KNAW

Onderzoek

Gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek naar de effecten van Parent-Child...

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel Gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek naar de effecten van Parent-Child Interaction Therapy (PCIT) versus Gezins-Creatieve Therapie voor jonge kinderen met gedragsproblemen en hun ouders
Looptijd 01 / 2009 - 12 / 2013
Status Lopend
Dissertatie Ja
Onderzoeknummer OND1334500
Leverancier gegevens Website Nederlands Jeugd Instituut; Website ZonMw

Samenvatting

Binnen het cluster Gezinnen van de Bascule worden twee behandelingen aangeboden die zich richten op jonge kinderen van 2 tot en met 7 jaar met gedragsproblemen en hun ouders. Parent-Child Interaction Therapy (PCIT) is een geprotocolleerd ambulant behandelprogramma waarbij ouders direct worden gecoacht tijdens het spelen met hun kinder via een one-way screen. PCIT heeft in de VS bewezen dat het leidt tot vermindering van gedragsĀ¬problemen bij kinderen en tot vermindering van ouderlijke stress bij opvoeden. Bovendien heeft het de ouders adequatere opvoedingsvaardigheden aangeleerd. De Gezins-Creatieve Therapie (GCT) is ontwikkeld door mw. Frans Beelen en richt zich op positieve veranderingen van het interactiepatroon van het hele gezin. Tijdens de behandeling komt het gezin doelgericht in beweging aan de hand van beeldende opdrachten die de vaktherapeut bedenkt. Ouders formuleren hun eigen werkdoelen en de opdrachten zijn bedoeld om met deze doelen te oefenen. Het doel is dat dit tot een succeservaring bij de zal gezinsleden leiden, met name bij de ouders. In dit onderzoeks-project worden de effecten van PCIT en GCT onderzocht in een gerandomiseerd gecontroleerd design. GCT duurt 10 sessies die om de week plaats vinden. PCIT is elke week en duurt gemiddeld 15 tot 20 sessies. Voor het bepalen van de behandeleffecten wordt gebruik gemaakt van vragenlijsten, interviews en observaties. Naast demografische gegevens, zoals de etnische achtergrond, zullen ook het psychisch functioneren van het kind en de ouders in beeld worden gebracht, evenals de interactie tussen het kind en de ouder. De Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ), Eyberg Childhood Behavior Inventory (ECBI), Child Behavior Checklist (CBCL) en een interview voor gedragsproblemen, en de Trauma Symptom Checklist Young Children (TSCYC) voor traumaklachten worden door de ouders over het kind ingevuld. Daarnaast wordt het klinisch interview, Disturbances of Attachment Interview (DAI), voor het bepalen van gehechtheidsproblemen bij hen afgenomen. De Sutter-Eyberg Student Behavior Inventory-Revised (SESBI-R) en SDQ en TRF voor gedragsproblemen wordt door de leerkracht over het kind ingevuld. Ook over hun eigen psychisch functioneren vullen de ouders de Adult Self Report (ASR) in. Voor het bepalen van de ouder-kind interactie wordt gebruik gemaakt van de Nijmeegse Ouderlijke Stress Index (NOSIK) en standaard observaties, zoals de Dyadic Parent-Child Interaction Coding System (DPICS). Tot slot wordt de tevredenheid met de behandeling gemeten middels de Therapy Attitude Inventory (TAI). Verbetering ten opzichte van de voormeting wordt direct na afronding van de behandeling onderzocht en na 6 maanden na de afronding van de behandeling ten aanzien van gedragsproblemen, opvoedingsvaardigheden en mate van ouderlijke stress bij opvoeden. Ook wordt onderzocht of verbetering op deze eindpunten samenhangt met verbetering van symptomen gerelateerd aan angst, depressie, trauma en gehechtheid.

Betrokken organisaties

Betrokken personen

Promotor Prof.dr. M. Junger
Projectleider Dr. R.J.L. Lindauer
Promovendus M.E. Abrahamse (MSc)

Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie