KNAW

Onderzoek

The ubiquity of mouthings in NGT. A corpus study

Pagina-navigatie:


Wijzig gegevens


Titel The ubiquity of mouthings in NGT. A corpus study
Looptijd 08 / 2009 - 01 / 2015
Status Afgesloten
Dissertatie Ja
Onderzoeknummer OND1336731
Leverancier gegevens Website CLS

Samenvatting

Wanneer dove gebaarders van Nederlandse Gebarentaal (NGT) met elkaar communiceren, combineren ze hun gebaren vaak met zogeheten mouthings: (doorgaans) geluidloos uitgesproken woorden uit het Nederlands (bij bijvoorbeeld het gebaar KOFFIE vormen de lippen dan het woord koffie ). Deze unieke vorm van tweetaligheid is onderzocht met behulp van een grote verzameling videomateriaal: het Corpus NGT. Hoewel een gebaar en een bijbehorende mouthing meestal hetzelfde betekenen, concentreert dit proefschrift zich op de uitzonderingen. Soms geven mouthings een aanvullende betekenis (bijvoorbeeld moeilijk bij het gebaar CONTACT), soms spreiden mouthings zich over meerdere gebaren (bijvoorbeeld school bij SCHOOL GAAN), of worden losse mouthings toegevoegd aan een gebarenzin, of zelfs in plaats van een gebaar gemaakt. NGT-gebaarders maken dus voortdurend gebruik van de beide talen die ze tot hun beschikking hebben NGT en Nederlands en ze maken daar complexe combinaties mee die mogelijk zijn doordat de ene taal de andere niet fysiek in de weg zit.

Samenvatting (EN)

In Sign Languages, the hands are the main articulators. However, several other parts of the body can be used for conveying meaning, among them the mouth. In NGT (Nederlandse GebarenTaal, Sign Language of the Netherlands), several types of mouth movements are found. One important type is the so-called mouthing, a soundless pronunciation of a Dutch word, accompanying a manual sign. These mouthed words are typically Dutch translations of the NGT-sign and often seem redundant, but they can be used to disambiguate, complement or specify the manual part. In this research I will look at several aspects of mouthings, such as their lexical specification (are they always required? Is it a form of code-mixing with Dutch?), their grammatical functions (what are the (im)possible syntactic combinations? What does the timing of mouthings tell us about the prosodic structure of NGT?) and sociolinguistic variation (do older signers differ in their use of mouthings compared with younger signers?) I will try to answer these questions using the Corpus NGT, which contains some 92 hours video of (semi-)spontaneous signing by 100 signers. This research will bring together two fields of linguistics I studied at the University of Amsterdam: sign linguistics and phonetics.

Betrokken organisaties

Betrokken personen


Omhoog
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie