KNAW

Research

Adaptation EHS Bsik

Pagina-navigatie:


Update content


Title Adaptation EHS Bsik
Period 01 / 2005 - 12 / 2010
Status Completed
Research number OND1336794

Abstract

Description:
Climate is a driving force for many ecological processes and therefore has a large impact on nature. Temperature rise has a direct impact on the distribution range of species. In addition the more frequent occurrence of weather extremes will result in increased population fluctuations. The question is how nature will respond to these disturbances and how to increase the resilience of ecosystems.
Research questions:

1. Which species traits are indicative for the sensitivity of species for climate change?
2. Is it possible to identify bottlenecks in the NEN either because the habitat type is expected to disappear or suitable habitat cannot be reached.
3. Which spatial adaptation strategies within nature areas and outside nature areas are effective to increase the resilience of ecosystems to climate change?

Research objectives:
The input from stakeholders forms an essential part of the research. Therefore a stakeholder meeting is organized regularly to discuss the preliminary results. Suggestion are incorporated in the further research.
In then next two years we will continue the basic research.

- Which plants, birds or butterfly species are sensitive to climate change?
- Is the improvement of the spatial cohesion of the ecosystem network an effective strategy to damped the effects of weather extremes and to facilitate the migration of new species?
- What is the optimal spatial configuration of habitat to optimize genetic diversity under changing climate conditions?

We will continue the development of adaptation strategies in interaction with stakeholders.

Results and products:
Some results:

- Species with a northern distribution are disappearing while southern species colonize our country
Suitable climate zones of species shift pole wards caused by climate change. In the Netherlands population trends from 1990 already show clear trends, with positive trends for relatively southern species and negative trends for species with a northern distribution.
- Habitat fragmentation will enhance the effects of climate change
In the BRANCH project ( www.branchproject.org) we identified areas where the spatial cohesion of the network will be insufficient for species to expand to areas that have become suitable. Adaptation to climate change will require spatial cohesion of the Natura 2000 areas on an international scale to facilitate dispersal of species and thus follow the north wards shift of their suitable habitat (Vos et al 2008).
- When the rate of climate change is too fast species will not be able to keep track
Important factors for survial are: the rate of climate change , the total size of the distribution range, the colonisation rate of the species. The coloisation rate depends on species traits and the spatial cohesion of the landscape. (Schippers et al. Submitted).

All publications mentioned above and many more are available on www.klimaatvoorruimte.nl (A2-project).

Abstract (NL)

Doel
Adaptatie EHS of Hoe kan de EHS meebewegen met klimaatverandering?
Het klimaat is een drijvende factor voor veel ecologische processen en klimaatverandering heeft daarom grote invloed op de natuur. Temperatuurverhoging grijpt direct in op de verspreidingsgebieden van soorten. Daarnaast zal het frequenter en heviger optreden van weersextremen grotere aantalfluctuaties van populaties tot gevolg hebben. De vraag is hoe de natuur zo goed mogelijk kan meebewegen met deze veranderingen.

Onderzoeksvragen:

1. Is het mogelijk om op basis van eigenschappen van soorten en ecosystemen bepaalde risicogroepen in de respons op klimaatverandering te onderscheiden?
2. Waar zijn binnen de EHS bottlenecks te verwachten, omdat het geschikte leefgebied uit Nederland dreigt te verdwijnen of omdat het geschikte leefgebied onbereikbaar zal worden?
3. Welke (ruimtelijke) adaptatiestrategieën binnen eÌn buiten natuurgebieden bieden de beste kansen voor het klimaatbestendig maken van de Nederlandse natuur?

Werkwijze
Hoe pakken we het aan?
De input vanuit de praktijk is voor het onderzoek essentieel. Daarom wordt elk jaar een bijeenkomst georganiseerd waarin voorlopige resultaten aan stakeholders worden voorgelegd en besproken. Suggesties worden zo meegenomen in het lopende onderzoek. Ook nemen de onderzoekers regelmatig deel aan workshops en geven op verzoek presentaties. In projectverband vindt regelmatig overleg plaats tussen de verschillende partners. Partners zijn: De Vlinderstichting, SOVON, Centrum voor Milieuwetenschappen Universiteit Leiden, FLORON, Nationaal Herbarium, Wageningen Universiteit en de instituten PRI en Alterra, beide onderdeel van Wageningen UR.
In de komende 2 jaar gaan wij verder met het onderbouwend onderzoek. Welke planten, vogels en vlindersoorten zijn gevoelig voor klimaatverandering? Maakt een goede ruimtelijke samenhang van het landschap soorten minder gevoelig voor weersextremen en verloopt het verschuiven van soorten gemakkelijker? Wat zijn de randvoorwaarden voor een optimale genetische diversiteit, zodat soorten meer kans hebben zich aan het veranderende klimaat aan te passen ?
Daarnaast gaan we in interactie met stakeholders door met het ontwikkelen van adaptatiestrategieën.

Resultaten
Enkele resultaten tot nu toe:

- Soorten met een noordelijk areaal verdwijnen terwijl soorten met een zuidelijk areaal ons land koloniseren.
Eén van de effecten van klimaatverandering is dat de geschikte klimaatzones voor soorten verschuiven. De verspreidingsgebieden verschuiven naar het noorden en bergopwaarts. Voor Nederland betekent dit dat warmteminnende soorten ons land zullen koloniseren, terwijl de omstandigheden voor koudeminnende soorten met een Noord-Europese verspreiding juist ongunstiger worden. Dit is bijvoorbeeld al goed te zien aan de populatietrends van koudeminnende, warmteminnende en neutrale soorten sinds 1990 in Nederland.
- Versnippering versterkt de effecten van klimaatverandering
Soorten kunnen geschikt geraakte leefgebieden alleen koloniseren als voor hen de afstanden ook overbrugbaar zijn. In het verstedelijkte Noordwest Europa zijn de natuurgebieden versnipperd en vormen snelwegen en intensieve agrarische gebieden barrières voor veel soorten. In het BRANCH project ( www.branchproject.org) zijn voor moerassen, bossen en graslanden locaties aangegeven waar ruimtelijke adaptatie nodig is, zoals het koppelen van geïsoleerde gebieden aan het dichtsbijzijnde klimaatbestendige netwerk en het vergroten van het kolonisatievermogen. Adaptatie aan klimaatverandering vraagt om samenhang van natuurgebieden op internationale schaal, waarbij de Natura 2000 gebieden als uitgangspunt kunnen dienen (zie Vos et al. 2008).
- Als het klimaat te snel verandert kunnen soorten het tempo niet bijhouden.
Het tempo van de klimaatverandering, de grootte van het verspreidingsgebied en het tempo waarmee een soort in staat is geschikt geraakte gebieden te koloniseren bepaalt de overleving. Een goede ruimtelijke samenhang van leefgebieden draagt bij aan de kolonisatiesnelheid. Echter, nog belangrijker is het afremmen van het tempo van de opwarming (zie Schippers et al. Submitted).

Alle genoemde publicaties en meer zijn beschikbaar op www.klimaatvoorruimte.nl (publicaties A2-project).

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Researcher Dr. J.M. Baveco
Researcher Dr.ir. M.M.P. Cobben
Researcher Ing. R. Jochem
Researcher Prof.dr. P.F.M. Opdam
Researcher Dr. J. Verboom-Vasiljev
Project leader Dr. C.C. Vos

Related research (upper level)

Classification

A10000 Exploitation and management physical environment
D15500 Atmospherical sciences

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation