Doel Zowel politiek als maatschappelijk staat onze huidige omgang met dierlijke eiwitten sterk in de belangstelling vanwege de belasting die dit met zich meebrengt voor ecoystemen, milieu, natuur en landschap en - op termijn voor het probleem van voedselzekerheid. Om hier oplossingen voor te bieden is niet alleen een efficiëntere productie van dierlijke eiwitten nodig, maar naar verwachting ook een verschuiving in de productie en consumptie die leidt tot meer duurzaamheid van de humane eiwitconsumptie. Dit project richt zich op de volgende kennisvragen die bij de doelgroep bestaan:
- Wat zijn de belangrijkste belemmeringen voor de consumptie van alternatieven voor gangbaar vlees en vleesproducten (o.a. smaakbeleving, verwerken in maaltijden, hoe omgaan met negatieve associaties rond alternatieven zoals insecten en weefselkweek). - Wat zijn essentiële elementen (aanbod, presentatie, doelgroepenbenadering, etc.) in kansrijke strategieën die moeten leiden tot een substantieel groter marktaandeel voor nieuwe eiwitproducten. - In hoeverre kunnen prijsmaatregelen duurzaam eetgedrag bevorderen? (deskstudie of state of the art'-studie).
Het doel van dit project is zowel in brede, contextuele zin de belemmeringen als de mogelijke kansen aan te geven voor dieetveranderingen die bijdragen aan een verduurzaming van de eiwitconsumptie als in meer concrete zin inzicht te geven in kansrijke strategieën voor de vermarkting van alternatieve of nieuwe eiwitproducten. Ook de mogelijkheden van prijsmaatregelen worden daarbij meegenomen. Het resultaat zal bestaan uit een theoretische en conceptuele analyse en een empirisch onderzoek waarin het keuzegedrag van burger-consumenten nader wordt onderzocht. Het project wordt afgesloten met een wetenschappelijke publicatie waarin verslag wordt gedaan van de conceptuele en empirische bevindingen van dit project.
Het empirisch onderzoek wordt toegespitst op een aantal bestaande alternatieven van gangbaar vlees (reeds op de reguliere markt te vinden) en een nieuwe, mogelijke alternatieven (nog niet op de reguliere markt te vinden). Aan de hand van deze toespitsing worden gegevens over de percepties en waarderingen (m.b.t. essentiële elementen zoals aanbod, presentatie, prijs etc.) van consumenten gespiegeld aan gegevens over de percepties, waarderingen en inschattingen van marktpartijen en NGO s, zodat mogelijkheden, moeilijkheden en kansen m.b.t. vermarkting meer praktisch bediscussieerbaar worden gemaakt.
Werkwijze Fase I (januari-mei 2009)
- Januari/begin februari: kick-off-bijeenkomst voor bespreking Plan van Aanpak en verdeling van de literatuurstudie over sociologische, antropologische, sociaal-psychologische en economische aandachtspunten. Taakverdeling over onderzoekers van LEI en AFSG. - Februari-mei: literatuurstudie en verslagen daarvan in werkdocumenten. Overleg over de uitkomsten en beslissing over de keuze van empirische methode voor het onderzoek in fase II en afbakening van dit onderzoek.
Fase II (juni-december 2009)
- Juni-oktober: voorbereiding, uitvoering empirisch onderzoek, taakverdeling over onderzoekers LEI en AFSG, analyse gegevens. - November-december: Afronding in een rapport.
Resultaten - Mei/juni: werkdocumenten met daarin verslagen van literatuurstudie; deze hebben de vorm van ruwe hoofdstukken voor het eindrapport. - December: eindrapport
Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link> |