KNAW

Onderzoek

Risicoscreening bij kinderen en adolescenten op posttraumatische...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Risicoscreening bij kinderen en adolescenten op posttraumatische stressklachten na Spoedeisende Hulp: evaluatie van een screeningslijst
Looptijd 03 / 2008 - 10 / 2011
Status Lopend
Onderzoeknummer OND1334485
Leverancier gegevens ZonMw Projectenpoort

Samenvatting

De doelen van het onderzoek zijn: (1) Het valideren voor Nederland van een screeningsinstrument voor risico op het ontwikkelen van persisterende posttraumatische stressreacties bij kinderen na Spoedeisende Hulp, de Screening Tool for Early Predictors of PTSD: STEPP en (2) Het identificeren van eventuele andere risicofactoren ter aanvulling op de STEPP. De taakstelling is het landelijk implementeren van een risicoscreeningsinstrument voor posttraumatische stressklachten op afdelingen SEH.
Samenvatting: De posttraumatische stress-stoornis (PTSS) ontstaat ten gevolge van het meemaken van een ingrijpende gebeurtenis. Een ingrijpende gebeurtenis is een gebeurtenis, waarbij er sprake is van aantasting van de fysieke integriteit en/of dreiging met de dood. Iemand kan dit zelf meemaken of er getuige van zijn, waarbij de ingrijpende gebeurtenis gepaard gaat met angst, afschuw en/of hulpeloosheid (APA, 1994). Voorbeelden van ingrijpende gebeurtenissen zijn geweld, verkrachting, rampen, verkeersongevallen. Veel kinderen en adolescenten (hierna kinderen genoemd) raken jaarlijks gewond, omdat zij betrokken waren bij een verkeersongeval of een andere ingrijpende gebeurtenis. Deze kinderen worden in veel gevallen medisch behandeld op de traumakamer van een Spoedeisende Hulp (SEH), waarbij meerdere medisch specialisten zorg verlenen. Als gevolg van een ongeval ontwikkelen veel kinderen psychische klachten: de prevalentie van acute PTSS bij kinderen die na een verkeersongeval worden behandeld op een SEH ligt rond de 20 tot 25%. Bij PTSS is daarnaast ook de co-morbiditeit hoog; met name stemmingsstoornissen en andere angststoornissen gaan vaak samen met PTSS (Kessler e.a., 1995; NICE, 2005). PTSS-klachten worden vaak niet herkend, en daarom ook niet behandeld. Onbehandelde PTSS heeft bij kinderen een ernstige negatieve invloed op de ontwikkeling, het psychosociaal functioneren en het vertraagt het fysieke genezingsproces na een ongeval (Winston, 2003). Effectieve evidence-based traumabehandelingen voor deze stoornis zijn beschikbaar. Als zich een PTSS ontwikkelt, dan is snelle herkenning en vroeg ingrijpen met effectieve behandeling belangrijk ter voorkoming van invaliderende klachten met een chronisch beloop en ter bevordering van een spoedig lichamelijk herstel. Ook ouders worden gescreend op aanwezige PTSS-klachten vanwege de invloed van de ouderlijke ontregeling op het optreden van klachten bij het kind (Saxe e.a., 2005).Het doel van dit voorliggende onderzoeksproject is het ontwikkelen van een gebruiksvriendelijk risicoscreeningsinstrument voor voorspellers van PTSS bij kinderen die na het meemaken van een ingrijpende gebeurtenis op de traumakamer van de SEH medisch worden behandeld.Bij het onderzoek zijn de AMC-afdelingen (Kinder-)chirurgie en Kindergeneeskunde betrokken en de patiënten worden geworven na behandeling op de traumakamer van de SEH.De ontwikkeling van de risicoscreeningslijst bestaat uit: (a) de Screening Tool for Early Predictors of PTSD (STEPP; Winston, 2003). De STEPP is een in de VS ontwikkeld instrument voor kinderen die na het meemaken van een ingrijpende gebeurtenis medisch worden behandeld op de SEH. De STEPP is reeds vertaald, terugvertaald naar het Nederlands en geaccordeerd door de ontwerpers (F. Winston en N. Kassam-Adams); (b) de STEPP is een kort, gemakkelijk af te nemen en te scoren instrument bestaande uit 12 items. De STEPP wordt door de hoofdverpleegkundige afgenomen op de traumakamer en nogmaals door de onderzoeksassistent binnen één week voor het vaststellen van de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid; (c) na drie maanden wordt met de Anxiety Disorders Interview Schedule-Child and Parent (ADIS-C/P) vastgesteld of er sprake is van PTSS en co-morbiditeit; en (d) de predictieve validiteit van de STEPP wordt bepaald en er wordt onderzocht of het aanvullen van de STEPP met andere predictoren meerwaarde heeft.Een groep van 150 kinderen wordt geïncludeerd die een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt, waarvoor een medische behandeling op de traumakamer van de SEH noodzakelijk is. De hoofdverpleegkundige vult de STEPP in. Na drie maanden vullen de kinderen in de Children s Revised Impact of Event Scale (CRIES) voor PTSS-klachten, Revised Child Anxiety and Depression Scale-Child Version (RCADS) voor angst en depressieve klachten, en de Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ) voor gedragsproblemen. De ouders vullen in de Schokverwerkingslijst (SVL) over henzelf, en de RCADS en SDQ over hun kind. De leerkracht vult de SDQ in. Bij de kinderen en hun ouders wordt een inventarisatie gemaakt van de trauma voorgeschiedenis van de kinderen, en een semi-gestructureerd interview afgenomen, de ADIS, als gouden standaard diagnostiek. Een onderzoeksassistent neemt de STEPP en dit klinisch interview af. De score op de STEPP wordt afgezet tegen de scores op de ADIS om zo de voorspellende waarde van de STEPP te kunnen bepalen.De taakstelling is de ontwikkeling van een korte, gebruiksvriendelijke en gevalideerde risicoscreeningslijst voor vroegtijdige signalering van predictoren voor de ontwikkeling van psychotrauma gerelateerde klachten bij kinderen die behandeld zijn op SEH. Als de STEPP geschikt blijkt, zal hij geïmplementeerd worden op SEH-afdelingen in Nederland.

Betrokken organisaties

Penvoerder Afdeling Psychiatrie (UvA)
Financier ZonMw

Betrokken personen

Onderzoeker Drs. E.P.M. van Meijel
Projectleider Dr. R.J.L. Lindauer

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie