KNAW

Research

Pegasus Public Perception of Genetically modified Animals ? Science, Utility and Society

Pagina-navigatie:


Update content


Title Pegasus Public Perception of Genetically modified Animals ? Science, Utility and Society
Period 09 / 2009 - 08 / 2012
Status Completed
Research number OND1337246

Abstract

Description:
Free keywords: Genetically modified (GM) animals, food and pharmaceuticals, Public engagement, Policy implication, Meta analysis, Ethics
Foods and pharmaceutical products derived from genetically modified (GM) animals have not yet entered the European market. Nonetheless, the ongoing discussion about GM crops and the recently initiated discussions about the safety and ethics of foods and pharmaceutical products derived from cloned animals have set the stage for the societal issues that will surround the introduction of GM animals, if the policy decision to proceed with their introduction is arrived at.
From a historical point of view, Europe has had a leading role in the development of cloned and GM animals throughout the 90s. Notable examples include the sheep Dolly being the first animal created by cloning through transfer of a cell nucleus from a differentiated cell to an egg cell, at the Roslin Institute in Scotland. Another example is the bull Herman, which had been developed by the Dutch biotechnology company Gene Pharming Europe. Genetic modification had been applied so that subsequent generations of female offspring would produce the protein lactoferrin through their milk, which can be used for food, nutraceutical, and pharmaceutical purposes. Other experimental animals have been developed within European institutions, including genetically modified fish and chicken, with specific advantages and benefits to food production and other areas of application.
Despite considerable European innovations occurring in the area of GM animal technology, many the current activities in the field of GM food animals take place outside the EU, in particular regions like the Far East, North America, and Australia-New Zealand. It can be envisaged that some of these animals still find their way into the European food supply chain through imports from overseas, in particular given that the EU is the world s largest international trading block for food commodities.

Research objectives:
PEGASUS aims to provide policy support regarding the development, implementation and commercialisation of GM animals, and derivative foods and pharmaceutical products. The results will contribute to the FP7 KBBE by integrating existing social, (including existing public perception) environmental and economic knowledge regarding GM animals. The use of GM in farmed animals (aquatic, terrestrial, pharmaceutical) will be reviewed. A foresight exercise will be conducted to predict future developments. Three case studies (1 aquatic, 1 terrestrial, 1 pharmaceutical) will be applied to identify the pro s and con s of GM animals from the perspectives of the production chain (economics, agri-food sector) and the life sciences (human and animal health, environmental impact, animal welfare, sustainable production). Ethical and policy concerns will be refined through application of combined ethical matrix and policy workshops involving EU and non-EU stakeholders. The case studies will be used to demonstrate best practice in public engagement in the policy process. The activities will provide European policy support regarding GM animals and the foods and pharmaceuticals products derived from them, taking into account public perceptions, the competitiveness of EU animal production, and risk-benefit assessments linked with human and animal health, environmental impact, and sustainable production. A final stakeholder dissemination workshop will disseminate the results to the EU policy community.

Results and products:
The results will contribute to the FP7 KBBE by integrating existing social, (including existing public perception) environmental and economic knowledge regarding GM animals.

Abstract (NL)

Doel
PEGASUS: Publieke perceptie van genetisch gemodificeerde dieren wetenschap, toepasbaarheid, en maatschappij
Doel

Het doel van het PEGASUS project is om een gefundeerd advies te kunnen geven aan Europese beleidsmedewerkers. Dit advies zal de mogelijke ontwikkeling, verwezenlijking, en commercialisering van genetisch gemodificeerde landbouwhuisdieren betreffen, evenals de door deze dieren geproduceerde producten, zoals voedingsmiddelen en farmaceutica. De relevantie van het onderwerp van genetisch gemodificeerde landbouwhuisdieren wordt geïllustreerd door huidige discussie in Europa over het al dan niet toelaten van voedingsproducten van gekloneerde dieren. Omdat er momenteel nog geen genetisch gemodificeerde landbouwhuisdieren op de markt zijn, noch in Europa noch daarbuiten, is het project vooruitziend van aard. De eerste marktintroductie van genetisch gemodificeerde dieren zal waarschijnlijk op korte termijn buiten Europa plaatsvinden. De sneller groeiende genetisch gemodificeerde zalm die in de VS is aangemeld voor markttoelating is een voorbeeld van een vergevorderde toepassing van deze technologie die in de komende jaren gecommercialiseerd kan worden buiten Europa. Gezien de globalisering van de productie en handel in agrarische producten, waarvoor de Europese Unie het grootste handelsblok vormt, is het belangrijk om op de ontwikkelingen in gentechnologie bij landbouwhuisdieren voorbereid te zijn.

Werkwijze
PEGASUS is een ondersteunend project ( supportive action ) in het kader van Zevende Kader Programma voor wetenschap en technologieontwikkeling van de EU, binnen het thema landbouw, biotechnologie en voedselproductie. Het richt zich op de onderwerpen van perceptie, voor- en nadelen van genetisch gemodificeerde voedseldieren, waarbij zowel de sociaalwetenschappelijke als de natuurwetenschappelijk kanten van gentechnologie bij landbouwhuisdieren belicht zullen worden. De sociaalwetenschappelijke onderwerpen die aan bod komen betreffen onder andere een inventarisatie van de bestaande kennis over de perceptie van genetisch gemodificeerde dieren onder het publiek, Daarnaast zullen bijvoorbeeld ook de economische, ethische en beleidsmatig kanten bestudeerd worden. Van natuurwetenschappelijk zijde zullen de technologische ontwikkelingen beschouwd worden en hun implicaties voor menselijke en dierlijke gezondheid en het milieu, naast dierenwelzijn en duurzaamheid van productie.

Resultaten
De mogelijke voor- en nadelen van gentechnologie bij landbouwhuisdieren zal vanuit de agrovoedingsketen beschouwd worden. Eerst zal op basis van de technische kennis geïnventariseerd worden welke toepassingen in vergevorderd stadium van ontwikkeling zijn. Op basis hiervan zullen scenario s geschetst worden waaruit drie verschillende toepassingen zullen worden geselecteerd voor verdere beschouwing van de voor- en nadelen vanuit sociaal- en natuurwetenschappelijk perspectief. Vervolgens zullen de ethische en beleidsmatige onderdelen van deze casussen door middel van participatieve methoden (onder andere workshops) met deelname van verschillende belanghebbenden bestudeerd worden. Daarnaast zal de mening van een burgerjury gevraagd worden en tijdens een afrondende bijeenkomst met belanghebbenden de behoeften voor verder onderzoek geïdentificeerd worden. Deze participatieve methoden zullen ook dienen als voorbeeld van de praktijk van het betrekken van het publiek bij beleidsvorming.

Publicaties bij dit project zijn beschikbaar via deze Link

Related organisations

Related people

Researcher Dr. J. Bartels
Researcher Dr.ir. A.R.H. Fischer
Researcher Dr.ir. G.A. Kleter
Researcher Dr. I.A. van der Lans
Researcher Dr. M.J. Reinders
Project leader Prof.dr. L.J. Frewer
Project leader Ing. K.L. Zimmermann

Related research (upper level)

Classification

A22000 Animal husbandry
D21400 Genetics

Go to page top
Go back to contents
Go back to site navigation