2008 - december 2011 (48 maanden)

Betrokken organisaties

Penvoerder Afdeling Kindergeneeskunde (UU)
Samenwerking Trimbos-instituut
Samenwerking Isala Klinieken
Financier ZonMw

Betrokken personen

Projectleider Prof.dr. M.J. Jongmans

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie