KNAW

Research

Green space in the city (exploratory study)

Pagina-navigatie:


Update content


Title Green space in the city (exploratory study)
Period 01 / 2009 - 12 / 2009
Status Completed
Research number OND1336849

Abstract

Description:
The goals of a Green Living Environment and the Compact City would appear to be in conflict with each other. The more compact construction is, the less space remains in the city for green and blue space (together referred to below as green space), and hence the lower the quality of the green living environment. This is true in theory, at any rate, and based on the assumption that the area of green space and the quality of the living environment have a positive correlation. This presumed positive correlation is based on the functions which green space fulfils for the city, for example in terms of heat regulation, health, recreation and air and water quality.
In urban areas, space is scarce. Because the demand for space is greater than the demand, there is a conflict for the available space between different land uses, such as living, working, facilities, infrastructure and green space. In order to be able to achieve the best possible allocation of the urban space, information must be available for all land uses about such matters as wishes, requirements, costs and benefits, and about relationships between different land uses.
The exploratory study we are planning relates to one particular type of land use, i.e. green space (including blue space), and is focused on specifying the required know-how and the gaps in knowledge for a number of specific subjects. This primarily means establishing a picture of the knowledge which is available to or can easily be acquired by Wageningen UR and which knowledge gaps remain.

Research objectives:
The goal of the exploratory study is to lay a foundation for the possible contribution of Wageningen UR to the development of the quality of the green living environment in urban and peri-urban areas. Because as yet, little is known about the relationships between the physical properties of green space and the quality of the living environment, and where critical threshold values may be identified. Moreover, the green space must be able to function properly, in order to be able to fulfil its functions. When it comes to rural areas, it is known that the functioning of ecosystems depends on surface areas, vegetation types and spatial configuration, whereas for urban areas the available knowledge is primarily qualitative.

Approach
The study will be split into three phases. In the first phase, the problems sketched here will be worked out into a schematic overview of relevant subjects and the relationships between them. This relates to:

1. the ecological and financial conditions under which green space can function in the city. Regarding the ecological (or physical conditions), we will look at such matters as the required size and form of green space, the minimum required or maximum permissible distance to other land uses, the level of support for different activities, etc. br> 2. the positive and negative effects of the presence and/or the use of green space for society and the conditions which this green space must meet in order to be able to achieve these effects. For example, effects on health, recreation, contribution to the quality of the living environment, contribution to biodiversity objectives, contribution to the city s ability to absorb climate change, etc.
3. the interaction of green space in the city with other land uses, including the influence of green space on the ability to attract businesses.
4. what are the alternatives around the city in other words, what if green space were located not in the city but around it? What would the consequences be for the issues discussed under 2 and 3?

Based on this schematic overview, a number of so-called knowledge questions will be selected, whose answers will shed light on the possibilities for resolving spatial conflict. The knowledge questions are focused on causal relationships (processes, mechanisms) and not on statistical relationships. What matters is how green space can play a role, which conditions it must meet, when this is the case, etc.
In the second phase, we will specify which knowledge is required for each knowledge question. We will then establish which knowledge is available in the scientific literature and which knowledge is available or can easily be obtained by DLO. Comparison of the desired and available knowledge for a knowledge question will result in an overview of the knowledge gaps for that question.
Finally, in the third phase, the descriptions of the knowledge questions, the available knowledge and the knowledge gaps will be combined to produce a coherent overview.
To what extent this will occur in practice is an underlying question which will only be addressed at a later stage?

Results and products:
The overview of the available knowledge will give Wageningen UR an understanding of the opportunities for contributing to the development of the quality of the green living environment in the city. Identifying the knowledge gaps will reveal which subjects require further research in order to increase Wageningen UR s contribution to the development of the quality of the green living environment in the city.

Abstract (NL)

Doel
De Groene Leefomgeving en de Compacte Stad lijken strijdig met elkaar. Hoe compacter de bebouwing, hoe minder ruimte er in de stad overblijft voor groen en blauw (in het vervolg aangeduid met groen), en dus hoe lager de kwaliteit van de (groene) leef­omgeving. In theorie althans, en uitgaande van de veronderstelling dat de oppervlakte groen en de kwaliteit van de leefomgeving positief samenhangen. Deze veronderstelde positieve samenhang is gebaseerd op de functies die groen voor de stad vervult, zoals ten aanzien van hitteregulatie, gezondheid, recreatie en lucht- en water­kwaliteit.
In stedelijke gebieden is de ruimte schaars. Doordat meer ruimte wordt gevraagd dan er aanwezig is, is er sprake van een strijd om de beschikbare ruimte tussen verschillende bestemmingen, zoals wonen, werken, voorzieningen, infrastructuur en groen. Om tot een zo goed mogelijke toedeling van de (stedelijke) ruimte te kunnen komen, moet voor alle bestemmingen informatie beschikbaar zijn over zaken als wensen, vereisten, baten en lasten, en over relaties tussen bestemmingen.
De door ons uit te voeren verkenning betreft één bestemming, te weten groen (inclusief blauw), en is gericht op het specificeren van de vereiste kennis, de beschikbare kennis en de lacunes in de kennis voor een aantal specifieke onderwerpen. Bij deze kennisvragen gaat het er voor al om, om in beeld te brengen welke kennis voor de Wageningen UR beschikbaar is of eenvoudig beschikbaar is te krijgen, en welke kennislacunes resteren.
Het doel van de verkenning is een basis te leggen voor de mogelijke bijdrage van de Wageningen UR aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de (groene) leefomgeving in urbane en peri-urbane gebieden. Er is namelijk nog weinig bekend over hoe de relaties tussen de fysieke kenmerken van groen en de kwaliteit van de leefomgeving verlopen, en waar kritische drempelwaarden zijn aan te wijzen. Bovendien moet het groen goed kunnen functioneren, om de functies te kunnen vervullen. Voor rurale gebieden is bekend dat het functioneren van ecosystemen af­hangt van oppervlaktes, type begroeiing en ruimte­lijke configuratie, voor stedelijke gebieden is er vooral kwalitatieve kennis.

Werkwijze
Het onderzoek is gesplitst in drie fases. In de eerste fase wordt de geschetste problematiek uitgewerkt tot een schematisch overzicht van relevante onderwerpen en de relaties daartussen. Dit betreft:

1. de ecologische en financiële voorwaarden waaronder groen in de stad kan functioneren. Bij de ecologische (of fysieke) voorwaarden wordt gekeken naar zaken als de vereiste omvang en vorm van het groen, naar de minimaal vereiste of maximaal toelaatbare afstand tot andere bestemmingen, de draagkracht voor verschillende activiteiten et cetera
2. de uit maatschappelijk oogpunt positief en negatief gewaardeerde effecten van de aanwezig­heid en/of het gebruik van groen en de voorwaarden waaraan dit groen moet voldoen om deze effecten te kunnen realiseren. Dit betreft bijvoorbeeld effecten op gezondheid, recreatie, de bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving, de bijdrage aan biodiversiteitdoelstelling, de bijdrage aan klimaatbestendigheid stad et cetera br>3. de wisselwerking van groen in de stad met andere bestemmingen, waarbij ondermeer wordt gedacht aan de invloed van groen op het vestigingsklimaat voor bedrijven
4. wat de alternatieven rond de stad zijn ofwel stel dat groen niet in de stad maar om de stad wordt gelokaliseerd, wat heeft dit voor consequenties voor de onder 2 en 3 besproken onderwerpen.

Op basis van dit schematische overzicht wordt een aantal zogenaamde kennisvragen geselecteerd, waarvan de beantwoording inzicht geeft in de mogelijkheden om het ruimtelijke conflict op te lossen. De kennisvragen zijn gericht op causale relaties (processen, mechanismen) en niet op statistische relaties. Het gaat er om hoe groen een rol kan spelen, aan welke voorwaarden het groen dan moet voldoen, onder welke voorwaarden dit het geval is et cetera.
In de tweede fase wordt per kennisvraag gepreciseerd welke kennis is gewenst. Vervolgens wordt nagegaan welke kennis (in de wetenschappelijke literatuur) beschikbaar is en welke kennis bij DLO beschikbaar is of eenvoudig beschikbaar is te maken. Vergelijking van de gewenste en de beschikbare kennis voor een kennisvraag resulteert in een overzicht van de kennis­lacunes voor die vraag.
In de derde fase tenslotte worden de beschrijvingen van de kennisvragen, de beschikbare kennis en de kennislacunes gecombineerd tot een samenhangend overzicht.
In welke mate dit zich in de praktijk voordoet is een achterliggende vraag, die pas in tweede instantie aan de orde komt.

Resultaten
Het overzicht van de beschikbare kennis geeft Wageningen UR inzicht in de mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de (groene) leefomgeving in de stad. Inzicht in de kennislacunes geeft aan op welke onderwerpen verder onderzoek is vereist om de Wageningen UR-bijdrage aan de ontwikkeling van de kwaliteit van de (groene) leefomgeving in de stad te kunnen vergroten.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Researcher Ir. M.M.M. Overbeek
Researcher Dr. A.J. Visser
Project leader Drs. J. Vreke

Related research (upper level)

Classification

A14000 Nature and landscape
A61000 Environmental planning
D65000 Urban and rural planning

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation